logo-professioneel-begeleidenlogo-professioneel-begeleiden
Filters

«1»

Leiders gezocht

Met deze column start ik een nieuwe reeks. De afgelopen jaren schreef ik op deze plek over de ‘ecologie van het onderwijs’. Ik ontdekte dat onderwijs een open systeem is, veel opener dan ik dacht. Nog sterker dan eerst realiseerde ik me dat onderwijs niet losstaat van de samenleving. De samenleving komt met de leerlingen mee de school in. En op school ‘oefenen’ leerlingen met het functioneren in samenleving daarbuiten.
Gratis
lees meer

Ecologie van het onderwijs

‘Het lijkt me goed er nog iemand van het onderwijs bij te hebben.’ Ik hoorde het mezelf zeggen tijdens een overleg over een bijeenkomst die we zouden organiseren. Tegelijkertijd dacht ik: waarom vind ik dat? Ben ik zelf dan niet van het onderwijs? Wanneer mag je eigenlijk zeggen dat je ‘van het onderwijs’ bent? Ik heb nooit voor de klas gestaan, althans niet in het funderend onderwijs, althans niet als leraar. Wel heb ik als docent met allerlei groepen studenten gewerkt, in de leeftijd tussen 18 en 68. Als oudervrijwilliger heb ik lessen en lesjes gedaan met kinderen tussen 6 en 12. Ook voetbaltraining gegeven overigens, maar ik geef toe: dat mislukte volledig. Verder kom ik als onderzoeker en adviseur in scholen en praat daar met leraren en schoolleiders over wat ik waarneem. Meestal zijn dat goede gesprekken, waar zowel ik als die leraren wat van opsteken. Ik schrijf er ook over, vooral om er zelf van te leren, maar ook daarop krijg ik gelukkig af en toe een positieve reactie. Sinds een jaar of wat ben ik ook intern toezichthouder in het onderwijs. Sinds ik dat doe, realiseer ik me pas wat voor verantwoordelijkheid bestuurders en toezichthouders dragen en hoe lastig het is om het goed te doen. Je doet het op die plek namelijk bijna nooit goed. Er is altijd wel een belang waar je geen recht aan kunt doen. En ten slotte ben ik een ouder met kinderen in zowel het primair als het voortgezet onderwijs.  Vroeger nam mijn vader mij mee naar zijn groentetuin. Wat spitten en wieden op zijn tijd vond hij een noodzakelijk onderdeel van de opvoeding. Ik heb er geen liefde voor tuinieren aan overgehouden, maar de manier waarop planten groeien, intrigeert me nog steeds. Zo’n groentetuin is een ragfijn ecologisch systeem van complexe afhankelijkheden. Regen en zonlicht worden omgezet in plantaardig materiaal, dat bij het vergaan door kleine beestjes in de grond weer wordt omgezet in voedingsstoffen voor volgende planten. Planten en dieren zijn elkaars hulpbron en concurrent tegelijk.  Ook een school is een complex ecologisch systeem: leraren, leerlingen en schoolleiders zijn onderling van elkaar afhankelijk. De lessen van leraren worden door leerlingen verwerkt. Die leerlingen zullen jaren later zelf de ouders zijn die nieuwe leerlingen komen brengen, en in sommige gevallen zelfs de leraren die de volgende lichting leerlingen opleiden. Naast de groentetuin van mijn vader lag een vaart, waar we met de gieter water uit haalden. Even verderop was een bos, vol hongerige konijnen. Boven de tuin vlogen duiven, dol op de jonge bonenplantjes in het voorjaar. Allemaal externe invloeden en dan heb ik het maar niet over de invloed van klimaatverandering, deels veroorzaakt door ontwikkelingen helemaal in China. Zo is ook het onderwijs geen gesloten systeem. Leraren en leerlingen zijn niets zonder de inzet van ouders. Schoolleiders kunnen hun plannen wel vergeten, als ze niet gesteund worden door hun bestuur. Bestuurders kunnen prachtige visies hebben, maar zullen rekening moeten houden met landelijk beleid en regionale ontwikkelingen. Als de samenleving wil dat het onderwijs het probleem van religieuze radicalisering aanpakt, moet die samenleving niet vergeten dat dit niet geïsoleerd in de school kan gebeuren, maar dat iedereen hierin een verantwoordelijkheid heeft. Kortom: iedereen is van de wereld, iedereen is van het onderwijs. We zouden elkaar niet moeten uitsluiten in het streven naar goed onderwijs. We zien elkaar te veel als concurrent, terwijl we elkaar meer als hulpbron zouden moeten zien. Dit inzicht heeft mijn zoektocht door de ecologie van het onderwijs me opgeleverd. Hartger Wassink is onderzoeker en zelfstandig adviseur. E-mail: ecologie@hartgerwassink.nl
Gratis
lees meer

Teachers are doin’ it…

De vorige keer schreef ik wat prikkelend over onderwijsbestuurders die zenuwachtig worden van de maatschappelijke transitie die ook in het onderwijs plaatsvindt. Onmiddellijk reageerden er een paar bestuurders die juist heel vrolijk worden van alle verandering en er zelfs actief aan meedoen. Een van hen was Kees Versteeg van het Hondsrug College in Emmen. Hij stimuleert al jaren op allerlei vlakken innovatie in zijn school. Met hem kwam ik via Skype nader in gesprek, want hij wilde namelijk wat uitleggen over zijn initiatief Learntoo.
1,95
lees meer

Zenuwachtig

De groep mensen rond Jan Rotmans, waar ik het hier al eens eerder over heb gehad, heeft inmiddels een naam gekregen: United4Education.org. Onder deze naam groeit een divers netwerk van organisaties, scholen en individuele leraren en andere betrokkenen, die zich herkennen in een missie: het versterken en versnellen van de transitie in het onderwijs. Er zijn, terecht, wat kritische opmerkingen gemaakt over het modieuze karakter van de term transitie. Wat Jan Rotmans ermee beoogt, als ik het goed begrepen heb, is het duiden van de grote, onderliggende verandering die zich langzamerhand voltrekt in onze maatschappij. Niet alleen in het onderwijs, maar ook in de zorg, in de energie, in de media en in de manier waarop burgers en politiek met elkaar omgaan. Wat me in het verhaal van Rotmans intrigeert, is die duiding. Het gaat hem er niet om een blauwdruk voor te schrijven, maar om het signaleren van een onafwendbare verandering die overal zichtbaar is. Kijk naar hoe we met elkaar en de wereld in contact zijn, waar we onze informatie vandaan halen en wat dat betekent voor hoe we omgaan met gezondheidszorg, media, de politiek, elkaar. Vergelijk dat met 25 jaar geleden en je kunt niet ontkennen dat de verandering immens en onomkeerbaar is. Daar kan het onderwijs niet buiten blijven, omdat het onderwijs nu eenmaal een onlosmakelijk onderdeel van de maatschappij is. En dat is, niet toevallig, ook de basisgedachte van deze rubriek: het onderwijs bestaat uit een fijnmazig netwerk van allerlei betrokkenen, die ieder op hun eigen manier hun bijdrage leveren aan wat zij ‘goed onderwijs’ vinden. De vraag is: gaan we in dit netwerk toekijken hoe alles langzaam verschuift en hopen dat het goed komt, of gaan we proberen die verschuivingen op de juiste plekken te versnellen om de verandering te beïnvloeden? En waar moet je dan op letten? Jan Rotmans stelde ons de vraag: “Wie wordt er zenuwachtig van de transitie?” Want iemand die zenuwachtig wordt van verandering, heeft misschien een particulier belang, dat overeind gehouden moet worden, ook al is dat niet in het algemeen belang. Kijk naar de gevestigde orde in de omroepwereld, de zorg en de energiewereld. Aan alle kanten knagen kleine, flexibele en efficiënte initiatieven van burgers en bedrijven aan hun fundamenten. Hoe zit dat in het onderwijs? Ook daar zijn initiatieven zichtbaar, op allerlei scholen in allerlei plaatsen. Soms volledig nieuw, soms binnen oude structuren, en - een paar uitzonderingen daargelaten – veelal onder de radar van de landelijke aandacht. Begin september was onze groep uitgenodigd bij Paul Rosenmöller, voorzitter van de VO-raad. Ik was benieuwd hoe hij tegen de veranderingen aan zou kijken. Maar op het allerlaatste moment werd de afspraak afgezegd, met als reden ‘dat er te weinig bestuurders bij het gesprek aanwezig zouden zijn.’ Ik kon mijn oren niet geloven: zou de VO-raad nog werkelijk in die simplistische politieke verhoudingen denken? Plotseling begon het me te dagen: misschien zijn het wel niet de politici, de ambtenaren, de educatieve uitgevers en zelfs niet die eigenwijze eerstegraders, die verandering bedreigend vinden. Misschien zijn het wel vooral de bestuurders in het onderwijs die er zenuwachtig van worden. Wel jammer voor ze, dacht ik meteen. Want de transitie is niet alleen onafwendbaar, maar vooral: heel inspirerend. Werkelijke verandering komt van onderop, in nieuwe coalities van ouders, leraren en leerlingen. Daar zit de kern van onderwijs. Zij komen opnieuw tot een definitie van wat ze ‘goed onderwijs’ vinden. Als bestuurder hoef je alleen maar goed te luisteren en er, binnen een paar ruime kaders, je vertrouwen aan te geven. Ik hoop van harte dat ook de bestuurders over hun koudwatervrees heen zullen stappen. Hartger Wassink is onderzoeker en zelfstandig adviseur. E-mail: ecologie@hartgerwassink.nl
Gratis
lees meer

Klimaatverandering en de species 'leraar'

Laatst zat ik op Twitter weer middenin een discussie over de vaste schoolvakanties, het was gebeurd voordat ik het in de gaten had. Dat komt natuurlijk ook doordat die schoolvakanties een beetje een stokpaardje van me zijn, dat geef ik toe. Ik blijf me oprecht verbazen over de felheid waarmee sommige leraren lengte en frequentie van de schoolvakanties verdedigen. Het is niet zo moeilijk onderzoek te vinden waaruit blijkt dat kortere vakanties zowel voor leerlingen als voor henzelf uiteindelijk voordelen opleveren. Zou dit ooit kunnen veranderen?
Gratis
lees meer

VMBO (volledige uitgave, 19 artikelen)

INHOUD THEMA 'VMBO' (maart 2014) Focus op.... Terug naar de kern - wat heeft het vmbo ons (niet) gebracht, Renée van Schoonhoven Moet het vmbo gered worden?, Anneke Westerhuis Het vmbo als archeologisch veld, Frans Mulder & Geesje van Slochteren Leiding geven aan het vormgeven van de nieuwe beroepsgerichte examenprogramma's, Klaas Pit & Marloes Maarleveld Spoorzoeken in de nieuwe examenprogramma's vmbo, Remy van Kasteren & Geesje van Slochteren Rubrieken: - Het dagelijks wel en wee in het vmbo - Vmbo en passend onderwijs - Literatuur De Nieuwe Meso Strip, Pieter Leenheer Leiderschap en professionel leergemeenschappen, Robert Mentink Het leren van professionals, Hartger Wassink Schoolleider anno 2014, Arie Olthof Media, mediatisering en onderwijs, Sietske Waslander & Pieter Leenheer Een smalle kijk op onderwijskwalitiet, Luc Stevens & Hartger Wassink Hoe zit het met uw... Buitenland Je bent jong en je wordt Ecologie Boeken REDACTIONEEL ‘And now for something completely different’ Het zou natuurlijk extra wervend kunnen werken als we bij de introductie van De Nieuwe Meso zouden roepen dat we iets compleet anders, iets nieuws gaan doen. De waarheid gebiedt echter te zeggen dat De Nieuwe Meso, vakblad voor schoolleiders en -bestuurders de geïntegreerde en vernieuwde voortzetting is van twee veel langer bestaande uitgaven: Meso magazine (sinds 1980) en Meso focus (sinds 1990). Niet helemaal nieuw dus, maar toch wel iets om even wat langer bij stil te staan. Waarom De Nieuwe Meso, kortweg DNM? Eind 2012 besloot de toenmalige uitgever van Meso focus te stoppen met deze boekjesreeks. Naar aanleiding hiervan hebben we ons als gezamenlijke redacties beraden op de toekomst, vanuit de overtuiging dat het onderwijs gebaat is bij een onafhankelijke uitgave voor schoolleiders en -bestuurders. Al gauw ontstond het idee om Meso magazine en Meso focus te integreren in een nieuw kwartaaltijdschrift. Nadat we met Kloosterhof BV een nieuwe uitgever hadden gevonden, was het vooral een kwestie van uitwerking, met als voorlopig resultaat het eerste nummer dat nu voor u ligt. Missie Met De Nieuwe Meso willen we van betekenis zijn voor leidinggevenden en bestuurders in het primair en voortgezet onderwijs en in het middelbaar beroepsonderwijs, voor team- en afdelingsleiders tot en met bestuurders die graag lezen over onderwerpen waarmee zij in hun dagelijkse werk te maken hebben. DNM sluit aan bij hun actualiteit. Niet door vluchtig mee te gaan in de hectiek en de hypes van alledag, maar juist door de tijd te nemen voor actuele en relevante onderwerpen, die gedegen en uit meerdere perspectieven te behandelen, soms met een relativerende knipoog. DNM legt verbindingen tussen theorie en praktijk, tussen idee en uitvoering, tussen het macroniveau - de maatschappij, het mesoniveau - de instelling – en het microniveau - het onderwijsleerproces, tussen buiten en binnen, tussen wat er is en wat er zou kunnen of moeten zijn. Ook in het met elkaar verbinden van lezers tot een community wil DNM een faciliterende rol spelen. DNM is onafhankelijk, degelijk en aantrekkelijk voor verschillende lezersgroepen. Opzet Grofweg gezegd bestaat DNM uit twee delen. In het eerste deel, ‘De focus op …’ werken auteurs die hun sporen op een bepaald thema hebben verdiend, dat thema nader uit in een aantal hoofdstukken. Het tweede deel, het magazinegedeelte, bestaat uit losse artikelen over actuele thema’s, relevant voor schoolleiders en -bestuurders. De artikelen hebben betrekking op maatschappelijke vraagstukken in relatie tot het onderwijs, onderwijskundige en beleidsmatige ontwikkelingen, leiderschap, governance, bestuur, management en organisatie. Daarmee vormt DNM dus echt een voortzetting van het vertrouwde en gewaardeerde Meso focus en Meso magazine. Toch is er ook wel degelijk sprake van iets nieuws. Dit eerste nummer kent namelijk twee versies: een papieren en een digitale, maar na dit eerste nummer zet DNM vooral in op het verder ontwikkelen en optimaal benutten van digitale verspreiding. Bovendien zullen losse artikelen tegen een geringe vergoeding kunnen worden gedownload vanaf www.professioneelbegeleiden.nl. Daarnaast komt er in de loop van het jaar een eigen website en denken we ook na over een nieuwsbrief. Focus op het vmbo In deze eerste DNM richten we de focus op het vmbo. Belangrijke aanleiding is de aanstaande invoering van de nieuwe examenprogramma’s voor de beroepsgerichte vakken. Leerlingen die vanaf 1 augustus 2016 beginnen aan de bovenbouw van het vmbo, krijgen hiermee te maken. De nieuwe examenprogramma’s vragen van scholen een nieuw onderwijsprogramma, waarmee zij voor een deel al zullen gaan beginnen in het schooljaar 2015-2016, wanneer de leerlingen in het tweede leerjaar zich gaan voorbereiden op hun programma in de bovenbouw. Willen de scholen op tijd klaar zijn en de komende twee schooljaren optimaal benutten, dan moet het nieuwe onderwijsprogramma aan het komende jaar in de steigers staan: een boeiende, uitdagende en mooie opdracht. Ondanks enkele kritische kanttekeningen die wij plaatsen bij het nieuwe programma, zien wij vooral ook veel kansen voor de scholen, de docenten en de leerlingen om beroepsonderwijs in het vmbo (nog) beter en mooier te maken. In vijf bijdragen belichten de auteurs uiteenlopende aspecten van de invoering van de nieuwe beroepsgerichte examenprogramma’s in het vmbo. In het eerste artikel beschrijft Renée van Schoonhoven in het kort en op hoofdlijnen de ontwikkeling van het beroepsonderwijs in Nederland. Vervolgens gaat zij dieper in op enkele beleidsmatige ontwikkelingen sinds de invoering van het vmbo. Aan de hand hiervan wordt in deze bijdrage de balans opgemaakt: wat heeft het vmbo ons in de afgelopen vijftien jaar wel en niet gebracht en welke mogelijke oplossingen kunnen de nieuwe beroepsgerichte programma’s bieden voor enkele hardnekkige vraagstukken aan de basis van het beroepsonderwijs? Anneke Westerhuis plaatst in haar bijdrage de ontwikkelingen binnen het beroepsonderwijs in Nederland eveneens in een historisch perspectief, maar dan vooral in kwantitatief opzicht. Zij constateert enerzijds dat het vmbo het in een aantal essentiële opzichten goed heeft gedaan. Zo is de aansluiting op het mbo verbeterd en is het aantal leerlingen dat de school voortijdig verlaat, gedaald. Anderzijds moet worden geconstateerd, dat de dalende deelname aan de beroepsgerichte leerwegen van het vmbo een autonome maatschappelijke ontwikkeling is, waaraan de nieuwe programmering waarschijnlijk niets zal veranderen. De betekenis van de nieuwe programma’s moet in een andere richting worden gezocht: actualisering, modernisering en verbetering van de aansluiting op vervolgonderwijs en arbeidsmarkt. Het vmbo heeft de afgelopen vijftien jaar niet stil gezeten. Van binnenuit en van buitenaf zijn er initiatieven ontwikkeld om het vmbo te vernieuwen. Frans Mulder en Geesje van Slochteren gaan in hun bijdrage nader in op drie veelbetekenende vernieuwingen: de intersectorale programma’s, het vakcollege en de VM2-experimenten. Na een korte toelichting op deze vernieuwingen gaan ze op zoek naar het antwoord op de vraag wat deze vernieuwingen hebben bijgedragen aan het versterken van het loopbaanleren, een van de rode draden in de nieuwe beroepsgerichte programma’s. De special over het vmbo wordt afgesloten met een tweeluik over de keuzes die de scholen kunnen en moeten maken met het oog op de nieuwe programma’s. In het eerste deel gaan Klaas Pit en Marlous Maarleveld in op de vraag hoe je als school kunt komen tot een praktisch koersplan. Zij schetsen twee routes die scholen kunnen bewandelen, waarbij zij een duidelijke voorkeur hebben voor een van deze twee routes. Zij brengen vijf thema’s in kaart die kunnen helpen om tot de juiste vragen (en antwoorden) te komen. Vervolgens gaan Remy van Kasteren, Geesje van Slochteren en Pieter Leenheer nader in op de vraag hoe je vanuit het perspectief van het loopbaanleren kunt komen tot een concreet onderwijsprogramma. Zij beschrijven daartoe eerst vier perspectieven op loopbaanleren en vertalen die daarna in enkele concrete praktijkvoorbeelden. Magazinedeel Zoals gezegd vindt u in het tweede deel van DNM grotendeels het oude en vertrouwde Meso magazine terug: boeiende artikelen over actuele onderwijsthema’s, de strip van Pieter Leenheer, boekbesprekingen en enkele columns. Maar er zijn ook nieuwe rubrieken. Zo portretteert Klaas Pit in elk nummer een jonge schoolleider die nog maar net de stap naar het schoolleiderschap heeft gezet. Het portret is vooral het verhaal van de jonge schoolleider zelf. We beginnen in dit eerste nummer met Tineke Ensing, 28 jaar en sinds het begin van dit schooljaar afdelingsleider op het Stedelijk Dalton College in Alkmaar. Naar aanleiding van het recente overlijden van Chris Argyris kijkt Hartger Wassink terug naar het baanbrekende Theory in Practice, dat Argyris ruim 40 jaar geleden schreef met Donald Schön. Wassink vraagt zich of dit veelgeciteerde werk de tand des tijds heeft doorstaan. Hij gaat op zoek naar het antwoord door in zijn bijdrage de vier hoofdthema’s uit het boek te analyseren op hun actualiteitswaarde, vooral ook in relatie met leiderschapsvragen in het onderwijs. Deze waarde is groot, zo blijkt, vooral als het gaat om het vraagstuk van de verbinding tussen theorie en praktijk en het leren van de professional. Sietske Waslander en Pieter Leenheer gaan in hun artikel nader in op de rol en betekenis van de media in het onderwijsdebat en leggen uit wat medialogica en mediatisering inhouden. Professionele leergemeenschappen krijgen ook in het onderwijs steeds meer aandacht. Maar wat is een professionele leergemeenschap en wat betekent deze voor het leiderschap in de school? Robert Mentink gaat in zijn bijdrage op zoek naar het antwoord. Ten slotte Nadat we eenmaal hadden besloten om De Nieuwe Meso te gaan maken, hebben we in relatief korte tijd deze eerste uitgave gemaakt. We zijn er trots op, maar realiseren ons tegelijkertijd dat we er hiermee nog niet zijn. Wij zijn vooral erg benieuwd wat u als lezer ervan vindt. Uw reacties zijn van harte welkom op redactie@denieuwemeso.nl. De redactie Deze eerste uitgave van De Nieuwe Meso is voor iedereen gratis beschikbaar!
Gratis
lees meer

Ecologie

Er zat een mooie club bij elkaar: leraren, leidinggevenden, een ex-leerling, onderzoekers en nog wat aanverwante onderwijsbetrokkenen. ‘Onderwijskantelaars’ waren we gedoopt, en niemand had daar bezwaar tegen gemaakt. Hoewel we beleefd genoeg waren om er niet over op te scheppen, waren we ieder voor zich waarschijnlijk trots op wat we al hadden weten te bereiken op dat vlak. Laat ik voor mezelf spreken: het streelde mijn ego dat ik blijkbaar door sommigen gezien word als iemand die in staat is het onderwijssysteem te doen kantelen.
Gratis
lees meer

Schrijf je in voor de nieuwsbrief en blijf op de hoogte!

Dag van de Coach

Thema: Stress

Datum: 6 juni 2019
Locatie: De Reehorst, Ede

Informatie & aanmelden »