logo-professioneel-begeleiden logo-professioneel-begeleiden
Filters

Alle artikelen - Abonneer je nu!

Gelezen: Gedragsverandering in gezinnen & Handboek Systeemtherapie

Auteur: Alfred Lange, Lawick, A.van, Reijmers, M.J. & Savenije,

Gedragsverandering in gezinnen Gedragsverandering in gezinnen. Cognitieve gedrags- en systeemtherapie. Alfred Lange. Noordhoff, 2009 (8e dr). ISBN 978 90 689 0586 1 Problemen van cliënten spelen vaak op verschillende niveaus en hangen nauw samen met de sociale omgeving waarin ze functioneren. In de achtste volledig herziene druk (670 pagina’s) van ‘Gedragsverandering in gezinnen’ staat de combinatie van cognitieve gedragstherapie en systeemtherapie als behandelmodel centraal. Het leerboek is onderverdeeld in drie delen en wordt gebruikt op diverse opleidingen voor hulpverleners. Deel één van het boek beschrijft het gezin als systeem, de verschillende gezinstherapieën, basisstrategieën en het behandelingsmodel. Hoofdstuk drie wordt het hart en het verstand van het boek genoemd. Hierin wordt uitgelegd hoe je cliënten methoden en technieken aanleert en hen ‘gereedschap’ laat gebruiken, zodat het  probleemoplossend vermogen van de cliënt wordt vergroot en zij hun eigen problemen kunnen signaleren, verwoorden en ermee om leren gaan. In dit hoofdstuk verder een opsomming van destructieve manieren: de interactie met elkaar en hoe je die kunt omzetten in regels voor constructieve communicatie. Een aantal voorbeelden hiervan zijn: uit kritiek op positieve wijze, stel geen vragen die beweringen zijn, misbruik het verleden niet en wees concreet. Maar ook motiveringstechnieken (zoals congruent versus judoachtig motiveren) komen uitgebreid aan bod. Deel twee van het boek behandelt therapeutische technieken, zoals verschillende soorten interventies tijdens gesprekken, huiswerkopdrachten, complimenteren, uitdagen van niet-functionele gedachten en positief etiketteren om de cliënt te motiveren. ‘Veranderingen ontstaan in een veilig klimaat en het belang van feedback zonder trucs is daarbij erg belangrijk’, schrijft Lange. ‘Door bijvoorbeeld positief te etiketteren kan het zelfvertrouwen van de cliënt vergroten. Daarna is een cliënt beter in staat zich op te stellen voor confronterende feedback, respectvol en met begrip zonder de ander af te breken. Dit proces kan de ander stimuleren tot andere denkbeelden en nieuw gedrag.‘ In deel drie komen specifieke probleemgebieden, zoals ballast en trauma’s uit het verleden, opvoedingsproblemen, seksuele problemen en scheiding van partners aan bod. Maar ook waar je op moet letten als er sprake is van een psychische stoornis, fysiek geweld binnen het gezin en verslaving aan bijvoorbeeld harddrugs, alcohol of eten. In dit lijvige boekwerk worden strategieën en technieken stap voor stap in detail behandeld en onderbouwd aan de hand van de meest recente onderzoeksliteratuur. Tal van gevalsbeschrijvingen en analyses zijn helder uitgewerkt. Ik vind dit boek een musthave in de boekenkast van de counsellor. Ik heb het boek op mijn opleiding aan het Europees Instituut gebruikt en ook tijdens counsellingtrajecten zoek ik er regelmatig iets in op. Een naslagwerk met bruikbare en duidelijk toepasbare handvatten, uitgewerkte voorbeelden en weinig vakjargon zodat het prettig leesbaar blijft. Ook kan het goed kriskras worden gelezen. Dit boek is los verkrijgbaar of in een pakket samen met het boek ‘Gevalsbeschrijvingen’, waarin nauwkeurig vijf directieve relatie- of gezinstherapieën worden weergegeven. Op de bijgevoegde dvd ‘Gedragsverandering in gezinnen’ is tot in detail te zien hoe de behandeling van het echtpaar Riebeek (een van de echtparen uit ‘Gevalsbeschrijvingen’) verloopt. Auteur professor dr. Alfred Lange is als bijzonder hoogleraar verbonden aan de vakgroep Klinische psychologie van de universiteit van Amsterdam. Lange is de oprichter van Interapy die succesvolle online behandelingen aanbiedt voor psychische klachten als burn-out, paniekaanvallen, depressie, rouw- en traumaverwerking. Simone Pastoors – journalist, coach en counsellor, Mind2Move Handboek Systeemtherapie Handboek Systeemtherapie Lawick, A.van, Reijmers, M.J. & Savenije, E.T.M. (red.). De Tijdstroom, 2008. ISBN 978 90 5898 141 7 Dit lijvige boek beschrijft in bijna 800 pagina’s tekst en 63 hoofdstukken het domein van de actuele systeemtherapie in een erg mooie en duurzame uitgave. Een zeventigtal Vlaamse en Nederlandse auteurs, allen deskundige hulpverleners die vanuit het systeemdenken werken, brengen een status quaestionis voor de systeemtherapie. Er wordt een opdeling gemaakt in twaalf delen: geschiedenis, sociale context, onderzoek, begrippen en methoden, scholen, praktijkreflecties, parentherapie, familietherapie, reflecties op settings, groepstherapie, specifieke probleemsituaties en bijzondere toepassingsgebieden. De verschillende toepassingen worden steeds met concrete therapeutische situaties of relevante data uit onderzoek ondersteund. Dat maakt het boek tot een encyclopedisch referentiewerk over therapie vanuit een systeemvisie. Het is dus een werkelijk ‘handboek systeemtherapie’. De kracht van het systeemperspectief komt hier duidelijk naar voren. Het is een hulpverleningsperspectief dat niet-beoordelend en toekomstgericht is en toch ook met beide voeten in het heden en de praktijk staat. Er wordt gewerkt met de kracht van verhalen en is vrij van rechtlijnige causale verklaringen. ‘Wat de systemische therapieën momenteel bindt, is de sensitiviteit voor de diversiteit aan werkelijkheden en perspectieven’ stelt Reijmers (2008: p. 36) in de historische inleiding van dit boek. De diversiteit en breedte zijn tegelijk de sterke en zwakke punten van dit standaardwerk (en de systeemtherapie zelf?). Het zijn erg verschillende hoofdstukken, waardoor het gefragmenteerd en soms te specifiek overkomt. Niet elk hoofdstuk zal voor elke lezer relevant blijken. ‘Verschillende constructies van de werkelijkheid kunnen tegelijk gebruikt worden, vanuit het besef dat de werkelijkheid te complex is om hem te overzien’ stelt van Weel (2008: p. 633) nog. Ook de systeemtherapie blijkt een complexe onoverzienbare realiteit te zijn. Wat ik mis, is een zekere vorm van dialoog, beschouwing, synthese of breder perspectief. Er is geen dialoog tussen auteurs of andere perspectieven. Ook de redacteurs wagen zich niet aan een vorm van beschouwende synthese. Er is geen poging ondernomen om bij deze stand van zaken een standpunt in te nemen, aan zelfreflectie te doen of te kijken naar de toekomst van de systeemtherapie. Dit lijkt me enigszins vreemd omdat de systeemtherapie juist uitblinkt in relativerend vermogen, postmoderniteit of ‘multiloog’. Je zou verwachten dat het boek zelf ook systemisch zou opgevat zijn. Maar misschien is het net teveel gevraagd om in een handboek als dit ook nog een keer aan zelfreflectie, zelfkritiek of zelfrelativering te doen in een brede en kritische dialoog met anderen. Deze stap verder had het een werkelijk gedurfd standaardwerk gemaakt. Het is op een bepaalde manier daarom een ‘insiderboek’ waarin er vooral gepreekt wordt voor eigen parochie. Voortbordurend op deze beeldspraak is het beeld van een Bijbel voor dit handboek een ironische stap verder. Ik vermoed dan ook dat dit boek vooral zal worden gelezen door therapeuten-in-(systeem)opleiding of overtuigde systeemhulpverleners. Toch blijft dit handboek een aanrader voor iedereen die op een professionele en humane manier aan zorgverlening doet. Dit is een fundamentele tekst over hulpverlenen aan mensen. Het systeemdenken is een brede en open visie op de mens en het menselijke geluk en lijden. Zoals Habekotté (2008: p. 213) narratief besluit over zijn eigen bijdrage: ‘Dit hoofdstuk is slechts een momentopname in een continue dialoog over en in ons vakgebied’. Dit magistrale handboek is een momentopname in een continue dialoog in een vakgebied. Joeri Van den Brande - counsellor, psycholoog en filosoof en werkt als studentenbegeleider aan de Vrije Universiteit Brussel
Gratis
lees meer

Column: Eigen haard is goud waard

Auteur: Frans van der Gouw

Eigen haard is goud waard Stel je voor: een koude winteravond in 1956. De wind giert om het huis en de sneeuw ligt een meter hoog voor het raam. Binnen zit het hele gezin in de enige ruimte waar de kolen-kachel warmte biedt en op het vuur staat het water te koken voor de kruiken die de nachtrust vergezellen. Iedereen luistert aandachtig naar de radio die de wereld binnenbrengt en een voorstelling geeft van de waarheid. Vader leest nog even de krant en legt uit wat hij vandaag op het werk heeft meegemaakt. Moeder vouwt de restanten van de was nog even netjes op en stopt wat sokken. De kinderen luisteren aandachtig naar hun ouders om zich een beeld te kunnen vormen van hun toekomst. Een vergelijkbare situatie anno 2012: het is buiten net zo koud en de sneeuw ligt bij de buurman op de stoep omdat dit de meest voor de hand liggende plaats was voor de sneeuwschuiver om alles te dumpen. Pa ligt languit op de sofa met een glas wijn in de hand en een bak chips op zijn buik. Ma is nog niet thuis van haar werk, wat zoveel betekent dat de vuile borden pas laat in de afwasmachine worden gezet. De jongste zoon zit op zijn eigen kamer te gamen terwijl dochterlief een serieus beroep doet op de houdbaarheid van de sociale media; haar wereld en waarheid. De oudste, overigens aangenomen zoon, is ‘ergens’ maar niemand weet waar. Er is een flauw vertrouwen dat hij vandaag nog thuis komt om te slapen in zijn eigen slaaphut die wordt verwarmd door de onlangs aangelegde vloerverwarming. Binnen het gezin is iedereen zich bewust van de namen van de medebewoners maar niemand vraagt wat de ander doet. Daarop is het standaard antwoord: “Boeiuh…lekker belangrijk!” Vermoed wordt dat Pa een baan heeft, want de dagelijkse financiële bijdrage wordt netjes op tijd aangeleverd en bepaalt daarmee het meest intieme contact van de dag. Het ultieme contact tussen ouder en kind vindt plaats op momenten dat er een nieuwe Game Boy uitkomt of de ipad aan vervanging toe is. Een kapotte smartphone geeft direct alarmfase rood en mobiliseert du moment alle emoties van lusten en lasten. De liefde tussen ouders en kroost wordt duidelijk op momenten dat er dringende behoeften opwellen in de geest van de jeugdige partij. De onvoorwaardelijke liefde voor baby en kleuter is veranderd. De oude garde heeft zich door de jaren heen weten te identificeren met een rol van leverancier van genotsartikelen en levensverrijkende middelen. Gezinscommunicatie bestaat uit een marktwerking van vraag en aanbod en de liefde van het kind richting ouder vertaalt zich in termen als ‘cool’ en ‘vet’. Ik heb het natuurlijk niet over uw situatie, maar over al die anderen die zich bij counsellors melden met ‘communicatieproblemen’ waaruit een reële angst is ontstaan om kinderen geestelijk te verliezen. Gevoelens van vervreemding binnen het eigen gezin. Van competitie tussen vader en moeder, als die al beiden deel uitmaken van het gezin. Misschien moeten we die vloerverwarming maar weer gaan vervangen door een kolenkachel. Reageren? redactie@counsellingmagazine.nl
Gratis
lees meer

Trends & ontwikkelingen

Auteur: Peter le Nobel, Annemarie de Groot

Ruim eerst je eigen ‘rommel’ op Congresverslag Counselling Summerschool: praktische én persoonlijke ontwikkeling ‘Counsellen vanuit een vergelijkbaar verleden als jouw cliënt is niet per se een meerwaarde om het vak goed uit te oefenen. Sterker nog, eigen pijn van de counsellor kan die van de cliënt zelfs verhogen. Ervaringsdeskundigheid kan hooguit pas wat opleveren, als de counsellor eerst zijn eigen ‘rommel’ heeft opgeruimd. Bovendien moet de counsellor erop alert blijven dat zijn of haar eigen ervaringen een blijvende valkuil vormen in de hulpverlening.’ Dit is een van de conclusies die de deelnemers trokken tijdens de eerste Counselling Summerschool in het Limburgse Simpelveld. De Summerschool is georganiseerd door Trudy bedoeld voor zowel counsellors in bedrijf als in opleiding. De rode draad is communicatie. Ruim dertig deelnemers doen een weekend lang ervaring op met diverse counsellingmethodieken en leren en passant meer over zichzelf, ter vergroting van hun eigen innerlijke stabiliteit. Genogram en dramadriehoek Een van de methodieken waarin de deelnemers zich verdiepen, is het ‘genogram’: een schema waarmee de persoonlijke overtuigingen van ouders en grootouders in kaart worden gebracht. Vaak neemt een kind de overtuigingen van vader of moeder onbewust over tijdens de opvoeding. Bij het invullen van het genogram gaat het dan ook om de vraag: ‘Wiens weggetje bewandel jij?’ en ‘Hoe behulpzaam of belemmerend zijn de bijbehorende overtuigingen voor jou?’ De summerschool deelnemers vullen het genogram voor zichzelf in, wat bij enkelen tot verrassende inzichten leidt. Ook de dramadriehoek wordt besproken, die bestaat uit de rollen ‘redder’, ‘slachtoffer’ en ‘aanklager’. De deelnemers leren dat counsellors nogal eens de neiging hebben in de valkuil van de dramadriehoek te stappen. Zij werpen zich op als redder van hun cliënt, omdat ze denken te weten wat deze voelt en nodig heeft. Daarmee bevestigen ze hun cliënt in de rol van slachtoffer en stemmen zij, zonder zich daarvan bewust te zijn, eenzijdig hun gesprekken af op zichzelf. Cliënten voelen zich niet erkend en wisselen de rol van slachtoffer in voor die van aanklager; ze worden boos op de counsellor. De counsellor op zijn of haar beurt schiet vanuit de reddersrol ook naar de rol van aanklager, verbaasd of boos als hij is omdat de cliënt niet dankbaar is voor de geboden hulp. Drama compleet. Omdat de dramadriehoek versterkt kan worden door de persoonlijke overtuigingen van de counsellor, is het belangrijk deze goed te onderzoeken. De deelnemers krijgen dan ook de opdracht om het genogram er weer bij te pakken en hun eigen valkuilen rond de dramadriehoek in groepjes in kaart brengen. Speelse oefeningen Naast deze meer zakelijke methodieken is er ook ruimte voor speelse oefeningen, zoals het tekenen van het ‘eiland van de belevingswereld’. De deelnemers leren samen met hun cliënt een landkaart te tekenen, waarmee ze de route van probleem naar oplossing op een creatieve manier letterlijk in kaart kunnen brengen. De oefening leidt tot fraaie beelden en dichterlijke benamingen als ‘Strand van de vertwijfeling’ en ‘Doorwaadbare plaatsen’ in een rivier, op weg naar het kasteeltje ‘Studie afgerond.’ Ook wordt een oefening gedaan met ‘opstellingen’, een methodiek om meer inzicht te krijgen in een vraagstuk door het visueel uit te beelden. Dit kan worden gedaan met poppen, maar ook met mensen die de betrokkenen representeren. “Om ruis op de lijn te voorkomen is het wat mij betreft cruciaal dat de persoon die opgesteld wordt geen weet heeft van de vraag die de opsteller heeft”, stelt counsellor en begeleider Trudy van Bochove. De oefening leidt tot ontroerende taferelen en voor een aantal verraste deelnemers inderdaad tot een antwoord op hun niet uitgesproken vraag. Opruimen De oefeningen blijken een goede voedingsbodem te hebben gelegd voor een debat over de stelling: ‘Ervaringsdeskundigheid: competentie of valkuil?’ Eén steeds terugkerend inzicht: ervaringsdeskundigheid is niet per se een meerwaarde voor vakbekwaam counsellorschap. Er zijn juist veel valkuilen, zoals ‘leedconcurrentie’ en ‘compassiemoeheid’. Een ander gevaar: de persoonlijke ervaringen van de counsellor worden een op een geprojecteerd op de cliënt, terwijl die heel andere gevoelens bij de gebeurtenis kan hebben. Ervaringsdeskundigheid expliciet inzetten als ‘unique selling point’ - zoals vaak op websites te lezen is - kan bovendien leiden tot de beruchte dramadriehoek. Misschien zelfs een bermudadriehoek waarin de cliënt gekwetst verdwijnt en nooit meer terugkomt, boos of verdrietig als hij of zij is op de counsellor, die zich door gebrekkig zelfinzicht van geen kwaad bewust is. Wijze lessen De oefeningen en gesprekken in het weekend zijn duidelijk niet alleen van belang voor de cliënten van de deelnemers, maar ook zeer verrijkend voor henzelf. Ook counsellors, of misschien juist zij, moeten hun ‘levenshuiswerk’ blijven doen; een opgeruimd hoofd counselt immers netjes. Met deze wijze lessen en een schat aan nieuwe methodieken keren de deelnemers na twee intensieve dagen tevreden huiswaarts. De Counselling Summerschool vond plaats op 20 en21 augustus 2011 onder leiding van Trudy van Bochove, docent/trainer counselling en organisator, en Trudy van der Jagt, psycholoog NIP. De deelnemers ontvingen hiervoor 6 PE punten ABvC en 10 PE punten NFG. De Summerschool 2012 staat gepland voor augustus 2012 (onder voorbehoud). www.probalanza.nl Peter le Nobel en Annemarie de Groot, deelnemers Counselling Summerschool 2011 Trend: het nieuwe scheiden is bij elkaar blijven Wanneer je weinig heil meer ziet in je relatie lijkt scheiden een logisch vervolg. Toch is bij elkaar blijven vaak beter, blijkt uit onderzoek. En al helemaal als er kinderen zijn. Vooral wie een middelmatige relatie beëindigt, gaat hard achteruit in welbevinden, zo ontdekte de Amerikaanse onderzoeker Paul Amato. Van de stellen die waren gescheiden had ongeveer de helft grote huwelijksproblemen gehad. Ze hadden heftige ruzies, deden nauwelijks nog leuke dingen samen en waren erg ongelukkig met elkaar. Deze groep werd gemiddeld iets gelukkiger van een scheiding. Het was vooral de andere helft van de gescheiden koppels die de onderzoeker verbaasde. Bij hen leek er eigenlijk niet zoveel aan de hand te zijn. Ze maakten weinig ruzie, voelden zich toch nog best tevreden met hun relaties, ondernamen nog dingen samen, en er waren wel problemen, maar niet zo heel veel. Het waren dus geen droomrelaties. Door te scheiden hoopten deze mensen meer uit het leven te halen en van een 6 of een 7 een 9 te maken. Maar zowel mannen als vrouwen uit dit soort huwelijken voelden zich gemiddeld juist een stuk ellendiger door de scheiding. Er is nog een groot nadeel aan het opbreken van relaties die niet dramatisch slecht zijn. Want vaak is er een derde partij bij betrokken: de kinderen. Uit onderzoek blijkt dat juist voor hen de scheiding moeilijk te verkroppen is. Alleen als ouders echt heel heftige ruzies hebben en vijandig staan tegenover elkaar, zijn kinderen er bij gebaat als ze uit elkaar gaan. Maar bij een middelmatig huwelijk schieten ze niets op met de scheiding: ze hadden immers best een prima en stabiel gezinsleven. Het is dan ook een mythe dat kinderen beter worden van een scheiding omdat hun ouders zich er prettiger door voelen. In de eerste plaats knappen ouders vaak helemaal niet zo op van een scheiding. Daarnaast hebben kinderen veel minder last van een ongelukkig huwelijk dan de ouders zelf. En van een scheiding hebben ze wél last. Sinds de negatieve effecten voor de kinderen steeds bekender zijn geworden bij het grote publiek, kiezen meer mensen ervoor om toch bij elkaar te blijven. Dat geldt vooral voor hoogopgeleiden, zegt Ed Spruijt van de Universiteit van Utrecht. Veel ouders die op het punt van scheiden stonden en hulp hebben gezocht, zijn achteraf heel blij dat ze bij elkaar zijn gebleven. Als het woord ‘scheiden’ eenmaal is gevallen, is het niet gemakkelijk om toch te besluiten bij elkaar te blijven. “Het is een moeilijk keerpunt”, erkent ook relatietherapeute Susanne Donders. “Het is dan belangrijk om in het beginstadium nog niet te veeleisend te zijn. Begin eerst maar eens met verbondenheid en vriendschap, door met elkaar te bespreken wat je belangrijk vindt en waar je behoefte aan hebt, en elkaar gerichte aandacht te geven. Nog beter is om in een vroeger stadium aan je relatie te gaan werken, en te voorkomen dat het woord ‘scheiden’ valt.” (Bron: Psychologie Magazine)
Gratis
lees meer

Schrijf je in voor de nieuwsbrief en blijf op de hoogte!

Op weg naar ruimte en vrijheid

Crisis als aanleiding om inzicht te vergroten in (je) identiteitswerk

Datum:
Locatie:

Download gratis deze white paper