logo-professioneel-begeleiden logo-professioneel-begeleiden
Filters

Alle artikelen - Abonneer je nu!

Mannentaal

Auteur: Roos Vonk

Wie zou onderstaande soorten woorden meer gebruiken bij het praten en schrijven; mannen, vrouwen, of allebei evenveel? eerste persoon enkelvoud: ik, mij, mijn eerste persoon meervoud: wij, ons, onze lidwoorden: de, het, een voel-woorden, bijv. blij, droevig, liefde denk-woorden, bijv. omdat, reden, denk Je denkt misschien dat vrouwen meer wij- en voel-woorden gebruiken, maar onderzoek laat hierin geen betrouwbaar sekse-verschil zien. Anders dan je zou verwachten, gebruiken vrouwen meer ik- en denk-woorden. Mannen gebruiken meer lidwoorden, hetgeen vermoedelijk samenhangt met een meer formele, afstandelijke stijl – die, wonderlijk genoeg, wordt gekenmerkt door relatief veel lidwoorden. Dit alles blijkt uit verschillende studies van de Amerikaanse psycholoog James Pennebaker**, die bergen met gesproken en geschreven taal heeft geanalyseerd. Meer ik-woorden weerspiegelen meer zelfbewustzijn, dus misschien is het niet vreemd dat vrouwen daarop hoger scoren: ze doen wellicht meer aan zelfreflectie – of moeten we zeggen tobben en navelstaren***. Over jezelf nadenken kan immers ook ongezond zijn, en misschien verklaart dat waarom dichters die meer ik-woorden gebruiken vaker zelfmoord plegen. Het boeiende van voornaamwoorden en lidwoorden is dat ze, hoewel ze slechts 0,1 % van onze woordenschat vertegenwoordigen, feitelijk meer dan de helft uitmaken van alle woorden die we gebruiken. Alles wat we zeggen en schrijven is ermee doorspekt. Tegelijkertijd zijn dit de woorden waar we het minst over nadenken en waar we ook het minst op letten als we naar anderen luisteren. We letten op de inhoudswoorden – zelfstandige naamwoorden, werkwoorden, bijvoeglijke naamwoorden en bijwoorden. Maar ondertussen zijn er systematische verschillen tussen mensen in het gebruik van de zogenoemde functie-woorden (waaronder ook telwoorden, voegwoorden en voorzetsels), die inhoudswoorden verbinden en organiseren. Juist het gebruik van die woorden kan iets zeggen over de spreker, zonder dat spreker en toehoorder dit beseffen. Naast de genoemde sekse-verschillen blijkt bijvoorbeeld dat mensen die veel lidwoorden gebruiken meer georganiseerd, zorgvuldig en stabiel zijn; ze zijn ook ouder en politiek conservatiever. Hun schrijfstijl is vaak formeel; een stijl die vaker voorkomt bij mensen die weinig roken en drinken, gericht zijn op status en macht, mentaal gezond zijn maar niet erg eerlijk of zelfbespiegelend. Een andere schrijfstijl is de narratieve, verhalende stijl. Die wordt gekenmerkt door het gebruik van woorden als ‘met’ en ‘samen’ en door werkwoorden in de verleden tijd. Mensen met deze stijl zijn extraverter, hebben betere sociale vaardigheden en meer vrienden. De ene stijl is overigens niet per se beter dan de andere: juist flexibiliteit lijkt positief te werken. Dat was althans zo in een studie waar mensen op verschillende dagen schreven over een traumatische gebeurtenis. Mensen die het meest wisselden van stijl gingen het meest vooruit dankzij het schrijven, en dat kwam vooral door veranderingen in het gebruik van persoonlijke voornaamwoorden; ik, hij, wij, zij. Het wisselen daarin wijst erop dat de schrijver dingen van verschillende kanten bekijkt en dat is blijkbaar gezond. Het gevonden verband is correlationeel, dus we weten niet wat oorzaak en gevolg is. We weten dus ook niet of mensen er iets aan hebben als je ze vooraf de opdracht zou geven om met wisselende voornaamwoorden over zichzelf te schrijven. Wie weet worden ze er wel schizofreen van ;). Wél bekend is dat schrijven over traumatische gebeurtenissen op zichzelf al heilzaam is voor mensen; en dat over jezelf schrijven in de derde persoon (hij, zij) zinvol is: het helpt mensen om met wat meer afstand naar zichzelf te kijken. Ook op het gebied van succes en carrière kan het woordgebruik tot op zekere hoogte voorspellen hoe het iemand vergaat. Studenten die hoge cijfers halen blijken bijvoorbeeld minder werkwoorden, minder persoonlijke voornaamwoorden en meer zelfstandige naamwoorden te hebben gebruikt in hun aanmeldingsbrief voor de universiteit. Mogelijk weerspiegelt dat een relatief zakelijk, mannelijk taakgebruik – gericht op ‘dingen’, niet op processen. Ook andere typisch vrouwelijke taalgewoontes lijken mij niet heel handig op de carrièreladder. Zo is de taal van vrouwen minder stellig en meer omslachtig: waar een man zegt ‘zo is het’, dekt een vrouw het af met woorden als misschien, een beetje, denk je niet, eigenlijk. Vrouwen gebruiken ook meer verkleinwoorden: collegaatje, vriendinnetje, baantje. Dames, hou daarmee op! (En heet je Catootje, Sjoukje, Janneke, hou daar ook mee op en verander je naam.) En dan is er natuurlijk nog het gebruik van uitroeptekens: die zijn leuk voor een spontane vrolijke gezellige meid, maar niet voor een vrouw van de wereld. Volgens sommige eindredacteuren mag je zelfs in een heel tijdschrift maximaal één uitroepteken gebruiken. Voor dit hele tijdschrift heb ik die deze keer al gebruikt… Roos Vonk is hoogleraar sociale psychologie aan de Radboud Universiteit Nijmegen. Haar specialismen zijn onder meer: de eerste indruk, zelfbeeld/zelfkennis, autonomie en authenticiteit, sociale beïnvloeding en macht, emoties en motivatie/inspiratie. Ze is auteur van veelgelezen boeken over menselijke gebreken, zoals ‘De eerste indruk’, ‘Ego’s en andere ongemakken’ en ‘Menselijke gebreken voor gevorderden’.   *   www.newscientist.com **  www.scientificamerican.com *** www.roosvonk.nl
Gratis
lees meer

Dilemma: Word jij lid van deze coachespool?

Auteur: Francine ten Hoedt, Philine Spruijt

Via een recruiter krijg je het verzoek om lid te worden van de coachespool van een bedrijf. Ze bieden een vaste vergoeding van 300 euro per gesprek van anderhalf uur en minimaal vijf trajecten per jaar. De organisatie blijkt een cosmeticafabrikant, waarvan bekend is dat ze gebruik maken van dierproeven en kinderarbeid in lagelonenlanden.   Continuïteit Zakelijk gezien is het erg aanlokkelijk om dit verzoek en de bijbehorende coachingsopdrachten te accepteren. Zeker in deze tijd van economische malaise is het fijn om een grote klant te hebben, die continuïteit in opdrachten kan garanderen. De vergoeding is niet onredelijk te noemen en omdat je in een pool komt, krijg je coachees uit alle geledingen van het bedrijf. Dierproeven? Natuurlijk kun je bezwaar hebben tegen het type opdrachtgever: een cosmeticafabrikant. Die maken luxeproducten, waar je van kunt vinden dat die niet echt nodig zijn. Maar er is wel een markt voor. Dan het feit dat ze gebruik maken van dierproeven. Dieren worden voor zoveel gebruikt. We eten ze, we dragen kleding die van dieren is gemaakt en gebruiken allerlei andere zaken die op dieren zijn getest. Je zou toch niet willen dat ze mensen als proefkonijn gebruiken? Kinderarbeid? Hoe erg is het dat er kinderarbeid wordt toegepast? Het kan geen zwaar werk zijn om voor een cosmeticafabrikant te werken, dus die kinderen zullen vast niet erg te lijden hebben. Bovendien leveren ze een bijdrage aan het gezinsonderhoud. Zouden zij niet werken, dan zou de levensstandaard van henzelf en de familie waar ze uit komen veel lager zijn. Misschien zouden ze zelfs wel van honger omkomen. Dat wil toch ook niemand. En bovendien is het in lagelonenlanden nou eenmaal zo dat iedereen, dus ook kinderen, werken. Daar kan een coach hier in Nederland niets aan veranderen! Verantwoording Het aanbod is verleidelijk. Maar hoe kun je het voor jezelf verantwoorden dat je voor dit bedrijf wilt werken? Ze misbruiken waardevolle grondstoffen om overbodige luxeproducten te maken. Die grondstoffen kunnen ook worden gebruikt om het hongerprobleem in de wereld aan te pakken. Yoghurt, fruit en kruiden zijn om te eten, niet om onder je oksels te smeren of je benen mee te ontharen. Ze testen die overbodige producten op weerloze dieren, die normaliter lekker buiten zouden moeten rondhuppelen of gekoesterd door hun eigenaren. Die dieren worden speciaal gefokt om te voorkomen dat jij en ik uitslag krijgen als we een van de honderden nieuwe smeerseltjes per jaar uitproberen. Zo langzamerhand zouden fabrikanten toch moeten weten welke stoffen schadelijk zijn voor mensen, daar hoef je geen dierproeven voor te doen. En ten overvloede: ze laten kleine kinderen hun producten in elkaar zetten en betalen daar een hongerloontje voor. Daarmee houden ze de achterstandspositie van die landen in stand. Kinderen moeten kunnen spelen en naar school gaan als ze er oud genoeg voor zijn. Ze moeten niet ingezet worden voor het maken van luxeproducten voor rijke landen. Dat geld kun je beter investeren in die arme landen, zodat de mensen daar ook van Maslov 1 naar Maslov 2 en 3 kunnen. En misschien is het nog beter om het geld te besteden aan bewustwording in de rijke landen, welke offers het vraagt om wat onnodige cosmetica op je gezicht en lijf te kunnen smeren. Sustainability Maar toch… Die toekomstige coachees, die hebben gewoon een coach nodig! Als jij het niet doet, dan is er wel een ander, dus wat zou het weigeren van deze opdracht uiteindelijk voor zin hebben? Bovendien, misschien kun je via je coachees het bedrijf wel verbeteren, meer aandacht krijgen voor sustainability. Toch maar doen? Of toch maar niet? Francine ten Hoedt en Philine Spruijt zijn de oprichters van de CoachingCarrousel, auteurs van ‘33 Daverende Dilemma’s voor Coaches’ en ontwikkelaars van de ‘Veertig Vileine Vragen voor …’ reeks. In deze rubriek formuleren ze een dilemma en belichten de vraag vanuit verschillende invalshoeken, zonder het overigens altijd eens te zijn met die invalshoeken. www.coachingcarrousel.com  
Gratis
lees meer

Deelgever: Passie

Auteur: Marten Bos

Marjan Tolsma en Petra Feenstra zijn twee vrouwen die een duidelijke push hebben gegeven aan mijn levenshouding en beroepscarrière. In mijn contact met hen werd ik me al vroeg bewust dat er ‘andere’ mensen zijn. Mensen die gewoon ook aandacht en warmte nodig hebben en die zeker ook teruggeven, die anders in het leven staan, anders naar de wereld kijken. Zij waren voor mij de ‘allochtonen avant la lettre’, waarbij ik me altijd gewenst en op mijn gemak voelde.  Veel mensen ontweken hen. Ze werden vreemd gevonden, waardoor mensen hen kleinerend aanspraken. Door anderen werden ze eng gevonden en men bleef liever op afstand. Er werd contact vermeden met deze twee meisjes/vrouwen omdat ze anders/verstandelijk beperkt waren. Verbeeldde dit mijn gevoel er niet helemaal bij te horen? Zat er al jong een Florence Nightingale in me? Voelde ik me belangrijk, ik als eenoog in het land der blinden? Drive Het zal een combinatie zijn. Ik weet het niet, als jongetje had ik uiteraard niet het reflecterend vermogen van nu. Maar voor mij is het zeker: zij hebben mij op het spoor gezet van mijn droombaan. Als elfjarig jongetje wist ik: “Ik word leraar op een blo-school, ik ga werken met mongooltjes, debiele kinderen.” Een jargon dat nu achterhaald en uit den boze is, maar toen was het de enige taal die ik kende. Ik ben, met wat omzwervingen, een tijdje dicht bij die droom in de buurt geweest. Ik liep stage in een tehuis voor kinderen met een verstandelijke beperking en ik heb gewerkt in een begeleid-wonenproject met mensen met een licht verstandelijke beperking. Al snel merkte ik echter dat dit niet mijn baan was; ik miste het intellectuele contact, ik miste het kunnen zien van vooruitgang. De werkers in dit werkveld waardeer ik enorm. De volhardendheid om steeds te blijven werken met de beperkingen. Dat is een handicap voor menig professional, in ieder geval was dat zo voor mij. Mijn betrokkenheid bij wie of wat ‘er niet bij hoort’ is echter wel gebleven. Voor mij is het een herkenbaar gevoel; soms overvalt het me, soms weet ik het al voordat ik een situatie inga. Hoor ik hier wel bij? Pas ik wel? Wil ik hier wel bijhoren? Het is een oud verhaal, een gevoelig verhaal en zoals ik nu weet, nog steeds een belangrijke motivatie, een drive in mijn bestaan. Thuis In het werken met mensen met een migranten- of vluchtelingenachtergrond, heb ik mijn verhaal in een bredere, theoretische context kunnen plaatsen. Mijn ‘er-niet-bij-horenverhaal’ is door hun verhalen aan mij teruggegeven, gespiegeld. Het is deze groep die mij een sociaal, emotioneel, doorvoeld en doordacht – een intellectueel – verhaal heeft gegeven over ‘de ander/de vreemde’. In vrijwilligerswerk en bij betaalde banen bij onder andere het Komitee Marokkaanse WAO-slachtoffers, VluchtelingenWerk en de Vrolijkheid kreeg ik theorieën en praktijken voorgeschoteld over wat een context kan doen met je identiteit. Wat geeft ons een gevoel van thuis zijn en wanneer word ik de vreemdeling? Steeds meer werd ik me gewaar dat ik een gevoel van thuis zijn heb als ik in een omgeving ben waar ik mag zijn met al mijn identiteiten. Een sociale omgeving waar ik herkenning voel in mijn persoonlijke diversiteit. Als ik dat werkelijk ervaar, doet mijn identiteit er eigenlijk niet meer toe, kan ik er op zijn minst zelf regie over voeren. Ik leef op in een omgeving die inclusief is, waar mensen erbij horen in alle verscheidenheid. Niet een context van aanpassing, assimilatie, integratie, waar verschil in identiteiten ontkend wordt, maar juist daar waar het verschil vanzelfsprekend is. Fortuin Mijn passie voor inclusief werken ben ik steeds meer vorm aan het geven; beroepsmatig, maar zeker ook onbetaald. Juist ook in het onbetaalde werk, in mijn persoonlijk sociale en fysieke omgeving, zoek ik het en co-creëer ik het. Buurtbewoners, en professionals met passie voor diversiteit, mensen die zich actief inzetten voor een inclusieve samenleving, die heb ik graag in mijn omgeving. Met hen construeer ik sociale situaties waarbij onze interne diversiteit aanwezig kan zijn. Waar we niet alleen het mooie, maar ook het lastige van diversiteit kunnen delen, waar het schurende ook mag zijn, zonder dat er een veroordeling op zit. Mijn passie bruist in het contact met en tussen mensen, die het verschil kunnen en willen dragen. In een omgeving waarin zowel het debat als de dialoog aanwezig is, waar de individuele en de collectieve pijn erkend wordt en er mag zijn, naast het vieren en het plezier. Het mag duidelijk zijn, een inclusieve samenleving is voor mij een soort levensnoodzaak. Het professionele en het persoonlijke zijn daarbij twee onlosmakelijke voedingsstromen, waarin ik de balans en de spanning zoek tussen investeren en ontvangen. Als professional verdien ik mijn brood door mijn kennis en inspanningen te gelde te maken. In het onbetaalde ervaar ik vooral ook het andere loon: sociale, relationele, emotionele en geestelijke beloningen en soms het genot en de kennismaking met niet-westerse keukens. De onbetaalde context profiteert daarbij van mijn vakkennis en ook visa versa. ‘Fortunate with my opportunities’ is een tattoo die ik na een retraite in Thailand, met bamboe en in het oud Thais, op mijn schouder liet tatoeëren. Ik ervaar regelmatig mijn fortuin, de wereld biedt mij veel kansen, mogelijkheden en geschenken. Daarin voel ik een mooie verplichting om ook iets voor de wereld te doen, daar profiteer ik weer van, als onderdeel van de wereld. Ik draag als persoon, die onlosmakelijk verbonden is met de professional in mij, graag bij aan sociale omgevingen waar het verschil schuurt en bloeit.  Marten Bos is professioneel begeleider en adviseur voor mens en organisatie, geïnspireerd door de kwaliteit en de kracht van diversiteit, met aandacht voor de wisselwerking tussen het individu en de wereld. www.martenbos.nl  
Gratis
lees meer

Schrijf je in voor de nieuwsbrief en blijf op de hoogte!

Op weg naar ruimte en vrijheid

Crisis als aanleiding om inzicht te vergroten in (je) identiteitswerk

Datum:
Locatie:

Download gratis deze white paper