logo-professioneel-begeleiden logo-professioneel-begeleiden
Filters

Alle artikelen - Abonneer je nu!

Schriftelijk tentamineren

Auteur: Jackelien ter Burg

Milius, Jaap (2007). Schriftelijk tentamineren. Een draaiboek voor docenten in het hoger onderwijs. IVLOS, Utrecht. ISBN 978 90 393 4474 3. 82 pagina’s, prijs: E12,50 (inclusief verzendkosten). Nadere informatie/bestellen: IVLOS, secretariaat Hoger Onderwijs, w.p.m.veltman@ivlos.uu.nl. De auteur van het boek, Jaap Milius, is werkzaam als docentenopleider en onderwijskundig adviseur bij het Interfacultair Instituut voor Lerarenopleiding, Onderwijsontwikkeling en Studievaardigheden (IVLOS) van de Universiteit Utrecht. Hij heeft zich de afgelopen twintig jaar bezig gehouden met de ontwikkeling en implementatie van toets- en beoordelingmethoden in het hoger onderwijs en bedrijfsopleidingen. In het boek heeft hij de in de praktijk best werkende tips gebundeld. Milius beschrijft in zijn boek een vijfstappenplan voor de ontwikkeling van toetsen: het ontwerp, de constructie, de toetsafname, nakijken en beoordelen, de evaluatie. Deze stappen zijn per hoofdstuk uitgewerkt. Hoofdstuk 1 begint met de ontwikkeling van het toetsplan waarin staat beschreven waarvoor, wat, wanneer en hoe getoetst gaat worden en wie gaat beoordelen. In hoofdstuk 2 beschrijft Milius de constructie van meerkeuzevragen (uitsluitend één-uit-meer en stellingvragen) en open vragen. Hij geeft met voorbeelden aan dat met meerkeuzevragen niet alleen op het niveau van kennis en begrip, maar ook op een hoger niveau getoetst kan worden. Hij gaat in op de vraag uit hoeveel vragen een toets moet bestaan. Hoofdstuk 3 gaat voornamelijk in op de informatievoorziening naar de student. In hoofdstuk 4 geeft Milius praktische handvatten om schriftelijke tentamens zo objectief en efficiënt mogelijk na te kijken en de cesuur te bepalen. Het evalueren in hoofdstuk 5 dient om verantwoording over de kwaliteit van de toets af te leggen, maar ook om de kwaliteit van de volgende toetsen te verbeteren. Hij geeft hierbij de tip een vraag die goed uit de analyse komt, te gebruiken als voorbeeld bij de constructie van de toets voor het volgende jaar. Het boek bevat een groot aantal praktische handreikingen. Het boek is zo vormgegeven dat de hoofdtekst steeds op de rechterbladzijde staat en een voorbeeld, stappenplan, checklist, illustratie en dergelijke op de linkerbladzijde. Deze handreikingen sluiten niet altijd direct aan op de hoofdtekst. Daarnaast verwijst de hoofdtekst geregeld naar de zestien bijlagen met nog meer handreikingen. Dit maakt het volgen van de hoofdtekst lastig. De tekst is niet foutloos. Enige voorkennis van toetsconstructie is gewenst, waardoor het boek minder geschikt is voor beginnende toetsconstructeurs. Door de duidelijke inhoudsopgave en een uitgebreid register kan het boek wel goed dienen als naslagwerk voor meer ervaren toetsconstructeurs. Milius besteedt veel aandacht aan de kwaliteit van de toetsen, ook bij open toetsen. Hij laat zien dat voor een toets- en itemanalyse niet een duur pakket aangeschaft hoeft te worden. De analyse kan ook uitgevoerd worden met SPSS of Microsoft Excel. Hoewel het boek is geschreven voor docenten die schriftelijk tentamineren in het hoger onderwijs en ondersteund worden door het IVLOS, is het boek goed te gebruiken door iedereen die meer wil toetsen dan alleen kennis. De handreikingen kunnen goed gebruikt worden om kwalitatief goede computertoetsen te maken. Bijvoorbeeld de uitwerking hoe een open vraag meer gesloten te maken is (om de vraag objectiever te kunnen beoordelen), zou gebruikt kunnen worden om van bestaande schriftelijke toetsen computertoetsen te maken. Kortom: het boek is een goede aanvulling op de bestaande literatuur over toetsen. Mw. drs. J. ter Burg is werkzaam als freelance onderwijskundige met als specialisatie Toetsing. E-mail: Jackelien@toetsrealisatie.nl.
Gratis
lees meer

De gokkans bij meerkeuzevragen

Auteur: Joost Dijkstra

Een meerkeuzevraag is zo gemaakt, maar een slechte vraag gaat vaak ten koste van de goede studenten. U kent ze wel: uitstekend in de klas, maar teleurstellend op het examen. Gok 1: Hoe meer vragen in de toets hoe beter! Meer vragen dus meer informatie levert doorgaans een meer betrouwbaar oordeel op. Dat klinkt mooi in theorie, maar in de praktijk moeten die vragen ook door docenten gemaakt worden. Meer vragen is meer tijdsdruk en dat komt de kwaliteit waarschijnlijk niet ten goede. Meer vragen tijdens een toets betekent ook dat studenten langer geconcentreerd moeten blijven, onder tijdsdruk de vragen moeten maken, en in tijdnood gaan gokken. In plaats van meer informatie levert het dan meer ruis op. Dan liever minder vragen, maar wel goede vragen. Meerkeuzevragen worden door studenten zeer gewaardeerd, omdat de voorbereiding dan gericht kan worden op herkenning van de goede antwoorden in plaats van begrip (en als je het niet herkent dan gok je toch gewoon). Tegelijkertijd worden meerkeuzevragen verguisd, omdat studenten worden afgeleid door de incorrecte alternatieven en worden de goede studenten aan het twijfelen gebracht omdat ze te ver doordenken. Gok 2: Hoe meer alternatieven per vraag hoe minder de gokkans! Als we maar genoeg alternatieven toevoegen dan wordt herkenning van het goede antwoord onmogelijk. Helaas is het bedenken van alternatieven vaak een uitdaging op zich. Uiteindelijk blijkt dat ook nog vaak vergeefse moeite. Studenten zijn zeer bedreven in het identificeren van die extra, vergezochte alternatieven. Het gaat dan ook niet om veel alternatieven, maar om zinvolle alternatieven. Relevante en reële alternatieven moeten een aantrekkelijke optie zijn voor studenten, zodat ze niet meteen weggestreept worden. Natuurlijk gokken studenten wel eens, maar hoe vaak moet je als student nu echt random gokken op een examen? Vaak worden vragen niet al te best opgesteld, dus de toetsslimme student werkt zich er zonder kennis wel doorheen. Het langste alternatief met de meeste details is meestal juist. Het alternatief met de meeste overlap aan informatie, niets is nooit en alles kan. En als je het echt niet weet kies je voor het alternatief in het midden (B of C), want vragenmakers mijden de extremen en verstoppen het goede antwoord graag tussen afleiders. Gokken ontmoedigen door strafpunten voor een onjuist beantwoorde vraag werkt vooral in theorie. In werkelijkheid meet dit ook de persoonlijkheid van de student in termen van de bereidheid tot het nemen van risico: een foutieve gok met bijbehorende strafpunten. Gokken is dan ook niet altijd verkeerd. Mensen die bereid zijn tot gokken maken eerder promotie, verdienen meer geld en vergokken dit weer in het casino (of op de beurs). Maar zolang de cesuur boven de random gokkans ligt en het niet om het nationale examen voor croupiers gaat, hoeven we ons niet druk te maken om de gokkans. Vooraf aandacht voor kwaliteit en inhoud is belangrijker voor de betrouwbaarheid van het examen dan het aantal vragen of alternatieven. Maar ja, ook al hebben we het vooraf zoveel mogelijk dichtgetimmerd, de kwaliteitscontrole komt achteraf als de op-het-nippertje-gezakte studenten er nog even een puntje komen bijpraten. De heer J. Dijkstra is werkzaam aan de universiteit van Maastricht. Hij zal in 2009 de Gastcolumn verzorgen. E-mail: joost.dijkstra@educ.unimaas.nl.
Gratis
lees meer

Assessments in het hoger onderwijs

Auteur: Desirée Joosten-ten Brinke

Joughin, G. (Ed.) (2009). Assessment, Learning and Judgement in Higher Education. DOI:10.1007/978-1-4020-8905-3_1. Springer Science + Business Media 445 p. Hardcover, ISBN: 978-1-4020-8904- Dit boek onder redactie van Gordon Joughin geeft de huidige stand van zaken weer rondom het denken over assessments in het hoger onderwijs. De bijdragen van de acht auteurs zijn vooral gebaseerd op onderzoek in het Verenigd Koninkrijk en Australië. De redacteur geeft aan dat met het boek geen nieuwe wegen worden ingeslagen, maar dat het kritische punten van assessment wil behandelen. Voor het gebruik van assessments in leersituaties worden de concepten assessment, leren en beoordelen uitgewerkt. Drie functies van assessment komen vooral aan bod: beoordelen van prestaties, ondersteunen van het leerproces en het behoud van standaarden waarvoor de student wordt opgeleid. In het eerste hoofdstuk van Joughin wordt een definitie gegeven van assessment: ‘To assess is to make judgements about students’ work, inferring from this what they have the capacity to do in the assessed domain, and thus what they know, value, or are capable of doing’ (Joughin, 2009, p.16). Zoals deze definitie aangeeft gaat het niet alleen om de beoordeling van een prestatie, maar ook om vast te stellen wat die betekent voor de toekomst. Assessment stuurt het leren en de manier waarop studenten leren benaderen kan dus door assessments worden gestuurd. Het probleem van beoordelen en de rol die de student daarbij kan vervullen komt aan de orde in de hoofdstukken van D. Boud, D.R. Sadler en M. Yorke. Boud geeft aan dat het ontwerpen van assessments moet beginnen vanuit de behoefte in de praktijk na het opleiden en niet vanuit de behoefte van een onderwijsinstelling. Deze praktijkgerichte kijk op assessments levert een aantal condities op voor het ontwerpen van assessments. Assessmenttaken moeten geplaatst worden in een authentieke omgeving. Holistische taken zijn beter dan gefragmenteerde taken. Aangezien het proces om tot een oplossing te komen vaak beter te generaliseren is dan het product dat gemaakt is, is het goed om ook bij de beoordeling te focussen op het proces in plaats van het product. Probeer los te komen van uitsluitend assessments op cursusniveau en ontwikkel programmaoverstijgende assessments. Sadler gaat in op het problematische gebruik van analytische beoordelingsschema’s en pleit voor het gebruik van holistische beoordelingen waarbij gebruikgemaakt wordt van criteria met een daarbij behorende interpretatie. Het is duidelijk dat deze aanpak een goede training van de beoordelaars vergt. Yorke behandelt het geven van scores. Scores zijn volgens hem slechts vage, niet erg precieze signalen. Hij stelt dat het beter zou zijn als studenten zelf aangevenwanneer ze recht hebben op een bepaalde beoordeling. Dit zou kunnen door ze de vraag te laten beantwoorden wat ze hebben gedaan om te voldoen aan de standaarden van de opleiding. De student kan hier dan onderwijscomponenten inbrengen, maar EVC is hierbij ook op zijn plaats. Deze manier van werken zou studenten bewuster maken van het leerproces waarin ze zich bevinden. De hoofdstukken die hierop volgen hebben betrekking op de rol van assessments ten behoeve van het bevorderen van leren. F. Dochy gaat in op het belang van edumetrische kwaliteitscriteria. Het hoofdstuk van J. Caroll bespreekt plagiaat. Zij geeft aan dat het bij de ontwikkeling van assessments al mogelijk is om het leren aan te moedigen en studenten van plagiaat te weerhouden. Ontwikkelaars moeten zichzelf vragen stellen als ‘Is de ontworpen opdracht uitdagend genoeg voor de studenten om daar tijd en energie in te steken?’, of ‘Bestaat het antwoord op de vraag al en is dat makkelijk te vinden?’. Plagiaat zal daarmee niet voorkomen worden, maar mogelijk wel verminderen. Het hoofdstuk van L. Suskie gaat in op de vraag hoe assessments diepgaand leren kunnen bevorderen. Tenslotte is er een hoofdstuk van K. Ecclestone over assessments in het beroepsonderwijs en het boek sluit af met een samenvatting van de besproken ontwikkelingen van de hand van redacteur Joughin. Voor de lezers van EXAMENS is dit boek een aanrader. Het is overzichtelijk, actueel en makkelijk leesbaar. Mw. dr. Joosten-ten Brinke is redacteur van EXAMENS. Zij is als onderzoeker werkzaam bij de Open Universiteit Nederland. E-mail: desiree.joosten-tenbrinke@ou.nl.
Gratis
lees meer

Schrijf je in voor de nieuwsbrief en blijf op de hoogte!

Op weg naar ruimte en vrijheid

Crisis als aanleiding om inzicht te vergroten in (je) identiteitswerk

Datum:
Locatie:

Download gratis deze white paper