logo-professioneel-begeleiden logo-professioneel-begeleiden
Filters

Alle artikelen - Abonneer je nu!

Het Eerste Telboekje

Auteur: Joost Dijkstra

Je kunt niet vroeg genoeg beginnen met wiskunde en dus kreeg mijn zoontje van twee laatst bij gelegenheid zijn ‘Eerste Telboekje’, althans dat beweerde de titel, want in werkelijkheid was het al zijn derde of vierde telboekje. In het boekje wordt netjes van 1 tot 10 geteld (waarom dat altijd van 1 tot 10 moet zijn is niet dui delijk) met behulp van auto’s (die getallen kende hij het eerst), dieren, fruit en speelgoed. Zoals goed onderwijs betaamt wordt het boekje afgesloten met een toets (zonder antwoordsleutel alsof de peuter die net leert tellen wel al kan lezen en meteen de neiging tot fraude heeft). Vanzelfsprekend is dit dan ook vaak een onverwachte mondelinge overhoring door papa of mama. Onze peuter moet bewijzen dat hij het tellen heeft geleerd. Immers, het is de toets die motiveert om te leren. De toets stuurt het leergedrag van de lerende. Eigenlijk wisten we dat al lang, maar nu dat steeds onder onze neus wordt gewreven, kunnen we er bijna niet meer omheen. En misschien niet eens onterecht, want als we naar onszelf kijken zien we dat in de meeste gevallen ook terug. Op school heb ik voor wiskunde nooit een bladzijde extra gelezen, laat staan bestudeerd, alleen wanneer die op de toets (toen nog proefwerk) aan bod kwam. Dat lag helemaal niet aan het vak wiskunde, want hetzelfde geldt voor de meeste andere vakken. Nu zoveel jaar later zelf als docent merk ik precies hetzelfde en het maakt niet uit of het nu om onderwijs gaat waarbij de lerende of de docerende centraal staat. Leerlingen en studenten vragen altijd en meestal nadat je vol enthousiasme voor je vak een zijpad hebt bewandeld of een andere leuke anekdote hebt verteld: “komt dit terug op de toets?”. Het is dus niet gek dat het van belang wordt geacht dat we onze examinering zo moeten vormgeven dat deze aansluit op onze instructie in het onderwijs. Constructive Alignment, het afstemmen van instructiedoelen en toetsdoelen, of nog sterker het integreren van de toetsing in de instructie, tot zelfs Test-Enhanced Learning (testen leidt tot beter onthouden dan herbestuderen). Toetsen zit in de natuur van de mens en blijkt een effectieve leerstrategie. Zolang we het niet expliciet toetsen noemen valt het niemand op, dan gaat het allemaal automatisch en natuurlijk, net als leren. Kinderen hoef je niet te leren hoe ze moeten leren. Opeens kunnen ze praten en zeggen ze de gekste dingen na (van nature kunnen ze imiteren), opeens kunnen ze kruipen en later lopen (van nature leren ze soms letterlijk door vallen en opstaan). Niemand heeft ze geleerd hoe ze zich dat eigen moesten maken en toch denken we dat we ze op school eerst moeten leren leren en opeens stuurt de toets het leren. In de huidige kenniseconomie is het natuurlijk helemaal niet verkeerd om efficiënt en zonder veel omwegen het juiste te leren. Een toets als sturingsstrategie is ook niet verwerpelijk. De vraag is echter wanneer moeten we hiermee beginnen. Op welk moment in het levenslange leertraject moeten we beginnen met examineren, zodat het juiste geleerd wordt of moeten we dat een beetje relativeren? Weet u nog wanneer uw eerste toets was? Ik betwijfel het zeer of mijn zoontje zonder de laatste toetspagina in zijn vierde telboekje niet zou leren tellen. Sterker nog hij kan nu tot 13 tellen, maar tot nu toe ging geen enkel telboekje verder dan 10. De heer J. Dijkstra is werkzaam aan de universiteit van Maastricht. Hij zal in 2009 de Gastcolumn verzorgen. E-mail: joost.dijkstra@educ.unimaas.nl.
Gratis
lees meer

Actief Leren, Transparant Beoordelen

Auteur: Annemarie de Knecht-van Eekelen en Jolanda Soeting

Hartog, Rob J.M.(red.) (2008). Design and Development of Digital Closed Questions: A Methodology for Midsized Projects in Higher Education. Active Learning, Transparent Assessment – ALTB. Utrecht: SURF-foundation, 146 pp. Te downloaden van www.surffoundation.nl/en/publications. De stichting Solberg-Verlinden reikt tweejaarlijks een prijs uit voor een bijzondere prestatie op het gebied van toetsing in het Nederlandse onderwijs. De prijs is in 2008 toegekend aan het SURFproject ‘Actief Leren, Transparant Beoordelen’ (ALTB). De opzet en uitvoering van het ALTB-project, een samenwerkingsverband van de universiteiten van Delft, Wageningen en Amsterdam (VU), Fontys Hogescholen en Cito, is volgens de jury van groot belang voor de toets- en examenontwikkeling in het hoger onderwijs. In ‘Gezien en gelezen’ een bespreking van de bekroonde eindpublicatie over het ontwikkelen van gesloten vragen voor bètavakken en vakken met een bèta-gamma-karakter in het hoger onderwijs. Deze Engelstalige publicatie, waarvoor zeker internationale belangstelling zal bestaan, levert een belangrijke bijdrage aan een brede invoering van kwalitatief hoogwaardige, innovatieve vraagvormen. Het boek beschrijft in acht hoofdstukken uiteenlopende aspecten van het ontwikkelen van verschillende typen gesloten vragen. De onderzoekers richten zich op een gevarieerde groep gebruikers: de inhoudsdeskundige of Subject Matter Expert (SME), dit zijn de hoogleraren, academici, lectoren, docenten en andere tutoren, de student-assistenten met een zekere inhoudsdeskundigheid, de Assistant Subject Matter Expert (ASME), de onderwijskundige of Educational Technologist (ET), onderzoekers, systeemontwerpers en administrateurs. Ter verduidelijking is in het boek een leeswijzer opgenomen. De hoofdstukken 2 t/m 5 beschrijven een taxonomie voor ‘innovatieve’ vraagtypen, het scoren bij multiple response vragen en ontwerpeisen. Ruime aandacht wordt in hoofdstuk 6 besteed aan het gebruik van ‘design patterns’ of ontwerppatronen voor gesloten vragen. Hiermee is vrij eenvoudig een grote variatie aan voorbeelden te maken. Het project heeft ongeveer 2000 gesloten vragen opgeleverd voor vakken met natuurwetenschappelijke-, gezondheids-en ontwerpaspecten. Het boek geeft een aantal voorbeelden. De tien scenario’s in hoofdstuk 7 voor een mogelijke taakverdeling in kleine en middelgrote ontwikkelprojecten met bijbehorende begroting geven een overzicht van de wijze waarop een project het meest efficiënt een pool van 300 vragen kan ontwikkelen. Hieruit blijkt dat het verschil in kosten (van ruim E 31.000 tot ruim E 54.000) vooral ontstaat door ‘image processing’ en ‘entering in Computer-based Assessment system’. Voor toetsontwikkelaars biedt dit hoofdstuk een verhelderend beeld van wat een opgave kost. Het laatste hoofdstuk gaat in op de bestaande mismatch tussen enerzijds de functionaliteit van de bestaande virtuele leeromgevingen en toetssystemen en anderzijds de behoefte aan ontwerp en ontwikkeling van items. Een te ontwikkelen ‘Integrated Item Design and Development Environment’ (IIDDE) zou hierin kunnen voorzien. Over hoofdstuk 3, dat het scoren van multiple response vragen in een digitale toets behandelt, is nog wel een opmerking te maken. De auteurs van het hoofdstuk bieden ontwikkelvoorschriften voor dit type vragen. Zij stellen dat in een multiple response vraag waarbij het aantal goede antwoorden in de instructie wordt genoemd, het aantal goede alternatieven niet meer dan de helft van het totaal aantal alternatieven mag uitmaken en dat het totaal aantal alternatieven minstens vier moet zijn. Een kandidaat zal anders altijd minimaal één alternatief goed gokken. Deze constatering is zonder meer juist, maar het voorschrift staat tegelijkertijd haaks op de zeventiende richtlijn voor itemontwikkeling van Haladyna et al (2002), die de auteurs in hetzelfde hoofdstuk citeren. Deze luidt namelijk: ontwikkel zoveel effectieve alternatieven als je kunt verzinnen, maar twee of drie kan voldoende zijn. Een richtlijn die elke toetsontwikkelaar zichzelf eigen zou moeten maken is: voeg geen (ongeloofwaardige) alternatieven toe om de gokkans te erkleinen, want een alternatief dat ‘gekunsteld’ overkomt, zal door niemand worden gekozen (en heeft dus geen enkele invloed op de gokkans). Literatuur Haladyna, T.M., Downing, S.M. & Rodriguez, M.C. (2002). A Review of Multiple-Choice Item-Writing Guidelines for Classroom Assessment. Applied Measurement in Education 15, 309-334. Mw. dr. A. de Knecht-van Eekelen is hoofdredacteur van EXAMENS. Mw. drs. J. Soeting is werkzaam als opleidingskundig adviseur bij Teelen Kennismanagement.
Gratis
lees meer

Schrijf je in voor de nieuwsbrief en blijf op de hoogte!

Op weg naar ruimte en vrijheid

Crisis als aanleiding om inzicht te vergroten in (je) identiteitswerk

Datum:
Locatie:

Download gratis deze white paper