logo-professioneel-begeleidenlogo-professioneel-begeleiden
Filters
  • Alle artikelen

    «1»

    Het einde van de lijn

    In de onnavolgbare western Dead Man maakt de jongeman William Blake (meesterlijk naïef vertolkt door Johnny Depp) een treinreis naar het Wilde Westen om in een stadje genaamd Machine meen vacature van boekhouder te vervullen. In een van de eerste scènes valt de roet- en oliezwarte machinist zijn coupé binnen. Wanneer Blake hem desgevraagd vertelt dat hij op weg is naar Machine, zegt hij onthutst: ‘dat is het einde van de lijn!’ Een man die op weg is naar Machine bereikt niet alleen letterlijk het einde van de lijn: hij die gaat functioneren zonder te beleven of begrijpen is een levende dode. Blake’s reisdoel is je reinste poëzie der vervreemding, niet voor niets deelt Depps personage zijn naam met de grote Romantische dichter. De ironie is dat de zombie Blake zich van zijn eigen poëzie niet bewust is. Daarom verklaart de mysterieuze indiaan Nobody dat deze Blake zijn poëzie ‘niet in inkt, maar in bloed zal schrijven’: hij kan zijn gedicht niet beleven of begrijpen, alleen maar open uitvoeren. Spoiler alert: zijn in bloed geschreven poëzie kost Blake muiteindelijk het bare leven. Dit doet me denken aan de Australische filosoof David Chalmers. In The Conscious Mind (1996) stelt Chalmers zijn lezer de vraag of wij zombies zijn. Zijn pointe is dat, aangezien wij dat evident niet zijn, bewustzijn niet herleid kan worden tot louter functioneren, dat wij en de (hypothetische) levende doden gemeen hebben. In omgekeerde vorm, namelijk dat puur functioneren geen bewustzijn, begrip of leven is, is dit de poëtische waarheid van Dead Man. Waar de vraag naar bewustzijn aan onze vervreemding raakt, daar wordt de filosoof poëet en de poëzie filosofisch. Elke beleving en elk begrip van ons naar zombie-achtig functioneren neigende bestaan zijn een proeve van poëzie die maakt dat het einde van de lijn nog niet is bereikt. Dit staat er op het spel in de filosofische High Noon die wij in dit nummer ensceneren tussen Daniel Dennett en het duo Hubert Dreyfus en Charles Taylor. Hier geen spoiler, behalve dat beide kanten minstens zoveel vragen oproepen als beantwoorden. Namens alle nobody’s die functionerend en wel dit nummer ten uitvoer hebben gebracht wens ik u bewustzijn en poëzie toe. Mark Leegsma, hoofdredacteur
    Gratis
    lees meer

    Engel van de geschiedenis

    Het afgelopen jaar wilden we dat iFilosofie ergens over ging. Althans, we hebben geprobeerd aan ieder nummer een thema te verbinden. ‘Utopie’ (nummer 24), ‘gastvrijheid’ (25) en ‘onderwijs en opvoeding’ (29) kwamen, al zeg ik ’t zelf, aardig uit de verf, maar om de artikelen van bijvoorbeeld nummer 23 allemaal onder de noemer ‘democratie’ te brengen, moest ik me in het redactioneel wel van mijn lenigste kant laten zien. Al met al vraag ik me af of de lezer er iets van heeft gemerkt. In dit nummer vallen we terug op de themaloosheid. Idee, leitmotiv, constructie, plan: we laten ze ditmaal achterwege. Voordat u denkt dat ook daar een gedachte achter zit, kan ik u verzekeren dat de redactie, amper ontwaakt uit haar lange zomerslaap, zag dat het tijd was om een nieuw nummer te maken en toen ijlings bijeen gesprokkeld heeft wat er te sprokkelen viel. Toch kruipt het bloed waar het niet gaan kan, want ook in de stukken die dit themaloze nummer vlees aan de botten geven vallen knipogen naar het ontbreken van een thema te ontwaren. Het begint met onze nieuwe aanwinst, Denker des Vaderlands René ten Bos, die ons met ingang van deze editie elke maand op een column zal vergasten. Het zou me niet verbazen als hij deze gelegenheid te baat neemt om het ecosofische terrein dat hij in zijn laatste boek Dwalen in het antropoceen heeft blootgelegd verder te verkennen. Wat was zijn boodschap ook alweer? In plaats van de natuur onze – inadequate – ideeën op te dringen, moeten we er eerst maar eens in ronddwalen, doel- en themaloos, om te wennen aan leven op een planeet waarvan de (klimaat) verandering de ‘antropos’ een schrijnende lachspiegel voorhoudt. Nu we het toch over de moderne mens hebben: hoe zit het daar eigenlijk mee? Die vraag bracht Ger Groot tot De geest uit de fles, een boek waarvan de samengang van vorm en inhoud het antwoord al verraadt: de vele culturele vormen van de moderne mens, van kleding tot graffiti, zijn zijn inhoud. Wie in de onoverzichtelijke berg culturele fragmenten een lijn wil ontdekken, zal echter moeten zijn als Walter Benjamins ‘engel van de geschiedenis’, zoals Joost De Raeymaecker in zijn bespreking stelt. Waar wij stervelingen slechts een themaloze reeks van gebeurtenissen waarnemen, ziet de engel ‘één catastrofaal geheel’. Benjamin vond het de taak van de geschiedschrijver de rol van engel op zich te nemen en de naamlozen van de geschiedenis – die u en ik zijn – van die redeloze ‘vooruitgang’ te verlossen. Dit nummer gaat, kortom, nergens over. Maar daarmee is meer gezegd dan we doorgaans gemakkelijk vinden om te horen. Namens de naamlozen die uit hun zomerslaap ontwaakt zijn om dit nummer van iFilosofie bijeen te sprokkelen wens ik u een engeltje van de geschiedenis op uw schouder toe. Mark Leegsma, hoofdredacteur iFilosofie
    Gratis
    lees meer

    Realistische Wending

    We laten een tijdperk achter ons waarin filosofie werd gezien als ‘therapeutisch’ (Wittgenstein) en een ‘stichtelijk gesprek’ (Rorty). – Maar zitten we niet midden in dat tijdperk, hoor ik u vragen. Schieten de Schools of Life met hun how to... toepassingen van filosofische klassiekers niet als paddestoelen uit de grond? Mocht Alain de Botton niet het Rijksmuseum cureren onder de noemer ‘Art as Therapy’? En horen de vele cursussen van de ISVW zelf niet in dit rijtje thuis? Het antwoord op zulke vragen lijkt al te vanzelfsprekend ‘ja’ te luiden. Toch voltrekt zich momenteel een ‘realistische wending’ in de filosofie. Zowel aan de academie als in het publieke debat verschuift de aandacht van hoe wij mensen de realiteit actief vormgeven – in bewustzijn, taal, discours en andere ‘praktijken’ – naar de realiteit aan gene zijde van die maakbaarheid. Dat is een realiteit die zich van al onze praktijken geen barst aantrekt, of sterker nog: een realiteit die wij op onze beurt maar moeten ondergaan. Deze wending is voor Denker des Vaderlands René ten Bos hét thema van zijn onlangs verschenen Dwalen in het antropoceen. En in dat licht kunnen we ook Amor Fati van Erno Eskens en André de Vries zien. Toen bij filosoof De Vries vorig jaar kanker werd geconstateerd, stelde collega-filosoof en vriend Eskens hem de vraag: wat heb je aan filosofie nu je wordt geconfronteerd met een realiteit die zich van al die filosofie ogenschijnlijk niets aantrekt? Van kanker via klimaatverandering tot en met de uitwassen van de markteconomie hebben we te maken met fenomenen die het individu en zijn keuzevrijheid fnuiken, zo niet verpletteren. Als we Kris Pint mogen geloven, biedt de ‘wilde tuin van de verbeelding’ echter een foucaultiaanse ‘zorg voor het zelf’ en een bron van verzet tegend de zogeheten Grote Verhalen in één. Wie denkt dat het universum één onveranderlijke bal van blind onrecht is, vergeet immers één cruciaal detail: zichzelf. Ook ná de realistische wending blijft het van het grootste belang ons te laten aanspreken zoals ook Socrates zich ooit liet aanspreken door het gebod ‘ken uzelve’. Om die reden lijkt er helemaal niets te veranderen aan de status van filosofie als therapie en gesprek. Maar waar therapie de werkelijkheid psychologiseert en relativeert, daar moeten we nu, denkend aan Henk Oosterlings ‘hypokritiek’, onder ogen zien dat wij een realiteit die veel weerbarstiger is dan we zouden wensen de rug niet kunnen toekeren, en wel om de onthutsend simpele reden dat wij van die realiteit een integraal deel uitmaken, en zij van ons. Namens allen die iFilosofie actief vormgeven wens ik u toe dat u zichzelf niet vergeet. Mark Leegsma, hoofdredacteur
    Gratis
    lees meer

    Woede en gelatenheid

    Friedrich Nietzsche schreef ooit dat de mens, liever dan niet te willen, het niets wil. Die hoogst ambivalente toestand noemde hij nihilisme. Als geen ander zag Nietzsche dat alle lijnen van zijn tijd – liberalisme in de politiek, positivisme in de wetenschap, kapitalisme in de economie en subjectivisme in de filosofie – convergeerden richting zelfvernietiging. Het antwoord dat hij op zijn eigen onheilstijding gaf was even consequent als paradoxaal: willen we het nihilisme te boven komen, dan moeten we het onvoorwaardelijk willen. Dat er evenveel Nietzsche-interpretaties als interpretatoren zijn mag in het licht van deze absolute Bejahung niet verbazen. Waar ligt immers de klemtoon? Leggen we die op onvoorwaardelijk willen, dan is Nietzsche de filosoof van al het nabije aardse en toont hij zich een voorloper van het ‘laten zijn’ waar Martin Heidegger op uit zou komen. Maar als het accent op onvoorwaardelijk willen ligt, dan vinden we eerder de woedend-scheppende Übermensch op ons pad. Wie weet of een verzoening van deze twee uitersten denk- en leefbaar is, mag het zeggen. Helaas lijkt Nietzsche zelf tussen woede en gelatenheid te zijn verscheurd. Nihilisme houdt ons onverminderd bezig. Daarmee blijven de figuur van Nietzsche en zijn ‘oplossing’ zelf ook opduiken. Onmiskenbaar is zijn aanwezigheid in Blijf de aarde trouw, waarin Socratesbeker-genomineerde Henk Manschot een denken dat solidair is met de aarde – een ‘terrasofie’ – op nietzscheaanse leest schoeit. Maar het is, zoals Arthur Veenstra in zijn bespreking aankaart, zeer de vraag op welke Nietzsche Manschot voortborduurt: zou de edele Übermensch zich de ecobeslommeringen van de door schuldbesef geplaagde kudde laten aanpraten? De vraag stellen is hem beantwoorden. Onze preoccupatie met een gelatener levenshouding komt ook naar voren in de huidige interesse voor oosterse filosofie. Stine Jensen en recentelijk nog Hartmut Rosa zijn goede voorbeelden van westerse denkers die onthaasting en ‘resonantie’ uit de Oriënt putten. Ook de oosterse bronnen zelf komen in de belangstelling te staan. Zo biedt Filosofie met de vlinderslag van Woei-Lien Chong een introductie in de Zhuangzi, een grondtekst van het Chinese daoïsme. Wat ons daaraan lijkt te fascineren is een beeld van gelatenheid zonder woede. Of we als erfgenamen van het nihilisme het ene uiterste zomaar van het andere kunnen ontdoen is een tweede. Iemand die duidelijk niet van woede wegkijkt is Martha Nussbaum. Zij trekt in haar laatste boek Woede en vergeving fel van leer tegen elk ‘oog om oog, tand om tand’ dat de vicieuze cirkel van woede en wraak bestendigt. Zien wij inderdaad niet liever de Oresteia van Aischylos, waarin de godin Athene een geweldsspiraal onderbreekt door een rechtbank in te stellen? Aan deze mythische schepping van de Wet spiegelt Nietzsche zijn Übermensch, wiens woedende wil het scheppen van zijn eigen mogelijkheidsvoorwaarden betreft. Nussbaum mag dan niet direct naar Nietzsche verwijzen, toch komt wat zij ‘transitiewoede’ in dienst van fundamentele veranderingen noemt dicht in zijn buurt. Als zij daaraan een pleidooi tegen vergeving maar voor onvoorwaardelijke liefde koppelt, voelen we plots verkoeling: het is de schaduw van nihilisme en Bejahung die eens te meer op ons valt. Namens allen die aan dit nummer van iFilosofie meewerkten wens ik u goed toeven in deze schaduw. Mark Leegsma, hoofdredacteur
    Gratis
    lees meer

    Iemand en iets (volledige uitgave, 8 artikelen)

    De school is een embryonale samenleving, meende John Dewey. Die bewering valt op twee manieren te begrijpen. Allereerst vormt de school een afspiegeling in het klein van de samenleving. Maar de school is niet louter een miniatuur, net zo min als kinderen, volgens Jean-Jacques Rousseau, kleine volwassenen zijn. Nee, Dewey noemt de school nadrukkelijk embryonaal: ze vormt niet alleen een reflectie op de samenleving van vandaag, maar is tevens die van morgen in wording. In de spanning tussen reflectie en wording ligt heel de politieke gevoeligheid van onderwijs besloten: willen we dat ‘onze’ kinderen vooral de huidige manier van leven conserveren, of vinden we dat zij, zoals Peter Sloterdijk voorstelt, voorbereid moeten worden op een wereld die wij nu nog niet kennen? Nu zal het onderscheid in feite niet zo strikt te maken zijn. De samenleving verandert zelf namelijk, wat tot uitdrukking komt op school. De vraag is: hoe ver dient de school met veranderingen mee te plooien of er juist weerstand aan te bieden? Als het bijvoorbeeld over de huidige ‘polarisatie’ in de samenleving gaat, lijkt het antwoord iets van beide te zijn: dergelijke ontwikkelingen moet de school niet ontkennen, maar ze plooit zich het best als ze, tegenover de mentale verstarring die polarisatie kenmerkt, verwondering over diversiteit weet te bevorderen. Maar hoe doe je dat dan? De eerste publicaties die daarop een antwoord geven zijn inmiddels een feit. Met Kinderlogica schreef Sabine Wassenberg een op eigen ervaringen gebaseerd boek over een ‘filosofie juf’ op een multiculturele basisschool. Wat blijkt? Leven en dood, goed en kwaad kunnen in een socratisch gesprek prima met en door kinderen worden bevraagd. Aan verwondering geen gebrek. Voor de leeftijdscategorieën daarboven is er Extreem in de klas. In deze interviewbundel komen lerarenopleiders, wetenschappers en denkers aan het woord over polarisatie en radicalisering in voortgezet en beroepsonderwijs. Dat de problematiek daar een grote ernst en omvang aanneemt, is ondertussen onmiskenbaar. Gelukkig vinden waar de oplossingen het hardst nodig zijn ook de vruchtbaarste experimenten plaats. De boeken van Daan Roovers en Koen Wessels, tot slot, vertonen een veelzeggende verwantschap. Wat de eerste in Mensen maken betoogt ten aanzien van de opvoeding, is de boodschap van de tweede over bildung in Dan maken we ons onderwijs zelf wel!: stel de ontwikkeling tot iemand boven de opleiding tot iets. Want in een wereld waarvan de toekomst ongewis is, hebben we uiteindelijk meer aan nieuwe, zich verwonderende iemanden dan aan de herhaling van de ietsen van gisteren. Namens alle iemanden die deze iFilosofie hebben gemaakt – u vindt hun hoogst unieke filosofische kleurplaten verderop! – wens ik u veel verwondering toe.
    Gratis
    lees meer

    Heilzame melancholie en vrouwelijke denkers (volledige uitgave, 7 artikelen)

    INHOUD THEMA 'HEILZAME MELANCHOLIE EN VROUWELIJKE DENKERS' (april 2017) Tijd voor kunst en cultuur, Florian Jacobs Tussen lichaam en geest, Joost De Raeymaecker De stand-up filosofen Van discipline naar dwalen Zwemles voor Antropos, Mark Leegsma Filoselfie Micha Wertheim Signalement Redactioneel In ons vorige nummer lieten vier studenten van de masteropleiding Applied Ethics van de Universiteit Utrecht hun licht schijnen over de ethiek van de toekomst. De rode draad, van Marskolonisering tot milieu- ethiek, bleek een kritiek van het autonome subject of ego. Daarmee hebben de studenten zich niet alleen uitgesproken over de toekomst van de ethiek, maar de spijker bovendien op de kop van de filosofische actualiteit geslagen. Kijk maar naar drie van de blikvangers van deze Maand van de Filosofie, te beginnen met Joke Hermsens Melancholie van de onrust. Op het eerste gezicht lijkt haar Essay van de Maand een pleidooi voor genieten van kunst en cultuur als compensatie voor de economie van onrust waarin we leven. Het gaat in de kern evenwel om de melancholie zelf: het oerverlies van verbondenheid dat optreedt zodra en zolang het Ik zich al sprekend en handelend tegenover de ander, de wereld en zijn Zelf plaatst. Het zogenaamd autonome ego is, kortom, niet alleen geen vanzelfsprekendheid, het cultiveren van de afzondering waarvan het een product is, leidt ook tot de pathologische melancholie die we vandaag de dag depressie noemen. Voor Henk Oosterling staat de paal nog verder boven water: de westerse verlichting is in haar obsessie met autonomie zo ver doorgedraafd dat we ons met niks of niemand nog wezenlijk verbonden voelen en bijgevolg onze morele handelingsbekwaamheid hebben ingeruild voor consumptieve lamlendigheid. Wat de westerse verlichting nodig heeft is een inflatiecorrectie van het ego, aldus Oosterling. Die vindt hij in de verregaande relativering van het Ik en zijn wil zoals de oosterse verlichting die in praktijk brengt. Waar géén wil is, is een weg naar een denken en handelen dat op wederzijdse doordringing van mensen onderling, alsook van mensen en planeet, berust. Nu mag het lijken of deze correctie een simpele ingreep is en dat we, zodra we dit varkentje hebben gewassen, gauw weer over kunnen naar de orde van de dag. Maar dan hebben we, volgens René ten Bos, niet begrepen dat denken in termen van doelen, problemen en oplossingen integraal deel uitmaakt van de autonomie die door een fenomeen als climate change juist wordt gelogenstraft. Oplossingsgericht denken bijt zijn tanden stuk op de complexiteit van de wisselwerkingen tussen mensen en planeet die het wezen van het antropoceen vormt. Daar stelt Ten Bos een ‘oplossing’ tegenover die louter paradoxaal kan zijn: laten we eerst kennismaken met de verwarring die haar stempel op het nieuwe tijdperk drukt. Laten we dwalen in het antropoceen. (Het valt te hopen dat Ten Bos, die tijdens de Nacht van de Filosofie Marli Huijer als Denker des Vaderlands opvolgt, ons de komende twee jaar met meer van dit soort paradoxale interventies tegen de haren in gaat strijken. Overigens zal Huijer, al zit haar Denkerschap erop, zich in het vervolg niet onbetuigd laten: zij zet haar werk voor de goede zaak voort als hoogleraar Publieksfilosofie.) Als klap op de vuurpijl lanceert iFilosofie een heerlijke nieuwe rubriek: de Stand-Up Filosofen. Erno Eskens en Marthe Kerkwijk zullen vanaf heden elk nummer een filosofische vraag beantwoorden en en passant elkaar fileren, of tenminste elkaars theorieën. Laten zij zichzelf om het spits af te bijten een wel heel toepasselijke vraag hebben gesteld: hebben wij een vrije wil? Namens alle ego’s die zichzelf hebben gerelativeerd om gezamenlijk deze iFilosofie tot stand te brengen.
    Gratis
    lees meer

    De ethiek van de toekomst (volledige uitgave, 6 artikelen)

    INHOUD THEMA 'DE ETHIEK VAN DE TOEKOMST' (maart 2017) Interview vooruitgang door verbinding, technologie als hulpmiddel en uitdaging, Mare Purkins Mars als nieuwe wereld - Wat staat de mensheid te wachten? Pam van Schie Alles is verandelijk, Sara van der Wees A virtue-oriented approach to enviromental ethics, Mako Takeda Hoe je verkiezingen wint, toen en nu, Rogier van der Wal Als demosthenes in de storm, Carla du Pree Redactioneel Als studenten van de Master Applied Ethics van de Universiteit Utrecht is ons gevraagd een speciale editie voor iFilosofie te maken over het thema: de ethiek van de toekomst . De toekomstbeelden die voor ons worden geschetst in deze tijd geven soms een gevoel van onbehagen. Het ziet er lang niet altijd even goed uit, maar wat moeten we ermee en wat zijn nu echt de meest urgente thema’s en problemen waar we onze focus op moeten leggen? Ethiek, het nadenken over normen en waarden, geeft mogelijke handvatten om het kaf van het koren te scheiden. Na een tijd van grenzeloze maakbaarheid, wederopbouw na de Tweede Wereldoorlog en grote welvaartsgroei zijn we in een andere tijd aanbeland. Meenden we tot voor kort de ontwerpers van een maakbare wereld te zijn en hadden we ons derhalve losgekoppeld van die wereld, nu lijkt het tijd om onze plek in deze wereld opnieuw te leren kennen. Om nieuwe antwoorden te vinden op de vraag hoe wij ons verhouden tot de wereld om ons heen, lijkt het een vereiste te erkennen dat we er on- losmakelijk mee verbonden zijn. Waar we onszelf in het Westen graag zien als autonome individuen en hier koste wat kost aan vast willen houden, lijkt deze controledrang ons parten te spelen. Juist de connectiviteit tussen de mens en haar omgeving is nodig om ontwikkelingen teweeg te brengen en verandering te omarmen. We zullen anders moeten gaan kijken naar filosofische begrippen als autonomie, vrijheid en morele verantwoordelijkheid. Waar het in de Westerse ethiek nog voornamelijk gaat om handelen, zullen we meer nadruk moeten leggen op zijn. Zo zien we dat de deugdenethiek, al dan niet in een geupdate versie, terrein aan het winnen is. De deugdenethiek kijkt naar het wezen van de mens in relatie tot zijn omgeving. Ze stelt ons in staat antwoorden te verkrijgen op vragen over hoe wij ons moeten verhouden tot de snel veranderende omgeving waarin we leven, maar ook hoe we ons moeten verhouden tot de moderne technologieën die hier onderdeel van zijn. Met die antwoorden vertelt deugdenethiek ons ook hoe we ons in deze omgeving kunnen bewegen. De verbinding tussen mens en omgeving in tegenstelling tot het idee van autonomie loopt als een rode draad door deze editie. Dat was geen opzet, maar is gaandeweg het maken van onze bijdragen gebleken. Blijkbaar is dit waar wij naar op zoek zijn in ons denken over de ethiek van de toekomst. Daarnaast zijn we zelf verrast door de positiviteit die uit de stukken spreekt. Want hoewel we de toekomst zelf niet altijd even rooskleurig inzien, biedt de inhoud van deze editie onmiskenbaar hoop. Over toekomst gesproken: omdat we op 15 maart weer naar de stembus mogen om onze volksvertegenwoordigers van de toekomst te kiezen, bevat dit nummer een aantal speciale bijdragen in het thema van de verkiezingen. Namens allen die aan deze iFilosofie hebben meegewerkt zeggen we u: op de toekomst!
    Gratis
    lees meer

    Schrijf je in voor de nieuwsbrief en blijf op de hoogte!

    Congres Positieve Psychologie

    Positieve Gezondheid

    Datum: 1 december 2017
    Locatie: De Reehorst, Ede

    Informatie & aanmelden »