logo-professioneel-begeleiden logo-professioneel-begeleiden
Filters

Alle artikelen - Abonneer je nu!

Toetsen in het hoger onderwijs

Auteur: Alex van de Kerkhof

Henk van Berkel, Anneke Bax, Desirée Joosten-ten Brinke (redactie) (2014). Toetsen in het hoger onderwijs. Derde, geheel herziene druk. Houten: Bohn Stafleu van Loghum. ISBN 978-90-368-0238-3. € E44,95. Om hun accreditatie te behouden, moeten de opleidingen in het hoger onderwijs tegenwoordig voldoen aan de standaarden van de Nederlands-Vlaamse Accreditatie Organisatie (NVAO). Zo moeten de opleidingen voor een adequaat toetssysteem zorgen en worden voor de tussentijdse en afsluitende toetsen stevige kwaliteitscriteria gehanteerd. Dit gegeven was voor de redactie van het handboek Toetsen in het hoger onderwijs een van de aanleidingen om een nieuwe druk uit te brengen met geactualiseerde en met nieuwe hoofdstukken over toetsbeleid, formatief toetsen, rubrics, onderzoeksvaardigheden, generieke competenties en landelijke kennistoetsen. De praktische, veelal ambachtelijke hoofdstukken met basale stof, zoals die over open en gesloten vragen, over normeren en cijfergeven, zijn gelukkig gehandhaafd gebleven. Toetsen in het hoger onderwijs bestrijkt met vierentwintig hoofdstukken alle denkbare soorten van toetsen en aspecten van toetsen en mag daardoor gezien worden als een complete handreiking. Door de toegankelijkheid en de doorgaans prettige schrijfstijl is het boek overigens ook goed bruikbaar in het vo en mbo, en kan het gebruikt worden door alle professionals die zich bezig houden met de toetsconstructie. In het nieuwe hoofdstuk 3 ‘Ontwikkelen van toetsbeleid’ wordt onder andere ingegaan op toetsplannen, op de borging van kwaliteit, de rol, de regels en richtlijnen van en voor examencommissies en de verschillende rollen die de docent kan vervullen. De auteurs van dit hoofdstuk, Martens en Moerkerke, proberen medewerkers die in dit opgelegde toetsbeleid niet veel meer dan een papieren circus zien tot instemming te verleiden door te wijzen op de plicht die instellingen hebben zorgvuldig om te gaan met hun maatschappelijke opdracht. Hoofdstuk 4, niet minder nieuw, gaat over de landelijke kennistoetsen, die een uitvloeisel zijn van de onrust in de samenleving van enkele jaren geleden over de kwaliteit van de examinering in het hoger onderwijs. In dit hoofdstuk worden de voor- en nadelen van dergelijke toetsen besproken en zoomen de auteurs, Van Leuven en Lansu, in op de specifieke rol van de docent. Hun stelling is dat de laatste goed gefaciliteerd moet worden, want met het ontwerp van dergelijke toetsen is veel tijd gemoeid. In bepaalde opzichten doet dit handboek dus ook programmatisch aan. Hoofdstuk 8 behandelt het formatieve toetsen, met een goede begripsbepaling, een stevige theoretische onderbouwing, een beschrijving van effectieve methoden van formatief toetsen en, naar analogie van de andere hoofdstukken, veel aandacht voor de rol van de docent. Juist dit hoofdstuk maakt duidelijk dat veel van hedendaagse onderwijsgevenden wordt gevergd en dat degelijke scholing op het vlak van toetsing en examinering onontbeerlijk is. Handig voor studie en de praktijk van alle dag zijn de vele overzichtelijke schema´s en controlelijstjes in het hele handboek. Behalve veel aandacht voor recente ontwikkelingen schemert in een enkel hoofdstuk ook de toekomst door. Gaan daarin computers de werkstukken van onze studenten nakijken en beoordelen? In het hoofdstuk ‘Digitaal toetsen’ nemen Draaijer, Van Boxtel en Van Brunschot daarover een genuanceerd standpunt in. Het herziene en uitgebreide Toetsen in het hoger onderwijs is ook vanwege het handige lexicon en de lijst van referenties meer dan de moeite waard. De heer drs. A.J.M. van de Kerkhof is redacteur van EXAMENS. E-mail: Alex.vandeKerkhof@cito.nl.
Gratis
lees meer

Score – Toetsen en beoordelen - Hogeschool van Amsterdam

Auteur: Desirée Joosten-ten Brinke

Welkom op de website over toetsen en beoordelen van de Hogeschool van Amsterdam. Op deze website is alle relevante informatieover toetsen en beoordelen direct beschikbaar voor studenten, docenten, leden examencommissies, toetscommissies, bedrijfsbureaus, staf/management. De site bevat naast de basisinformatie: bronnen, voorbeelden, links, tips en literatuur. De Hogeschool van Amsterdam heeft in oktober een nieuwe versie van haar website over toetsing gepresenteerd. Op deze website staat relevante informatie over toetsen en beoordelen voor diverse doelgroepen. Op de studentensite is te lezen welke toetsvormen gehanteerd worden bij de HvA en wat deze toetsvormen inhouden. Per toetsvorm worden de volgende vragen beantwoord: wat is het?, wat wordt getoetst?, hoe word ik getoetst?, hoe word ik beoordeeld?, hoe bereid ik me het beste voor?, welke feedback krijg ik?. De antwoorden op deze vragen zijn kort en duidelijk geformuleerd. Daarnaast kunnen de studenten lezen wat de visie van de HvA op toetsing is en wat de rechten en plichten van de student bij toetsing zijn. De docentensite beschrijft toetsing vanuit een ontwerpperspectief: Hoe kies je de juiste toetsvorm? En hoe doorloop je de toetscyclus? Voor alle toetsvormen die ook al op de studentensite genoemd staan, wordt aangegeven hoe ze gebruikt moeten worden. Op de site voor docenten wordt expliciet aandacht besteed aan toetsbeleid en het eindniveau van de opleiding. Elke pagina wordt aangevuld met voorbeelden vanuit verschillende opleidingen. De pagina’s voor de leden van toetscommissies en examencommissies gaan verder in op wat verstaan wordt onder kwaliteit van toetsing en op welke manier de toetscommissies en examencommissies te werk gaan bij de borging van de kwaliteit. Regelgeving en uitvoering zijn hierbij belangrijke aspecten. Op de pagina van het bedrijfsbureau staat de uitvoering van de toetsing centraal. Roostering, inzage, het verwerken van resultaten en archivering worden uitgebreid beschreven. Tot slot staat op de pagina voor staf en management informatie over toetsbeleid, studiesucces en rendement, deskundigheidsbevordering, eindniveau, borging van kwaliteit en de interne organisatie en bemensing. Wat bij het doornemen van de hele site opvalt, is dat sommige kopjes op meerdere plaatsen terugkomen, zoals eindniveau, maar dat de uitwerking toegespitst is op de doelgroep bij welke het begrip genoemd wordt. Onderlinge verwijzingen naar de andere doelgroep zou daarbij nog een goede aanvulling zijn. Het mooie van de site is dat alle onderdelen open zijn voor alle doelgroepen. Dat betekent dat bijvoorbeeld de docenten de sites van de examencommissie kunnen inzien om te zien hoe borging geregeld is. De transparantie van de site is hoog en daarmee is deze site een heel goed voorbeeld voor andere hogescholen, en ook roc’s en universiteiten, om hun eigen beleid ten aanzien van toetsing vorm te geven. Mw. dr. Desirée Joosten-ten Brinke is hoofdredacteur van EXAMENS, lector Eigentijds toetsen en beoordelen bij Fontys lerarenopleiding Tilburg en universitair docent bij de Open Universiteit. E-mail: desiree.joosten-tenbrinke@ou.nl; d.tenbrinke@fontys.nl.
Gratis
lees meer

Wie niet sterk is, moet intelligent zijn

Auteur: Marten Roorda

Wie niet sterk is, moet intelligent zijn Je weet ‘dat er iets is’. We weten allemaal dat het bestaat: intelligentie. Ongrijpbaar, maar overheersend. Er is veel over gezegd en geschreven. Toch is er nog steeds geen algemeen geaccepteerde definitie van intelligentie. Op de achtergrond is deze vage factor bij toetsen altijd de zwijgend aanwezige derde: the elephant in the test center. Door natuurlijke selectie is de mens veel slimmer geworden dan andere dieren. Wie niet sterk is, moest immers intelligent zijn. Om te overleven in de oertijd, om zich te verweren tegen wilde dieren en daarop zelfs te jagen. Intelligentie zit ons mensen in de genen. In duizenden genen om precies te zijn. We brengen het dus ook over op volgende generaties. De erfelijkheidsfactor van intelligentie wordt geschat op 0,5 tot 0,7. We gaan ervan uit dat iemand die intelligenter is dan anderen, over het algemeen hogere toetsscores op kennistoetsen haalt. Toch is het nooit goed gelukt instrumenten te ontwikkelen waarmee intelligentie te meten is. Ja, je hebt de IQ-test. Door sommigen getypeerd als een mathematisch artefact. Net als veel andere tests uit de psychologische hoek (zoals big five) laadt de IQ-test de verdenking op zich een kunstmatig construct te zijn. Je bedenkt een bepaalde factor, gaat die meten en vervolgens (hé, wat opmerkelijk) constateer je die factor. Stephen Jay Gould vergeleek de IQ-test met de schedelmetingen uit vroeger eeuwen. Je kunt er – volgens hem – niet van uitgaan dat intelligentie enkelvoudig meetbaar is. Howard Gardner introduceerde de meervoudige intelligentie, waardoor het begrip intelligentie niet bepaald duidelijker werd. IQ-tests hebben desondanks zo’n status bereikt dat massa en media er ontzag voor hebben. We bouwen er zelfs televisieformats op. De meeste HRassessments leunen zwaar op het onderdeel waarin intelligentie wordt gemeten. IQ-tests worden ingezet als instrument voor indicatiestelling, bijvoorbeeld om te bepalen of iemand voldoende zwakbegaafd is. En MENSA, de organisatie van en voor zeer intelligente mensen, gebruikt de IQ-test als selectie aan de poort. Hoe high de stakes bij een IQ-test kunnen zijn, blijkt uit het verhaal van de man in Florida die een hulpsheriff en een zwangere vrouw vermoordde. En die ter dood werd veroordeeld. De man scoorde een IQ van 71. Als hij één punt lager had gescoord, zou hij zijn blijven leven, want volgens de Amerikaanse Grondwet mogen geestelijk gehandicapten niet worden geëxecuteerd. Het Hooggerechtshof moet zich nu buigen over deze kwestie. Hoe de uitspraak ook uitvalt, vast staat dat deze man niet slim genoeg was om de test met opzet wat slechter te maken. We weten dus allemaal ‘dat er iets is’… Tussen iemands toetsresultaten bestaat vaak een grote correlatie. En dat kan geen toeval zijn. En duidt ook niet op een artefact. Charles Spearman introduceerde de g-factor (general factor), de variabele die verantwoordelijk is voor de correlatie tussen de diverse toetsuitslagen van één persoon. De g-factor kan gezien worden als een soort aanleg, of cognitieve vaardigheid. De g-factor heeft schijnbaar iets met intelligentie te maken. Maar ook met achtergrondvariabelen, zoals aangeboren en sociaaleconomische kenmerken. Mogelijk overheersen deze algemene factoren zo sterk, dat je – als je toetst – vrijwel niets anders meet dan dat. Kun je dan – om je de tijd en het geld van toetsen te besparen – niet gewoon een achtergrondvariabele als meetlat nemen? En het proces helemaal omkeren? Jawel. Dan kunnen we een leerling laten slagen als het huis van zijn ouders groot genoeg is, of als er in dat huis genoeg boeken staan. Met voldoende achtergrondgegevens valt een behoorlijk voorspellende waarde te bereiken. Big data, noemen ze dat modieus. Maar ook al zal dit op de totale populatie een redelijk betrouwbaar resultaat geven, op individueel niveau is zo’n benadering moreel niet acceptabel. Heeft toetsen dan toch wel zin? Ja, uiteraard (dat antwoord mag men van mij verwachten). Als we de g-factor goed zichtbaar konden maken, was het misschien anders. Maar nee, die zit in zoveel variabelen, factoren en genen, dat het meten van concreet gedrag het enige alternatief is. Daarom werk ik ook liever met schooltoetsen dan met andere soorten toetsen, zoals een IQ-test. Ze laten concreet zien wat iemand tot dat moment bereikt heeft. Dankzij zijn of haar eigen inspanningen, en met de hulp van anderen, zoals de school. Je meet iets wat niet een verschil is, maar wat een verschil maakt. Kortom, vergeet maar ‘dat er iets is’. In plaats van het hoofd te breken over wat intelligentie nu precies betekent, moeten we gewoon hard aan de slag om intelligente(re) toetsen te maken. De heer drs. M. Roorda is CEO/Voorzitter Raad van Bestuur van Cito. E-mail: Marten.Roorda@cito.com.
Gratis
lees meer

Schrijf je in voor de nieuwsbrief en blijf op de hoogte!

Op weg naar ruimte en vrijheid

Crisis als aanleiding om inzicht te vergroten in (je) identiteitswerk

Datum:
Locatie:

Download gratis deze white paper