Hieronder kunt u inloggen op uw account bij ProfessioneelBegeleiden.nl en uw favoriete uitgaven/artikelen (gratis) downloaden!
> Heeft u nog geen account?
Klik hier om u gratis te registreren!
INHOUD EXAMENS 2010-03 september 2010 Spelling, grammatica en interpuntie meebeoordelen op eindexamens?Tweede kamer motie van de leden van Jan Jacob van Dijk en Jasper van Dijk, Ben Wilbrink, Denny Borsboom en Michel Couzijn Peer assessment in het basisonderwijs, Het effect van peer assessmenttraining op het geven van een spreekbeurt, Kelly Meusen-Beekman en Desirée Joosten-ten Brinke Terecht of niet? Een tentamen waaraan veel mis is, Henk van Berkel Column: Eerlijk duurt het langst, Joost Dijkstra Onderzoek: Optimale uniforme scoringsregels voor innovatieve vraagvormen, Hans Vos, Marlies Kloppenburg en Onno Tomson Aantoonbaar maken vakbekwaamheid binnen Achmea- De Wft als katalysator, Uit de praktijk, Harry van Dijk Kopstukken uit de examenwereld. Norman Verhelst – teamwerk en elkaars taal begrijpen , Annemarie de Knecht-van Eekelen en Ed Kremers Gezien en gelezen Wie zijn wij Literatuur/ Agenda Verenigingsnieuws Waardevastheid van diploma’s In Nederland is het vertrouwen in de examinering in het voortgezet onderwijs hoog. Dat betekent dat de waardevastheid van diploma’s hoog is, dat leerlingen met een diploma zonder meer kunnen doorstromen naar andere onderwijsvormen of naar de arbeidsmarkt. Maar het vertrouwen in de waarde van het diploma staat onder druk. Niet voor niets heeft dit jaar de demissionair staatssecretaris van Onderwijs, Marja van Bijsterveldt, besloten dat de resultaten van het centraal schriftelijk eindexamen zwaarder gaan tellen. Vanaf het examenjaar 2012 kunnen leerlingen in het hele voortgezet onderwijs alleen slagen als het gemiddelde van de cijfers die zijn behaald bij het centraal schriftelijk voldoende is. Deze beslissing moet van invloed zijn op de zak/slaagregeling, want – zo zegt de staatssecretaris – ‘De lat moet omhoog, dat komt de waarde van het diploma en daarmee de kwaliteit van het onderwijs ten goede’. Zal de lat inderdaad omhoog gaan? Op het eerste oog lijkt dat logisch, maar dan is er geen rekening gehouden met de wijze van correctie van de centrale eindexamens. In Nederland kijkt de leraar van de eigen school de examenwerken van haar/ zijn leerlingen na en daarna volgt een tweede correctie door een leraar van een andere school. Het cijfer hangt dus in hoge mate af van de eigen leraar. Als ik dat aan buitenlandse collega’s vertelde, keken ze mij vol ongeloof aan. De eigen leraar kan toch nooit objectief beoordelen, was de reactie. En dan lieten ze corruptie nog buiten beschouwing. In zoveel landen is het leraarsalaris dermate mager, dat enkele steekpenningen maar al te makkelijk worden geaccepteerd. In de meeste landen worden groepen leraren getraind om als corrector op te treden. Zij kijken grote aantallen werken van hun onbekende leerlingen na. Hun scores worden besproken in vergaderingen van de examencommissies waar cesuren en cijfers worden vastgesteld. De objectiviteit is gewaarborgd, maar nadelen van een dergelijk systeem zijn de hoge kosten en de lange tijd voordat de resultaten bekend zijn. Er liggen toch snel twee maanden tussen examen en uitslag. In Nederland gaat het dus anders, maar zijn we daar tevreden mee? Examenprocedures zijn een pijler van het systeem waarop de waardevastheid van diploma’s is gebouwd en ook die moeten betrouwbaar en transparant zijn. De Onderwijsraad adviseert het omdraaien van de correctievolgorde. Een leraar van een andere school wordt dan eerste corrector. Bovendien heeft de Tweede Kamer de Onderwijsraad om advies gevraagd over de waarde van de behaalde diploma’s. Er zijn drie vragen gesteld: Kan de samenleving rekenen op de betrouwbaarheid van het diploma? Is het diploma voldoende herkenbaar? Houdt het diploma ook zijn waarde door de jaren heen? Het verzwaren van de eisen van het eindexamen is één stap, er zullen er nog meer moeten volgen om de waardevastheid van diploma’s te blijven garanderen. De redactie van het EXAMENS verwelkomt Jackelien ter Burg als nieuw lid. Zij is freelance onderwijskundige en is onder meer gespecialiseerd in item- en toetsenbankontwikkeling, beoordelen van items en toetsen, en training en advies op het gebied van beoordelingsinstrumenten. Mw. dr. A. de Knecht-van Eekelen is hoofdredacteur van EXAMENS. E-mail: a.van.eekelen@gmail.com.
€ 6,95INHOUD EXAMENS 2010-02 mei 2010 De Cito Eindtoets Basisonderwijs, Beoordelen in het basisonderwijs Gerrit Staphorsius Terecht of niet? Twee maten toegestaan Henk van Berkel Column: Olijfolie: geur, smaak en zuurgraad Joost Dijkstra Kun je corruptie met toetsen bestrijden? Een cultuuromslag in de voormalige Sovjet-Unie. Steven Bakker Over onregelmatigeheden bij de afname van centrale eindexamens, Pat van Lingen Voorwaardelijjk toetsen in het MBO, Borging van het niveau en besparing op de kosten. Jan Adema Wim van der Linden - itembank centraal, Kopstukken uit de examenwereld Harry Molkenboer en Desirée Joosten-ten Brinke Gezien en gelezen Wie zijn wij Literatuur/ Agenda Verenigingsnieuws Evalueren in de basisschool. We vergeten het misschien wel eens, maar de plaats waar veruit de meeste toetsen op één moment wordt afgenomen, is de basisschool. Ruim 150.000 kinderen zwoegen dan enkele dagen op allerlei opgaven die het eind van hun eerste schooltraject afsluiten. Op het moment dat u dit leest, zijn de uitslagen van de Eindtoets Basisonderwijs al enkele maanden bekend. De eerste blik van de ouders zal rechtstreeks zijn gegaan naar de eindscore, die, om duistere redenen, ligt tussen 501 en 550. En de vraag waar het om gaat is of de score boven of onder de range van 530-535 ligt. Die range wordt gezien als iets magisch. Is de score onder de 530, dan is de kans groot dat er een vmbo-advies uitrolt, is de score hoger dan 535, dan wordt het een havo/vwo-advies terwijl een score er tussenin ‘bediscussieerbaar’ is. Niet dat die grenzen door iets of iemand dwingend zijn voorgeschreven, maar in praktijk kijken VO-scholen als eerste naar de eindscore. Dat doen ook de docenten van groep 8 en de directeuren van basisscholen. Die laatsten moeten immers een advies geven. Maar een range is een range, er is ruimte. Dat is ook de reden voor veel VO-scholen om iets verder te kijken dan die getalletjes. Schooldirecteuren maken, na overleg met het onderwijzend personeel, voor ieder kind een onderwijskundig rapport op. Het rapport bevat gegevens over de sociaal-emotionele toestand van het kind en de mate van verzuim. Voor de (mogelijke) toelating tot het schooltype havo/vwo geldt als aanvullende eis dat het rapport tevens de score bevat van een onafhankelijk aanvullend onderzoek. De wet schrijft niet voor welke test hiervoor moet worden gebruikt. In veruit de meeste gevallen, een schatting is ruim 80%, betreft dit de Citotoets. Maar er zijn ook andere testen in omloop: de Bèta’s Overgangstest naar de brugklas (BOB-test) of de Basis Niveau Test (BNT). Ook intelligentietesten komen in aanmerking, bijvoorbeeld de Groninger intelligentietest voor het Voortgezet Onderwijs (GIVO). Nogmaals, de school is vrij om een test te kiezen. Dus in de meeste gevallen komen de ouders van een kind met een Cito-score en een advies van de directeur van de basisschool in de hand naar een VO-school. Die besluit over de toelating. Uit onderzoek blijkt dat het advies van de basisschool de beste voorspellende waarde geeft voor het schooltype waar het kind terecht komt. Maar er is veel meer te vertellen over deze problematiek. Het bovenstaande is voor de redactie van EXAMENS de reden geweest in de toekomst meer aandacht te geven aan de toetspraktijk op basisscholen. Met ingang van dit nummer kunt u, als lezer, hierover regelmatig bijdragen verwachten. Dat is terecht. De basisschool is de eerste kennismaking van iedere Nederlander met toetsen. Het onderwerp is daarom van belang voor een tijdschrift als EXAMENS. De heer dr. H.J.M. van Berkel is hoofdredacteur van EXAMENS en werkzaam aan de Universiteit van Maastricht. E-mail. H.vanBerkel@EDUC.unimaas.nl.
€ 6,95