Evan zit tegenover me en zegt het bijna achteloos: ‘Het gaat wel.’ Hij lacht erbij, alsof dát is wat je hoort te doen. Ik ken die glimlach, omdat ik die reflex van ‘doorgaan, relativeren, niks aan de hand’ ook van dichtbij heb leren kennen. Maar in zijn verhaal zit geen ruimte meer. Alles moet door: studie, bijbaan, sport, vrienden. Als ik vraag wanneer hij voor het laatst écht herstelde, trekt hij zijn schouders op. ‘Herstellen? Ik moet gewoon even slimmer plannen.’ Alsof het een kwestie is van efficiëntie. Terwijl zijn lijf al lang heeft laten weten dat het een kwestie is van draagkracht. En als jij met jongeren werkt, herken je dit waarschijnlijk meteen: niet de grote crisis, maar het stille doorschuiven van grenzen. Tot het op een dag niet meer gaat.