Ik kom uit wat men noemt een ‘goed gereformeerd (synodaal) gezin’. De kerk was geen decorstuk in mijn jeugd, maar een wereld op zichzelf. Een ritme, een taal, een gemeenschap waar ik als kind volledig in opging. Soms, wanneer ik langs een EO programma als Nederland Zingt zap, word ik overvallen door een stroom van emoties. Het raakt me op een manier die ik niet altijd kan plaatsen. Het idee dat ik als jongetje die zware, plechtige liederen uit volle borst meezong, zonder te begrijpen wat ik eigenlijk zong, maakt me soms verdrietig en soms verbijsterd. Zeker wanneer ik kinderen zie die dezelfde woorden zingen, woorden die voor mij inmiddels zo beladen zijn.