In dit nummer staat samen leren centraal. We hebben elkaar nodig, om te overleven, voor zorg, troost, plezier, liefde en verbinding. Die afhankelijkheid is onze natuurlijke manier van leven en onze kracht. We zijn elkaars bedding. Ook in leren. Van ervaringen die we opdoen in leven en werk kunnen we leren.
Supervisie, intervisie, coaching en organisatiebegeleiding zijn begeleidingsvormen waarin dat leren bewust en intentioneel plaatsvindt. In al deze vormen speelt de relatie een hoofdrol. Rogers noemde het ‘een manier van aanwezig zijn’: je professionele kennis is waardevol, maar je medemenselijkheid maakt het verschil. De ander kan pas leren wanneer deze zich gezien, geaccepteerd en gehoord voelt. Daar, in die wederkerigheid, ontstaat ruimte voor groei.
Al deze begeleidingsvormen dragen bij aan de kwaliteit van dienstverlening. En professionals dragen bij aan elkaars ontwikkeling. Daar wordt zichtbaar hoe krachtig het is om met én van elkaar te leren. Het is soms spannend: je laat meer van jezelf zien dan je vooraf dacht. Maar juist dat maakt het verdiepend. Iemands taal, vraag, ongemak of empathie kan precies het zetje geven dat je zelf niet kon vinden. Zo ontstaat een leeromgeving die draait om groei, luisteren met openheid en steun vanuit compassie. En om het plezier van gedeelde ontdekking.
We staan uitgebreid stil bij intervisie. In deze eeuw is intervisie verder af komen te staan van individuele en groepssupervisie, waaruit het is voortgekomen. Freud en zijn collega’s begonnen met intervisierond 1920, om samen cases uit hun praktijk te bespreken. Als methode in de psychoanalytische praktijk werd ze snel in andere beroepspraktijken overgenomen, zoals de pastorale supervisie in het werk van Boisen en in het werk van Balint, vlak na de Tweede Wereldoorlog. Pas in deze periode nam intervisie een hoge vlucht door toepassing in het maatschappelijk werk, met Marie Kamphuis en Lidy Delen als belangrijke pioniers in Nederland.
We nodigen je in dit nummer uit om dat samen leren te blijven koesteren. Zo vind je een bijdragen van Gorry Cleven over falend leren en van Marga Rijken en Marlies Jellema over positieve intervisie. Akbar Barani schrijft over ervaringsleren in supervisie, Christiane van den Berg over supervisorisch werken als onderzoeksmethode en Wim Smeets over intervisie in de palliatieve zorg. Het nummer start met een bijdrage van Michiel de Ronde.
Het is een eerste bijdrage in een reeks. In elke jaargang zal de komende jaren één artikel in het tijdschrift verschijnen, en meerdere artikelen op de website.
Marlies Jellema en Wim Smeets