In ons eerdere artikel ‘Gangbare vuistregels voor indicatoren van toetskwaliteit zijn te strikt’ (Smits & Klinkenberg, 2026) lieten wij, onder andere door middel van een simulatiestudie, zien dat veelgebruikte normen voor toetskwaliteit, zoals die in het handboek van Van Berkel en Bax (2023, zie Tabel 1) en in toetssoftware, vaak onnodig streng zijn. Daardoor kunnen vragen of hele tentamens ten onrechte als onvoldoende worden beoordeeld, terwijl ze in de praktijk goed bruikbaar zijn. In dit artikel bouwen wij voort op die bevindingen en vertalen we ze naar de dagelijkse toetspraktijk. Aan de hand van een concrete tentamenanalyse laten we zien wat er gebeurt als je een tentamen beoordeelt met de gangbare vuistregels en hoe het beeld verandert als je rekening houdt met enkele basale principes die bekend zijn uit de testleer. We besluiten met praktische aanbevelingen voor realistischere normen voor tentamenanalyses.