Mijn opa Marius van Beek was beeldhouwer, had altijd vieze handen en dito kleren, en woonde in zijn aterlier in de tuin bij mijn oma. Als kind was dat net zo normaal als de vele ruzies tijdens etentjes en de verhalen over de Tweede Wereldoorlog. Marius had in het gewapende verzet gezeten en zat in de oorlog lang ondergedoken. Het sterkste verhaal was dat over de kamer die hij deelde met oom Eric, de broer van mijn oma, die bij de SS zat. Als meisje begreep ik niet veel van die chaotische familie, maar ik had wel een fascinatie voor de oorlog.