logo-professioneel-begeleiden logo-professioneel-begeleiden
Filters

Alle artikelen - Abonneer je nu!

‘Doctor Erik’

Auteur: Dr. Erik M.

'Doctor Erik' Mijn naam is Dr. Erik M. U kent mij niet persoonlijk en dat wil ik maar zo houden. Niet dat ik een afschrikwekkend uiterlijk heb. Verre van dat. Ik zie er ‘gewoon’ uit, zoals mensen dat zeggen. Maar wellicht dat de lezers van uw blad zich voor mijn situatie interesseren. Ik draag een goed bewaard geheim met me mee. In mijn omgeving ben ik een gerespecteerd man. Ik verdien een aardige boterham, woon in een alleszins toonbaar huis in de buurt van Antwerpen en ik ben in het bezit van een academische titel. Geen ‘drs’ maar ‘dr’. Daar kun je mee voor de dag komen. Er zijn deuren voor mij open gegaan die voor anderen gesloten bleven. Zelden heeft iemand een serieuze poging gedaan te vragen waarop ik dan gepromoveerd ben. Gelukkig maar, want ik ben nooit gepromoveerd. Ik heb niet eens mijn studie economie voltooid. In mijn studietijd vond ik de gang naar het café aantrekkelijker dan de gang naar de collegezalen. Na mijn militaire dienst heb ik getracht de verloren studietijd in te halen, maar vanwege allerlei lucratieve bijbaantjes bij grootwinkelbedrijven besloot ik voor studie geen tijd meer te hebben. Maar een mens wil eens wat hogerop dan afdelingschef bij V&D. Maar hoe dan? Solliciteren met een onafgemaakte studie op mijn cv zou mij niet direct verder brengen op de maatschappelijke ladder. Een verre neef wist uitkomst. Hij bracht me op het idee een diploma te behalen. Ik sputterde tegen. Terug naar de schoolbanken, dat leek me geen goed idee. Maar dat bedoelde hij niet. Hij wees me de weg op internet. De virtual reality opende een nieuwe wereld voor mij. Een Certificate van de State University of Maryland was de sleutel tot succes. Door overmaking van $ 500 kreeg ik een heuse bul, met lakstempel en rode kartonnen koker. De bul gaf aan dat ik een Ph.D. had in Social Studies. Met andere woorden: ik was voor 1000 gulden ‘doctor’ in de sociologie. Met een kopie in de hand ging ik solliciteren. En: het leverde succes op. Ik werd in eerste instantie op de loonlijst van een interim-managementorganisatie geplaatst. Vandaar uit werkte ik als organisatiedeskundige in een aantal profit instellingen, onder meer bij een ‘groot distributiebedrijf ’– laat ik het zo maar noemen – hier te lande. Voorafgaande aan mijn sollicitatiebezoeken had ik een verhaal voorbereid over mijn studiejaren in de USA, maar daar werd niet of nauwelijks naar gevraagd. De sollicitatiecommissies keken naar de toekomst, niet naar het verleden. Het overleggen van het diploma was een formaliteit. De kopie verdween in de personeelsmap. Niemand die de echtheid in twijfel trok. Nu ben ik al geruime tijd directeur van een eigen adviesbureau. Over mijn vooropleiding hoef ik aan niemand meer verantwoording af te leggen. Dus waarom er langer geheimzinnig over doen? Waarschijnlijk zijn de sollicitatiecommissies onder de indruk geraakt van mijn vlotte babbel. Controle van mijn credentials bleef steeds achterwege. En geruststellender, of verontrustender als u wilt: niemand valt het op dat ik geen doctor in de sociologie ben. Kennelijk is mijn intellectueel functioneren van dien aard dat niemand er aan twijfelt. Overigens beschouw ik de gekozen oplossing geenszins als een advies aan derden. Met dank voor plaatsing. Noot Na verificatie van de echtheid van dit schrijven hebben wij na discussie besloten onderstaande ingezonden brief als gastcolumn te plaatsen. De brief is wellicht een illustratie van een helaas steeds meer voorkomende situatie. Het moge duidelijk zijn dat de naam een gefingeerde naam is. De redactie.
Gratis
lees meer

EXAMENS 2006-04 Volledige uitgave

INHOUD EXAMENS 2006-04 december2006 Portfolio Een begeleidings- en evaluatie-instrument Henk Moelands De digitale doorstroomkaart Een portfoliosysteem in de praktijk gebracht Jetty Pohlmann en Lody Smeets Kobus wordt kampioen  Gastcolumn Hans Verschoor Handboek Assessment deel I, gedragsproeven Gezien en gelezen Dr. Piet Sanders Onderzoek vanuit de studeerkamer In gesprek met Ben Wilbrink Henk van Berkel en Ton Luijten Een nieuwe rubriek: Terecht of niet? Henk van Berkel Naar een Europees kwalificatiestelsel (EQF) Met een Nederlands diploma aan het werk in Europa Annie Kempers en Francis Petel Training van examinatoren Kwaliteitsbewaking bij praktijkexamens Savantis Marianne Pieterse Taal als struikelblok Uit de praktijk.. Tirza van Dongen Een examen met p- en h-taken Wat is..... Henk van Berkel Competentiegericht toetsen ‘Ik wil studenten iets leren en niet alleen met die wazige competentie-onzin bezig zijn’, hoorde ik onlangs een hbo-docent in een radioprogramma over ‘de staat van ons onderwijs’ zeggen. Hij staat in die opvatting niet alleen. Al in 2002 schreef Klaas Westerhof, hoofddocent aan de RU van Groningen in het blad Skoop: ‘Competentie is een leeg en overbodig begrip.’Hij vond dat het begrip weinig toevoegde aan al bestaande concepten als vaardigheden en attitudes. En in de publieke opinie lijkt de pendule weer langzaam door te slaan naar het aanleren van kennis. Het standpunt is duidelijk: in het onderwijs kent elk begrip voor- en tegenstanders en iedereen houdt er eigen definities van deze begrippen op na. Ook politici bedienen zich in hun wervingscampagnes – wanneer ze hun bezorgdheid over het onderwijs willen uiten – van het jargon ‘kennismaatschappij’ en ‘kerncompetenties’. De vraag is alleen of ze zich bewust zijn van deze paradox. Want merkwaardigerwijs zijn de voorstanders van ‘competentietoetsing’ vaak geen pleitbezorgers van ‘kennistoetsing’. Het toetsen van competenties – waar op conferenties nogal eens luchtig over wordt gecommuniceerd – is een mijl op zeven. Als we onder competentie verstaan – en ik sluit me dan maar aan bij een algemeen gangbare definitie: een gewenste gedragsdispositie, bestaande uit een eenheid van kennis, vaardigheid en attitude – dan is het zeer de vraag of in die zin competenties als totaliteit ook met enig succes ‘meetbaar’ zijn. Het meten van kennis hebben we redelijk onder de knie, bij vaardigheden is het al een stuk lastiger, maar het meten van attitudes is tot dusverre nog niet zo erg gelukt. En dus moeten we het begrip competentiemeting voorlopig maar in de ijskast zetten en voor competentietoetsing naar andere wegen zoeken dan de klassieke meetparadigma’s. Het is ook zeer de vraag of je het complete competentiepatroon ook moet willen toetsen. Het begrip ‘competentie’ duidt ook veel meer op een opleidingsconcept. Competentie is het ankerpunt tussen opleiding en arbeidsmarkt. Daarbij gaat het om een onderwijsconcept dat meer vraaggestuurd is. Daarnaast kunnen ook uitstekende aanbodgerichte opleidingen bestaan, met name in het kunstonderwijs. Competentiegericht opleiden heeft te maken met de verantwoording van de praktijkrelevantie, om erkenning van diploma’s of certificaten door de beroepspraktijk. Het vervelende is alleen dat werkgevers minder geïnteresseerd zijn in het opleiden zelf en meer in het resultaat ervan. Daar zit een zeker spanningsveld dat opleidingsinstituten er nogal eens toe verleidt hun examens te afficheren als ‘competentiegerichte toetsen’. Wat dat dan ook moge zijn.

€ 6,95

Handboek Assessment deel I, gedragsproeven

Auteur: Dr. Piet Sanders

Handboek Assessment deel I, gedragsproeven Piet Hendriks en Wouter Schoonman (redactie), 2006 Assen: Van Gorcum 2006 158 pagina’s ISBN: 90 2324 214 9 Prijs: € 29,50 De auteurs van het Handboek Assessment zijn lid van de kenniskring en het lectoraat Assessment van de Saxion Hogescholen. Het nu verschenen eerste deel van het Handboek Assessment gaat over gedragsproeven, terwijl de nog te verschijnen twee delen over beroepsproducten en docentcompetenties zullen gaan. Volgens de introductie is het handboek bedoeld om docenten en management in het (hoger) onderwijs te helpen bij het ontwerpen, uitvoeren en evalueren van assessments. Het Handboek Assessment bestaat uit acht hoofdstukken waarvan de eerste vier meer theoretisch en de laatste vier meer praktisch van aard zijn. In het boek wordt steeds verwezen naar een website die men kan raadplegen. Volgens hoofdstuk 1 gaat het boek over het toetsen en beoordelen van gedrag met behulp van gedragsproeven. Hierbij moet de student tijdens speciaal geconstrueerde oefeningen of proeven in een beroepsrelevante context kunnen laten zien dat hij of zij over vaardigheden beschikt waarbij de interactie met anderen belangrijk is. Hoofdstuk 2 gaat over competentiegericht leren. Het hoofdstuk geeft een goede beschrijving van het ontstaan van competentiegericht leren en recente ontwikkelingen op dit gebied. Ook in dit boek is de conclusie dat door deze nieuwe manier van leren niet alleen het onderwijs anders ingericht moet worden maar ook de toetsomgeving. Hoe we competenties van studenten verantwoord kunnen beoordelen, is het onderwerp van hoofdstuk 3. Na een bespreking van de tekortkomingen van traditionele toetsvormen, wordt een groot aantal toetsvormen besproken die gebruikmaken van concrete beroepscontexten: voortgangstoets, overall-toets, casustoets, simulatie, stationstoets, enzovoort. Het hoofdstuk eindigt met een verhandeling over competentiegericht beoordelen. Hoofdstuk 4 is een lezenswaardig hoofdstuk over ‘Assessment’. Aan de orde komen achtereenvolgens het gebruik van assessments in het bedrijfsleven en het onderwijs, de waarde van gedragsproeven, de feilbaarheid van de menselijke beoordelaar en de ethiek van beoordelen. Hoofdstuk 5 bevat een receptuur voor het ontwerpen van gedragsproeven. Ik vond dit het beste hoofdstuk van het boek. De zeven stappen om te komen tot een gedragsproef zijn uitvoerig beschreven en elke stap is voorzien van een aantal zeer relevante kwaliteitsvragen. In hoofdstuk 6 komen de vier rollen aan bod die bij de uitvoering van gedragsproeven aan de orde zijn: de regisseur, de kandidaat, de rollenspeler en de assessor. Hoewel er terecht veel aandacht is voor de assessor, vond ik de uitspraken over de persoonlijkheid van assessoren weinig onderbouwd. De bespreking van de twee methoden om gedragsobservaties van studenten te registreren, het ORCEST-model (bottom up) en vooral ook het RUBRICS-model (top down), vond ik de moeite waard. Na lezing van de kwaliteitsvragen bij stap zeven uit hoofdstuk 5, vond ik hoofdstuk 7 over de evaluatie van gedragsproeven teleurstellend. Zo krijgt de lezer geen of een ontoereikend beeld van het verschil tussen belangrijke begrippen als beoordelaarsbetrouwbaarheid en beoordelaarsovereenstemming. Ook krijgt het belang van het minimaliseren van intersubjectiviteit te veel nadruk, terwijl (verhoging van) het aantal taken bij een assessment van veel groter belang is voor de verhoging van de kwaliteit van een assessment. In hoofdstuk 8 presenteren de auteurs een aantal praktische oplossingen voor de problemen die zich voordoen bij het gebruik van de receptuur, bij de beoordeling en het rendement van het gebruik. Voor de doelgroep waar dit boek zich op richt kan ik het boek aanbevelen. Het bevat zowel theoretische als praktische informatie die hen kan helpen bij het ontwerpen, uitvoeren en evalueren van assessmentprocedures. Dr. Piet Sanders is hoofd van het Psychometrisch Onderzoek- en Kenniscentrum van Cito.
Gratis
lees meer

Kobus wordt kampioen

Auteur: Hans Verschoor

Kobus wordt kampioen. Kobus, Inge en ik gingen voor het eerst naar een internationale hondenshow, in Bleiswijk op 5 november. Eerder kon niet want Kobus onze Irish Softcoated Wheaten Terrier – een wollen beertje met een hartje van goud – mocht pas na negen maanden in zijn klasse meedoen. Maar de lezers van dit mooie blad Examens zijn niet allemaal hondenliefhebbers. Waar het om gaat op zo’n hondenshow is de examinering. Hoe hij loopt, zijn gebit, of de hond op de baas let, ontspannen is, zijn postuur, hoogte, breedte, staart, haarinplant, enzovoort. De honden lopen rond en de keurmeester kijkt, wikt en beschikt. Kobus kreeg ‘uitmuntend’ en de eerste plaats, met kampioenspunten. Mooi natuurlijk. En de sportieve medestrijders zeiden: ‘Nog drie keer zo’n resultaat en hij wordt geclassificeerd als Nederlands kampioen.’Mister Holland als hond. ‘En’, zeiden ze, ‘over een paar weken is er een hondenshow in Amsterdam en begin februari een in Eindhoven. Maar je moet niet naar Amsterdam’ zei het oude echtpaar uit Dongen, ‘want de keurmeester daar houdt niet van dikke vachten.’ En Kobus heeft een berenvacht. Tja. Niet naar Amsterdam dus. De maandag na de hondenshow had ik mijn eerste bestuursvergadering van de Nederlandse Vereniging van Examens. Ik legde dit probleem daar op tafel. Was er sprake van regionale differentiatie? Er zijn toch minutieus omschreven, internationale standaarden. Alles was geborgd. Het Kwaliteits Centrum Examinering was er weliswaar niet bij, maar was dat wel zo geweest, dan had het geen fout kunnen vinden. Vast niet. Het probleem is hier: één keurmeester, een examencommissie, bestaande uit één man of vrouw. Dat is ook het risico als we gaan examineren in de beroepspraktijk van het middelbaar beroepsonderwijs. Eén verantwoordelijke voor de examinering, één keurmeester is te weinig. Een examencommissie met meer personen uit diverse geledingen geeft meer zekerheid. Sommige bedrijfstakken doen dit zo samen met de scholen. Blijven doen. Het erkend civiel effect voor de gediplomeerde staat hierbij bovenaan. En Kobus? Ach er zijn zo veel hondenshows. Ik ga op zoek naar keurmeesters die van dikke vachten houden. Want: Kobus wordt kampioen. Hans Verschoor is directeur van Savantis.
Gratis
lees meer

Schrijf je in voor de nieuwsbrief en blijf op de hoogte!

Op weg naar ruimte en vrijheid

Crisis als aanleiding om inzicht te vergroten in (je) identiteitswerk

Datum:
Locatie:

Download gratis deze white paper