logo-professioneel-begeleidenlogo-professioneel-begeleiden
Filters

Alle artikelen

1|...|136|137|138|...|558

Bespreking van het boek ‘Identiteit’ van Paul Verhaeghe

Identiteit, een inleiding Het idee, dat niets maatschappelijker is dan de notie van het hoogstpersoonlijke individu, is verre van nieuw. Al geruime tijd gaan literaten en filosofen van allerlei soort en slag in tegen het denkbeeld van de ‘unieke identiteit’, die ieder van ons zou kenmerken. Zo demonteerde de Canadees Potter enkele jaren geleden in woord en geschrift – en met verve – het begrip ‘authenticiteit’ (Potter, 2010) en is van de Franse wijsgeer Foucault het beeld bekend van de mens als niet meer dan een zanderige afdruk aan de rand van de zee, gedoemd om door wind en getij genadeloos –zonder aanzien des persoons – te worden uitgewist. Volgens Foucault menen de mensen ten onrechte dat zij het heft in handen hebben en zich vrijelijk, ieder op ‘eigen’ persoonlijke wijze, kunnen bedienen van woorden en redeneringen. Nee, het omgekeerde is waar: het zijn juist zij, de mensen, die worden ingevoegd in de vigerende vertogen, om zo de contouren van menselijk ‘subject’ aan te nemen (Vgl. Foucault, 1982).  En ruim dertig jaar geleden tekende wijsgeer en andragoloog Nijk op dat wij, getuige de taal die ook toen al opsteeg uit de talloze zelfrealisatieik workshops en persoonlijke groeiboerderijen, kennelijk bestaan uit vele ‘zelven’ die elkaar veronderstellen – een actief zelf, een reflexief zelf, en een dieptezelf, om de andere zelven aan te toetsen – maar dat ‘er geen enkele reden (is) om aan te nemen dat een van deze vele zelven – hoe we ze verder ook in kaart zouden willen brengen – een speciaal privilege zou hebben in de zin van ‘echt’ te zijn, ‘natuurlijk’, of ‘transcendent’, niet ‘tijd- en cultuurgebonden’, niet ‘maatschappelijk bepaald’. Er is in de mensen geen stukje zelf te vinden, dat niet het stempel draagt van de omstandigheden waaronder het zijn vorm vond…’ (Nijk, 1979).  Het zal daarom geen opzien baren dat ook de Gentse Hoogleraar Klinische Psychologie Paul Verhaeghe, tevens praktiserend psychoanalyticus, in zijn boek ‘Identiteit’ uitgaat van de gedachte dat er ‘geen wezenlijke identiteit bestaat, maar dat deze grotendeels afhangt van onze omgeving’. Integendeel, met dit denkbeeld plaatst hij zich keurig in een eerbiedwaardige wijsgerige en cultuurkritische traditie. Een traditie die al geruime tijd de bescheiden onderstroom vormt van het luidruchtige vooruitgangsgeschal. En is kritiek niet nodig en gewenst? Wat te denken van – ik noem een paar dwarsstraten – de ‘intensieve menshouderij’ en het grotendeels overbodige managementwezen? Of van het ijdele gezwatel over persoonlijke groei, of van het ‘aanboren en volgen van je passie’? Of van de narcistische opvatting dat je recht hebt op geluk... en wel meteen? Geen wonder dat bij elke tegenslag een schuldige gevonden dient te worden. Bij voorkeur een of andere overheid met zelfs in tijden van bezuinigingen genoeg geld in kas voor een forse schadevergoeding, waarvan dan een zalvende therapie – of liever nog een blik pillen – betaald kan worden om het gekwetste ego mee op te poetsen. Persoonlijke identiteit in een neoliberale markteconomie Je kunt niet over een stoeptegel struikelen of je doet wel een ‘trauma’ op. Waar anderen dan natuurlijk de oorzaak van zijn en de volle verantwoording voor dienen te dragen. Want aan jouw voortreffelijke zelf kan het niet liggen. Erger vergaat het je als je ‘wegens functionele overtolligheid’ ontslagen wordt (“Functioneel... ik?, Overtollig... ik? Onbestaanbaar!”) of op kantoor wordt uitgekafferd door andere opgeblazen ego’s, dan wel door je leidinggevende op je (uiteraard veel te kleine, dat spreekt) plaats wordt gezet. De zielenpijn is dan helemaal niet meer te harden. De dringende vraag is hoe het komt dat zo veel mensen zo voelen, zo denken en zo doen. En er zijn meer vragen. Hoe komt het bijvoorbeeld dat zo veel mensen allerlei psychisch ongemak vertonen? Waarom lijden steeds meer mensen aan depressies? En waar komt toch die stortvloed vandaan van lijders aan ADHD, ASS, ODD en wat niet al? En dat in een tijd waarin we, zo stellen geluksprofessoren per enquête keer op keer vast, ons naar eigen zeggen gelukkiger voelen dan ooit tevoren. Maar wel steeds somberder zijn over de maatschappij daarbuiten.  In het spoor van de Groningse hoogleraar Dehue, die op zowel empirische als statistische gronden een ware uitbarsting van depressies vaststelt en zich afvraagt wat daar achter kan zitten (Dehue, 2010), stelt ook Verhaeghe zich de vraag naar de mogelijke samenhang tussen maatschappelijke ontwikkelingen en de wijze waarop we onszelf opvatten en beleven. Wat hebben wij met ons laten doen, wat is er met ons gebeurd? Wie zijn wij eigenlijk? Met andere woorden: wat is onze identiteit en waar hangt die allemaal van af en mee samen?  In acht goed gecomponeerde, zeer leesbare hoofdstukken gaat Verhaeghe op deze vragen in. Veel wetenswaardigs passeert de revue. Zo werkt hij aan de hand van Freud en vooral Lacan uit door welke psychische krachten mensen worden bewogen, of zelfs soms uit elkaar gescheurd. Kort samengevat komt het hier op neer: mensen vertonen twee verschillende gedragstendenties die met elkaar op spanning staan: altruïsme en solidariteit enerzijds. Egoïsme en individualiteit anderzijds. Het is dan vervolgens de omgeving – zowel de kleine kring van gezin, buurt en school als het wijdere bereik van bedrijf, organisatie en maatschappij – die in hoge mate bepaalt welke van deze twee tendenties de overhand krijgt en zo doordringt tot in de identiteitsvorming van het individu. De samenleving verandert en daarmee ook de identiteit van mensen. Met kracht van argumenten voert Verhaeghe de neoliberale markteconomie op als de belangrijkste oorzaak van de teloorgang van sociale cohesie en de toenemende onherbergzaamheid. Overal hangen camera’s en toch voelen mensen zich nog onveilig, mede wellicht omdat ze zich zo wel bekeken maar niet gezien weten. Met sprekende, zeer herkenbare voorbeelden uit het onderwijs (de universiteit als kennisbedrijf) en gezondheidszorg (het ziekenhuis als zorgbedrijf) maakt Verhaeghe aannemelijk hoe nu al jarenlang alle aspecten van het leven worden onderworpen aan marktwerking; zowel ideologisch als praktisch. Het gevolg is dat primaire relaties onder hoge druk zijn komen te staan en eerder dan vroeger uiteenspatten. Maatschappelijk fragmentatie is een volgende consequentie, net als een wel zeer hedendaagse vorm van slavernij: die van succes als enige maatstaf voor persoonlijke groei. Je ‘mag’ niet alleen maar groeien, nee je ‘moet’. Je mag niet alleen ‘in balans zijn’ en ‘congruent met jezelf’, nee je moet. Succes – in je werk, waar anders? – hangt uitsluitend af van jouw kwaliteiten als ‘manager van je hoogsteigen levensonderneming’ en is daarmee een puur individuele prestatie geworden. Maar dat geldt dan ook voor falen. Als je het niet haalt, ligt dat niet aan omstandigheden.Die doen er helemaal niet toe. Al evenmin valt het aan anderen te wijten (“Ja kom zeg, dat zijn je concurrenten, die had je moeten overvleugelen. Nee, als je faalt ligt het alleen aan jou. Helemaal. Loser!”). De heersende marktideologie, betoogt Verhaeghe, speelt zó eenzijdig en indringend in op egoïsme en individualiteit, dat altruïsme en solidariteit in het gedrang komen. En daarmee optermijn ook de instellingen en instituties van onze samenleving als geheel. Zoals gezegd: de gevolgen zijn ernstig, zeker op psychisch vlak. Het besef gefaald te hebben en dus niets waard te zijn is dermate onverdraaglijk, dat veel mensen vluchten in (psychische) aandoeningen: ze ontwikkelen een burn-out of een depressie. Zo vinden zij verlichting voor het kwellende schuldgevoel tekort te zijn geschoten. “Ik kon er toch immers niets aan doen? Ik ben nu eenmaal depressief, dat zei de dokter zelf, het ligt aan mijn genen.” Beoordeling Met zijn cultuurkritische benadering staat Verhaeghe bepaald niet alleen. De ‘neoliberale marktsamenleving’ ligt al langer onder vuur. Zo richten zulke onderling verschillende politieke filosofen als Achterhuis, Gray, Sandel of Zizek en economen als vader en zoon Sidelsky of de Tsjech Sedlášek, hun spitse pijlen op de in hun ogen gevaarlijke koers die onze samenleving is ingeslagen. Ook hulpverleners voegen zich inmiddels bij dit koor, zoals zeer onlangs de Vlaamse psychiater Dirk De Wachter (2013). Maar Verhaeghe heeft zijn eigen stem. Hij schrijft prettig en duidelijk, ook als het om ingewikkelde materie gaat. Zelden heb ik een betere uitleg van het denken van Lacan onder ogen gehad dan in dit boek. En wat Verhaeghe in de loop van zijn streng samenhangende betoog ook verder moge aanroeren, altijd zorgt hij voor een stevige onderbouwing. Zijn psychologische uitgangspunt, de twee tegengestelde gedragstendenties die alle mensen gemeen hebben, is zowel verfrissend in zijn eenvoud als gewaagd. Gewaagd vooral omdat het in zekere zin een rehabilitatie van Freud inhoudt. Had die Weense charlatan dan niet al lang afgedaan? We zijn toch ons brein? Nou nee, het blijkt echt een stuk ingewikkelder in elkaar te steken. Enfin, leest u vooral zelf maar. Wat is nu de slotsom? Gaan we met Verhaeghe terug naar de tijd waarin alles wat scheef liep de schuld was van het kapitaal? Schreef hij niet meer dan een meeslepend pamflet, zoals sommige andere recensenten lijken te suggereren? Ik denk van niet. Pamfletten zijn doorgaans aanmerkelijk saaier en drammeriger. Een voorbeeld: in het begin van de vorige eeuw gaf ene dokter Van Dieren, een querulanteske betweter van zeldzaam formaat, in eigen beheer een stroom geschriften van zich af. Hierin ging hij in ellenlange betogen – zogenaamd op medische gronden – tekeer tegen ‘het walgelijk naaktvertoon’ door zwemmende meisjes, of tegen de ‘kwalijke uitwassen van het voetbalspel’, beoefend (ook dat nog) in veel te korte broeken! Hoe levensgevaarlijk, hoe dodelijk zondig om zo de Heere verzoeken, hoe verziekend voor de jeugd! Zo jong nog en al zo verdorven! Tallozen zou hij hebben zien sterven aan kinkhoest en vliegende tering, hete tranen wenend van vergeefse spijt! Te laat! Hadden zij maar naar hem geluisterd. Enzovoort. Kijk, dát noem ik nu pamfletten. Nee, het boek van Verhaeghe is voor zo’n kwalificatie te goed gedocumenteerd, te zorgvuldig van opzet en uitwerking en – in weerwil van sommige kritieken – bepaald ook te genuanceerd. Je kunt toch Verhaeghe moeilijk van eenzijdigheid betichten als hij als psycholoog en therapeut nu eindelijk ook eens aandacht vraagt voor de maatschappelijke dimensie van ziekteverschijnselen die tegenwoordig veel voorkomen? Is er dan geen kritiek mogelijk? Zeker wel. Verhaeghe wekt de indruk dat de neoliberale ideologie zo dwingend en overheersend is en zo diep in de vezels van mens en maatschappij is doorgedrongen, dat ontsnapping onmogelijk lijkt. Maar hoe is dan zijn boek te verklaren, of het werk van tal van andere critici van de huidige gang van zaken? Die komen toch ook voort uit deze samenleving? Met andere woorden: ik denk dat Verhaeghe ons terecht waarschuwt, maar dat hij zijn vermaningen wel te zwaar aanzet. Al te somber moeten we niet willen wezen. Er is werk aan de winkel, potjandorie! En daar kunnen we maar beter welgemoed aan beginnen. Relevantie voor coaches Is dit boek van belang voor coaches? Ik denk van wel en zou het iedere coach willen voorschrijven. In de eerste plaats omdat ook wij goed moeten nadenken over onze bijdrage aan de samenleving. Wat voegen wij toe aan, of doen wij af van het heersende klimaat van onafgebroken veranderen, verplicht succes, personal branding en ‘machteloze maakbaarheid?’ Op een recente bijeenkomst voor coaches en HRD-managers hield organisatieprofessor Mathieu Weggeman de aanwezigen – en vooral de coaches – de volgende hamvraag voor: “Volgens je opdracht help je mensen beter te functioneren in vaak zieke organisaties. Waar kies je dan voor? De organisatie of de persoon?” (Weggeman, 2013). Voor een antwoord op die vraag zou ik zo denken dat Verhaeghe ons met zijn boek van een buitengewoon nuttige studiehulp heeft voorzien. In de tweede plaats lijkt het mij ‘gewoon’ goed om eens iets anders te lezen dan die eindeloze methodiekgeschriften. Is de wereld om ons heen niet veel groter dan het bekrompen tuintje waarin wij (de blik reflectief naar binnen gericht) braaf onze bekende rondjes lopen? Ergo: lees ‘Identiteit’ van Paul Verhaeghe, verheug u of maak u kwaad en ga vooral met hem en met elkaar in discussie. De vraag is: waar staan wij voor? ■ Sijtze de Roos is Vice President van ANSE en redactielid van het Tijdschrift voor Coaching.
Gratis
lees meer

Dilemma: Houd je als coach slechte organisaties in stand?

Bij de eerste MasterTour Coaching sprak Mathieu Weggeman. Hij zei onder andere dat je je als coach moet afvragen of jouw coachen bijdraagt aan het in stand houden van een slechte organisatie. Een opmerking die reuring veroorzaakte in de zaal. Slechte organisatie Mathieu Weggeman kent wat ons betreft ‘de coach’ te veel eer en ook te veel verantwoordelijkheid toe. Als je iemand binnen een ‘slechte’ organisatie coacht, dan ben je bezig met het persoonlijk functioneren van die persoon en neem je niet de hele organisatie voor je rekening. Het gaat om de persoonlijke leervragen van de coachee of van het team dat je coacht, natuurlijk in relatie tot de werkcontext, maar als coach kun je de inrichting van de organisatie of het werk niet beïnvloeden. Dat is typisch het werk van een organisatieadviseur. Overigens vroegen we ons ook af, wat een slechte  organisatie is. Bestaat die? Dat lijkt ons niet, net zomin als er slechte mensen bestaan. Je kunt wel spreken over een ongewenste cultuur en onwenselijk gedrag. Dan kun je wel stellen dat door te coachen binnen een ‘slechte’ organisatie je juist een steentje bijdraagt aan het beter worden van die organisatie. Effect Je coachee werkt in het systeem en binnen de cultuur van de organisatie. In feite heb je als coach door je coachee invloed op die organisatie. Dan heeft het wel zin om je af te vragen, wat het effect is van je coaching en je eigen opvattingen op je ik –ander coachee. Een van de belangrijke effecten van een (goed) coachingstraject is het in beweging brengen van mensen. De coachee neemt zijn opvattingen, meningen en aannames weer eens onder de loep en kijkt kritisch naar zijn vaste patronen en wat deze opleveren. Dat heeft zelden tot gevolg dat de coachee tot de conclusie komt dat hij helemaal tevreden is met hoe het nu gaat. Wanneer de uitkomst van een coachingstraject is dat alles bij het oude blijft, dan kun je je afvragen of de juiste coach op de juiste plek is ingezet. Wij zijn ervan overtuigd dat wij als coaches mooie dingen doen die het reilen en zeilen binnen organisaties weliswaar beïnvloeden, maar dat is een neveneffect en niet het hoofddoel.  Zoals Mathieu Weggeman het stelt, voelt het als een toegeschoven verantwoordelijkheid die wij niet ervaren en waarvan wij vinden dat die niet bij coaches thuishoort. Dat is de vraag  Stel dat de leervraag is: ‘Ik wil stijgen op de carrièreladder. Het topmanagement in ons bedrijf bestaat uit witte mannen met een universitaire opleiding. Zij hebben niets op met vrouwen (allochtonen, gelovigen, vul maar in…) en zijn zelfs ronduit vrouwonvriendelijk. Die houding vind je in de hele organisatie terug. Ik wil tot die top behoren, maar moet dan leren om me vrouwonvriendelijk te gedragen. Dat vind ik lastig, want voor mij zijn alle mensen gelijk.’ Wat doe je als coach? Voldoen aan de leervraag of de opdracht weigeren? Daarmee help je een vrouwonvriendelijke (of diversiteitonvriendelijke)  cultuur in de organisatie in stand te houden. Daar hoef je je niets van aan te trekken, het is niet jouw verantwoordelijkheid als coach. Maar wat doe je als je overtuigd bent van de kracht van feminiene eigenschappen voor iedere organisatie? Alleen al door dat uit te spreken, beïnvloed je je coachee en dus de organisatie. Je kunt ook proberen de coachvraag te veranderen. Bijvoorbeeld naar: Hoe bereik ik de top zonder vrouwonvriendelijk gedrag te vertonen?  Hoe beïnvloed ik het topmanagement, zodat ik met mijn kwaliteiten ook tot die top kan behoren? Hoe beïnvloed ik de cultuur in de organisatie, zodat die meer bij mij past? In feite zeg je dan impliciet dat je de gang van zaken binnen de organisatie niet acceptabel vindt. En ook dan beïnvloed je de organisatie via het ontwikkelproces van je coachee. Hoe denken andere coaches hierover?  lnkd.in Francine ten Hoedt en Philine Spruijt zijn de oprichters van de CoachingCarrousel, auteurs van ‘33 Daverende Dilemma’s voor Coaches’ en ontwikkelaars van de ‘Veertig Vileine Vragen voor ‘Veertig Vileine Vragen voor…’ reeks. In deze rubriek formuleren ze een dilemma en belichten de vraag vanuit verschillende invalshoeken, zonder het overigens altijd eens te zijn met die invalshoeken. www.coachingcarrousel.com
Gratis
lees meer

Uit de boekenkast: Psychotherapie door beeld- en begripsvorming. Prof. Dr. R Lubbers

Mijn vader was psychotherapeut en als hoogleraar verbonden aan de Universiteit van Utrecht. Ik heb zijn boekenkast geërfd, met daarin werk van veel beroemde en beruchte psychologische en filosofische denkers. Als ik de omslagen bekijk vraag ik me af wat wij coaches kunnen leren van deze grote denkers. Voor deze artikelenreeks pak ik elke keer een ander boek uit de kast om antwoord te vinden op deze onderzoeksvraag. Ik nodig je graag uit om deel te nemen aan deze speurtocht, in dialoog met onze traditie. Voor deze thema-uitgave over spel heb ik gekozen voor ’Psychotherapie door beeld- en begripsvorming’, een boek geschreven door mijn vader. Hij was therapeut en werkte via beeldcommunicatie. Eerst alleen met kinderen door spel en later ook met volwassenen via verhaal, beeld en dromen. Dat werd een bijzonder leesavontuur, waarbij herinneringen terugkwamen aan een tijd waarin ik als kind soms mee mocht naar zijn werk en in de prachtige speelkamer mocht spelen.
1,95
lees meer

Leren in coaching

Wij geven betekenis aan het leven met verhalen. In essentie zijn dat heldenverhalen over het aangaan van uitdagingen, de intentie deze te overwinnen en de groei die daarvoor nodig is. Deze uitgangspunten gelden ook voor coaching. Het verschil tussen een held en een coachee is dat de coachee wordt begeleid door een coach. In alle ‘grote verhalen’ wordt de held bijgestaan door ‘helpers’. soms gewild, soms ongewild, zichtbaar en onzichtbaar en soms zelfs vermomd als ‘vijand’. Is de coach wellicht zo’n helper? Coaching is in essentie het begeleiden van een leerproces (Griffiths, 2005). Wat zijn de meest relevante leertheorieën en wat betekent dat voor de coach als helper?
1,95
lees meer

Innovatie: Gamification en coaching

Gamification: een nieuw buzzwoord dat staat voor het inzetten van spelelementen in een situatie die oorspronkelijk niets met spelen te maken heeft. Het doel is om de situatie leuker te maken en mensen te betrekken. In dit artikelgeven gamificationexperts Simone van Alphen en Bart Lamot van Het Idee Atelier meer inzicht in wat de term inhoudt en hoe je het bij coaching kunt inzetten.
1,95
lees meer

Promotie

Foundations of organizational moral climate theory Wat is er tegenwoordig toch aan de hand met de moraal van bedrijven en instellingen? Deze vraag komt, na de zoveelste graaipartij bij een inmiddels gefailleerde woningbouwcorporatie, vast bij velen van ons op. Wie daar verder op wil doordenken, stuit al snel op verdere vragen. Wat weten we eigenlijk van de moraliteit van organisaties? Hoe belangrijk is inzicht in het ‘morele klimaat’ van organisaties voor een goed begrip van hun dagelijks reilen en zeilen? Volgens Hans Bennink, supervisor en docent bedrijfskunde aan de Hogeschool Arnhem-Nijmegen, en redacteur van het Tijdschrift voor Begeleidingskunde, is de hamvraag dan allereerst of er wetenschappelijk onderzoek is – en wordt - gedaan naar ‘de dominante manier van moreel redeneren’ in organisaties. En zo ja, hoe dan? Op 7 september 2012 promoveerde Bennink aan de Radboud Universiteit Nijmegen op een proefschrift over deze kwestie. Promotor was Prof. dr. Rene ten Bos, onder andere bekend van diens kritische studie ‘Rationele engelen: Moraliteit en management’ (2003). Uit Benninks omvangrijke, in het Engels opgestelde proefschrift – getiteld ‘Foundations of organizational Moral climate theory’ – komt naar voren dat het onderzoek naar ‘morele klimaten’ tot nu toe nauwelijks vooruitgang laat zien. Bennink neemt de handschoen op en construeert een typologie van morele klimaten, op grond van de via Kohlberg’s beroemd geworden fasetheorie over de morele ontwikkeling van individuele personen. Aan de hand van dat model laat hij zien hoe bedrijven en organisaties doorgaans schipperen tussen een tekort en een teveel aan moraliteit, hetgeen kan leiden tot (maatschappelijke) legitimiteitsproblemen in het eerste, en effectiviteitsverlies in het tweede geval. Bennink sluit zijn studie af met te bezien hoe de gewenste ontwikkeling en stabilisering van het morele klimaat in organisaties bevorderd kan worden. Benninks proefschrift is te typeren als een metastudie. Hij onderzoekt de wetenschappelijke en methodologische merites van ongeveer driehonderd studies van anderen. Dat deze benadering een hoog theoretisch karakter heeft zal duidelijk zijn. Dat kan practici afschrikken. Toch is deze studie de moeite van flink doorzetten zeker waard. Want wat Bennink te zeggen heeft is van belang voor de verdere (of andere) ontwikkeling van vakgebieden als HRD en organisatiecoaching. En dan vooral waar het gaat om het zoeken naar interventies waarmee de gewenste morele ontwikkeling van organisaties kan worden ingezet en ondersteund.
Gratis
lees meer

Congresverslag

Essence of Leadership 2013 “The succes of an intervention depends on the interior condition of the intervener.” William O’Brien, former CEO of the Hanover Insurance company Het was op donderdag 18 april dat we verwelkomd werden bij De Baak in Driebergen door Jos Rovers en Thom Schouten van Het Eerste Huis. Zo’n 400 deelnemers kwamen naar deze dag om gezamenlijk stil te staan bij The Essence of Leadership. Otto Scharmer en Alan Seale waren de gastsprekers op deze dag. Volgens Otto Scharmer staan we ten opzichte van de problemen die nu om aandacht vragen, met elkaar veelal in de overlevingsstand: vechten, vluchten of zelfs bevriezen. Dit laatste benoemde hij als ‘collective paralysis’. Binnen organisaties waar zoveel belangen heersen, waar individualiteit in veel gevallen nog altijd voor de gezamenlijkheid gaat, waar de markt hoge eisen stelt, wordt door veel leiders een kloof ervaren tussen de resultaten die bereikt worden en de – zinvolle en zingevende – resultaten die nodig zijn. Leiders ervaren weinig bewegingsvrijheid en veel druk en komen vanuit die beleving vaak in zo’n overlevingsstand terecht. De neiging is dan om zich af te sluiten van de omgeving en te reageren vanuit oude ingesleten patronen. Ook de andere lagen in organisaties worden hierdoor sterk beïnvloed. Hierdoor vernauwt het collectieve vermogen om goed waar te nemen en wordt werkelijke innovatie geblokkeerd. Het effect daarvan is weinig verbinding met betrokkenen binnen en buiten de organisatie, veel ad hoc besluitvorming en symptoomoplossingen. Het voorbeeld dat organisaties ons bieden als systeem, speelt ook op individueel niveau. Het is van belang dat we ons steeds weer opnieuw verbinden met de vrije ruimte in onszelf om de wereld vanuit openheid tegemoet te treden. Op die manier vergroten we de kans om de wijsheid die in het hier en nu nog ‘verborgen’ is waar te nemen en te benutten. Connecting to the now is the gateway to new possibilities Scharmer sprak over de kloven die ontstaan zijn tussen de realiteit waarin we werken en leven en onze idealen en beelden van ‘essentie’. Hij benoemde achtereenvolgens de Ecologische Kloof tussen onszelf en de natuur, de Sociale Kloof tussen onszelf en de ander(en) en de Zingevende Kloof tussen wat we doen en wie we (willen) zijn. Met de gevolgen van deze verschillen worden we dagelijks geconfronteerd. De effecten zichtbaar in de manier waarop we met de aarde omgaan, de verschillen tussen mensen op het gebied van welvaart, invloed en zeggenschap, de verschillen tussen gericht zijn op ‘willen hebben’ en op ‘willen bijdragen’. Deze verschillen zijn de motor voor velen om op een werkelijk creatieve en innovatieve manier verbindingen/relaties te (leren) herstellen. Ze bekrachtigen de noodzaak van werkelijke veranderingen. Veel van deze veranderingen zijn al gaande, maar kunnen meer manifest worden als we daar ook ruimte voor gaan creëren. Het is van belang dat we ruimte creëren in onszelf, door te vertragen en naar binnen te keren voordat we ons op buiten richten. Daardoor leren we echt te luisteren en kunnen we de wijsheid die er IS ook ontdekken. Often a problem is not to be solved. often it is a message to be listened to Alan Seale vroeg ons te focussen op een actueel probleem. Wat gebeurt er fysiek en in je geest als je je voorstelt dat je je tegen dit probleem verzet, weerstand en tegenstand levert? En wat gebeurt er als je je openstelt voor dit probleem, er contact mee zoekt en verbinding mee maakt? In zijn presentatie sloot hij naadloos aan bij een van de quotes van Otto Scharmer: “Co-creation is a journey and the most important one is our inner journey.” Seale benadrukte de grote invloed van de manier waarop we ons tot problemen verhouden, van de relatie die we aangaan met wat we moeilijk vinden. Start from the vertical, it will show you what to do in the horizontal We kunnen in coaching het ‘dramaniveau’ overstijgen en de keuzemogelijkheden verder onderzoeken die voor de coachee in ’n probleem verscholen liggen. Hoe wil je zijn in deze fase in je leven waarin je geconfronteerd wordt met dit probleem? Hoe wil je je als persoon, als mens, verhouden tot dit probleem? Welke keuzes kun je hierin maken? We zouden ook nog voorbij het probleem kunnen kijken en onderzoeken welke kansen, welk potentieel, hier liggen. Wat wil hier gebeuren? Welke lessen worden hier in mijn leven aangeboden? Wat vraagt dit probleem van mij om verder te ontwikkelen? Het effect is dat coachees dan kunnen ervaren dat zij geen slachtoffer van de situatie zijn, maar meer keuzemogelijkheden hebben in de manier waarop zij hiermee omgaan. En meer innerlijke vrijheid kan leiden tot meer en creatieve mogelijkheden om te handelen! Otto Scharmer senior lecturer aan het Massachusetts Institue of Technolgy en oprichter van het Presencing Institute. Auteur van meerdere boeken, onder andere ‘Theory U’. Alan Seale oprichter en directeur van het Center for Transformational Presence, coach, leraar en schrijver. Meer informatie: www.eerstehuis.nl Petra de Bruijn is redactielid van het Tijdschrift voor Coaching en coach bij de SchoolvoorCoaching. Marjo Korrel is redactielid van het Tijdschrift voor Coaching en initiator /senior trainercoach van Deïnthe Interventiekunde .
Gratis
lees meer

Week van een manager: Eveline O'Brien

Eveline O’Brien is ruim twee jaar Manager Operations bij PQR, een ICT-dienstverlener in De Meern. Na haar studie Cultuur, Organisatie & Communicatie aan de VU in Amsterdam is zij bij toeval het ICT-wereldje in gerold. Als freelance programma/projectmanager was zij vooral de brug tussen business en IT, en heeft zij met verschillende organisaties in diverse landen samengewerkt. Bij PQR is Eveline verantwoordelijk voor het goed functioneren van de delivery organisatie, waarbij zij de consultants, engineers en projectmanagers (65 mannen en 1 vrouw), onder haar hoede heeft.
Gratis
lees meer

Ik zet in… Coachen met focus op leren

Coachen heeft als opdracht om bij te dragen aan een bewustzijns-en leerproces van de gecoachte. De term ‘leren’ bedoelen we hier niet in de zin van ‘schools leren’ of uitsluitend cognitieve ontwikkeling, maar als proces dat tot duurzame mentale verandering leidt en zichtbaar wordt in iemands (professionele) gedrag. Om bewust te kunnen zien wat op het gebied van ‘leren’ tijdens een coaching of intervisie gebeurt moeten we het mentale leerproces enigszins kunnen waarnemen en monitoren. Welke denkstappen maakt de gecoachte? Hoe ontstaan er beelden met emoties? Op welk leerniveau zit de gecoachte en welk volgend niveau is een logisch vervolg?
1,95
lees meer

Schrijf je in voor de nieuwsbrief en blijf op de hoogte!

Congres Positieve Psychologie

Thema: Dynamiek in Relaties

Datum: 29 november 2019
Locatie: De Reehorst, Ede

Informatie & aanmelden »