logo-professioneel-begeleidenlogo-professioneel-begeleiden
Filters
  • Alle artikelen

    1|...|448|449|450|...|582

    Jurering binnen het damesturnen

    In de turnsport kent men binnen één groot evenement vier soorten wedstrijden: een Kwalificatie, een Teamfinale, een All-Aroundfinale en een Toestelfinale. Tijdens de meeste wedstrijden werken de turnsters vier verschillende onderdelen af: sprong, brug ongelijk, evenwichtsbalk en vloer. Bij ieder onderdeel worden scores gegeven door een jury; diegene met de hoogste score wint de wedstrijd. In dit artikel wordt ingegaan op hoe de jurering binnen het damesturnen in zijn werk gaat en de eisen die aan de juryleden gesteld worden
    1,95
    lees meer

    Het mondeling examen bij de staatsexamens voortgezet onderwijs

    Dit artikel behandelt het onderdeel ‘mondeling examen’ van de staatsexamens VO. De aanleiding hiertoe vormt de telkens terugkerende discussie over de gelijkwaardigheid van de staatsexamens met de overeenkomstige examens die op de scholen voor voortgezet onderwijs (VO) worden afgenomen. De verschillen tussen beide examens spitsen zich toe op het verschil tussen ‘schoolexamen’ en ‘mondeling examen’.
    1,95
    lees meer

    Score – Toetsen en beoordelen - Hogeschool van Amsterdam

    Welkom op de website over toetsen en beoordelen van de Hogeschool van Amsterdam. Op deze website is alle relevante informatieover toetsen en beoordelen direct beschikbaar voor studenten, docenten, leden examencommissies, toetscommissies, bedrijfsbureaus, staf/management. De site bevat naast de basisinformatie: bronnen, voorbeelden, links, tips en literatuur. De Hogeschool van Amsterdam heeft in oktober een nieuwe versie van haar website over toetsing gepresenteerd. Op deze website staat relevante informatie over toetsen en beoordelen voor diverse doelgroepen. Op de studentensite is te lezen welke toetsvormen gehanteerd worden bij de HvA en wat deze toetsvormen inhouden. Per toetsvorm worden de volgende vragen beantwoord: wat is het?, wat wordt getoetst?, hoe word ik getoetst?, hoe word ik beoordeeld?, hoe bereid ik me het beste voor?, welke feedback krijg ik?. De antwoorden op deze vragen zijn kort en duidelijk geformuleerd. Daarnaast kunnen de studenten lezen wat de visie van de HvA op toetsing is en wat de rechten en plichten van de student bij toetsing zijn. De docentensite beschrijft toetsing vanuit een ontwerpperspectief: Hoe kies je de juiste toetsvorm? En hoe doorloop je de toetscyclus? Voor alle toetsvormen die ook al op de studentensite genoemd staan, wordt aangegeven hoe ze gebruikt moeten worden. Op de site voor docenten wordt expliciet aandacht besteed aan toetsbeleid en het eindniveau van de opleiding. Elke pagina wordt aangevuld met voorbeelden vanuit verschillende opleidingen. De pagina’s voor de leden van toetscommissies en examencommissies gaan verder in op wat verstaan wordt onder kwaliteit van toetsing en op welke manier de toetscommissies en examencommissies te werk gaan bij de borging van de kwaliteit. Regelgeving en uitvoering zijn hierbij belangrijke aspecten. Op de pagina van het bedrijfsbureau staat de uitvoering van de toetsing centraal. Roostering, inzage, het verwerken van resultaten en archivering worden uitgebreid beschreven. Tot slot staat op de pagina voor staf en management informatie over toetsbeleid, studiesucces en rendement, deskundigheidsbevordering, eindniveau, borging van kwaliteit en de interne organisatie en bemensing. Wat bij het doornemen van de hele site opvalt, is dat sommige kopjes op meerdere plaatsen terugkomen, zoals eindniveau, maar dat de uitwerking toegespitst is op de doelgroep bij welke het begrip genoemd wordt. Onderlinge verwijzingen naar de andere doelgroep zou daarbij nog een goede aanvulling zijn. Het mooie van de site is dat alle onderdelen open zijn voor alle doelgroepen. Dat betekent dat bijvoorbeeld de docenten de sites van de examencommissie kunnen inzien om te zien hoe borging geregeld is. De transparantie van de site is hoog en daarmee is deze site een heel goed voorbeeld voor andere hogescholen, en ook roc’s en universiteiten, om hun eigen beleid ten aanzien van toetsing vorm te geven. Mw. dr. Desirée Joosten-ten Brinke is hoofdredacteur van EXAMENS, lector Eigentijds toetsen en beoordelen bij Fontys lerarenopleiding Tilburg en universitair docent bij de Open Universiteit. E-mail: desiree.joosten-tenbrinke@ou.nl; d.tenbrinke@fontys.nl.
    Gratis
    lees meer

    Wie niet sterk is, moet intelligent zijn

    Wie niet sterk is, moet intelligent zijn Je weet ‘dat er iets is’. We weten allemaal dat het bestaat: intelligentie. Ongrijpbaar, maar overheersend. Er is veel over gezegd en geschreven. Toch is er nog steeds geen algemeen geaccepteerde definitie van intelligentie. Op de achtergrond is deze vage factor bij toetsen altijd de zwijgend aanwezige derde: the elephant in the test center. Door natuurlijke selectie is de mens veel slimmer geworden dan andere dieren. Wie niet sterk is, moest immers intelligent zijn. Om te overleven in de oertijd, om zich te verweren tegen wilde dieren en daarop zelfs te jagen. Intelligentie zit ons mensen in de genen. In duizenden genen om precies te zijn. We brengen het dus ook over op volgende generaties. De erfelijkheidsfactor van intelligentie wordt geschat op 0,5 tot 0,7. We gaan ervan uit dat iemand die intelligenter is dan anderen, over het algemeen hogere toetsscores op kennistoetsen haalt. Toch is het nooit goed gelukt instrumenten te ontwikkelen waarmee intelligentie te meten is. Ja, je hebt de IQ-test. Door sommigen getypeerd als een mathematisch artefact. Net als veel andere tests uit de psychologische hoek (zoals big five) laadt de IQ-test de verdenking op zich een kunstmatig construct te zijn. Je bedenkt een bepaalde factor, gaat die meten en vervolgens (hé, wat opmerkelijk) constateer je die factor. Stephen Jay Gould vergeleek de IQ-test met de schedelmetingen uit vroeger eeuwen. Je kunt er – volgens hem – niet van uitgaan dat intelligentie enkelvoudig meetbaar is. Howard Gardner introduceerde de meervoudige intelligentie, waardoor het begrip intelligentie niet bepaald duidelijker werd. IQ-tests hebben desondanks zo’n status bereikt dat massa en media er ontzag voor hebben. We bouwen er zelfs televisieformats op. De meeste HRassessments leunen zwaar op het onderdeel waarin intelligentie wordt gemeten. IQ-tests worden ingezet als instrument voor indicatiestelling, bijvoorbeeld om te bepalen of iemand voldoende zwakbegaafd is. En MENSA, de organisatie van en voor zeer intelligente mensen, gebruikt de IQ-test als selectie aan de poort. Hoe high de stakes bij een IQ-test kunnen zijn, blijkt uit het verhaal van de man in Florida die een hulpsheriff en een zwangere vrouw vermoordde. En die ter dood werd veroordeeld. De man scoorde een IQ van 71. Als hij één punt lager had gescoord, zou hij zijn blijven leven, want volgens de Amerikaanse Grondwet mogen geestelijk gehandicapten niet worden geëxecuteerd. Het Hooggerechtshof moet zich nu buigen over deze kwestie. Hoe de uitspraak ook uitvalt, vast staat dat deze man niet slim genoeg was om de test met opzet wat slechter te maken. We weten dus allemaal ‘dat er iets is’… Tussen iemands toetsresultaten bestaat vaak een grote correlatie. En dat kan geen toeval zijn. En duidt ook niet op een artefact. Charles Spearman introduceerde de g-factor (general factor), de variabele die verantwoordelijk is voor de correlatie tussen de diverse toetsuitslagen van één persoon. De g-factor kan gezien worden als een soort aanleg, of cognitieve vaardigheid. De g-factor heeft schijnbaar iets met intelligentie te maken. Maar ook met achtergrondvariabelen, zoals aangeboren en sociaaleconomische kenmerken. Mogelijk overheersen deze algemene factoren zo sterk, dat je – als je toetst – vrijwel niets anders meet dan dat. Kun je dan – om je de tijd en het geld van toetsen te besparen – niet gewoon een achtergrondvariabele als meetlat nemen? En het proces helemaal omkeren? Jawel. Dan kunnen we een leerling laten slagen als het huis van zijn ouders groot genoeg is, of als er in dat huis genoeg boeken staan. Met voldoende achtergrondgegevens valt een behoorlijk voorspellende waarde te bereiken. Big data, noemen ze dat modieus. Maar ook al zal dit op de totale populatie een redelijk betrouwbaar resultaat geven, op individueel niveau is zo’n benadering moreel niet acceptabel. Heeft toetsen dan toch wel zin? Ja, uiteraard (dat antwoord mag men van mij verwachten). Als we de g-factor goed zichtbaar konden maken, was het misschien anders. Maar nee, die zit in zoveel variabelen, factoren en genen, dat het meten van concreet gedrag het enige alternatief is. Daarom werk ik ook liever met schooltoetsen dan met andere soorten toetsen, zoals een IQ-test. Ze laten concreet zien wat iemand tot dat moment bereikt heeft. Dankzij zijn of haar eigen inspanningen, en met de hulp van anderen, zoals de school. Je meet iets wat niet een verschil is, maar wat een verschil maakt. Kortom, vergeet maar ‘dat er iets is’. In plaats van het hoofd te breken over wat intelligentie nu precies betekent, moeten we gewoon hard aan de slag om intelligente(re) toetsen te maken. De heer drs. M. Roorda is CEO/Voorzitter Raad van Bestuur van Cito. E-mail: Marten.Roorda@cito.com.
    Gratis
    lees meer

    De uitvoering van de tweede correctie

    De overheid heeft regels opgesteld voor de eerste en tweede correctie van de centraal schriftelijke examens in het voortgezet onderwijs. Maar worden deze regels wel nageleefd? En hoe zit het met de randvoorwaarden waaronder docenten de correctie moeten uitvoeren? Dit artikel beantwoordt beide vragen op basis van een grootschalige landelijke enquête onder examinatoren. Het is het vervolg op het artikel in het vorige nummer van EXAMENS waarin werd vastgesteld dat examinatoren sterk verschillen in de soepelheid van de beoordeling en dat de huidige tweede correctie daarvoor geen afdoende oplossing biedt.
    1,95
    lees meer

    De kwaliteit van de staatsexamens voortgezet onderwijs

    De sterkste component van het staatsexamen is het schriftelijk examen dat door twee onafhankelijke beoordelaars beoordeeld wordt. De auteur ziet tekortkomingen in het mondelinge college-examen die de validiteit en betrouwbaarheid van staatsexamens beïnvloeden. Aan het College voor Examens de taak de staatsexamens te verbeteren.
    1,95
    lees meer

    De Associatie – leverancier van vertrouwen

      Op 4 juli 2013 waren wij in Amersfoort op bezoek bij Natasja Kroon, algemeen directeur van de Nederlandse Associatie voor Praktijkexamens, kortweg de Associatie genoemd.
    Gratis
    lees meer

    EXAMENS 2013-03 Volledige uitgave

    INHOUD EXAMENS 2013-3 augustus 2013 Afscheid van hoofdredacteur Henk van Berkel, redactie van EXAMENS Correctie van examenwerk. Eerste, tweede, derde en vierde correctie:wat is het verschil?, Hans Kuhlemeier Beoordelen van de kwaliteit van toetsing, Carlijn van Hees Terecht of niet? Baas boven baas - heeft de eximinator een baas? Henk van Berkel Gastcolumn: Goud in handen, Marten Roorda Een kwaliteitsborgingssysteem van toetsing. Van beleid naar praktijk, Jetske Strijbos De geïntegreerde bachelortoets. Het toetsen van kernconcepten, Lieven de Moor Uit de praktijk. Het Hondenexamen, Henk van Berkel 'Beelden zeggen meer dan woorden'. De meerwaarde van videoprestatieankers in exemenbeoordelingen, Inge Lathouwers, Hanneke Knoop-van Nuland en Erik Roelofs Examens in bedrijf. SSVV - eigenaar van het VCA-certificatiesysteem, Ad de Jongh en Harry Molkenboer Gezien en gelezen, Jorik Arts Verenigingsnieuws Redactioneel Henk van Berkel Afscheid Twaalf jaar geleden, snel na de start in 1999 van de Nederlandse Vereniging voor Examens, de NVE, ontstond bij mij het idee dat ieder zichzelf respecterende vereniging een eigen blad moet hebben. Na overleg met Wim van der Linden, de toenmalige voorzitter van de NVE, die mijn idee steunde, nam ik de eerste stappen richting redactie. Samen met Annie Kempers, lid van het bestuur van de NVE, brainstormde ik over mogelijke redactieleden en potentiële uitgevers en vooral over de formule van het tijdschrift. Het moest een tijdschrift worden op het grensvlak van theorie en praktijk. Niet te veel theorie, want dan haken veel lezers af. Maar ook niet te veel praktische tips, want het moet duidelijk zijn dat tips ergens op gestoeld moeten zijn. De (eerste) uitgever werd Lemma en de namen van de redactieleden van het eerste uur, vindt u vermeld in de eerste nummers. De naam van het tijdschrift werd EXAMENS. Zo’n naam staat als een huis. Mijn eerste medehoofdredacteur werd Ton Luijten, destijds werkzaam op Cito. Is het u overigens opgevallen dat EXAMENS bij mijn wetenhet enige tijdschrift is met twee hoofdredacteuren? Ton in de redactie was handig omdat Cito de vergaderplaats in Arnhem werd en we daar niets hoefden te betalen. Want een tijdschrift is geen goudmijn, voor de uitgever niet en ook niet voor de redactieleden die hun werk zonder enige betaling verrichten. Ton was ook degene die de eerste nummers van het tijdschrift wist te vullen door zijn netwerk aan te spreken. Er namen redactieleden afscheid en er kwamen nieuwe redactieleden bij. En de kopij kwam binnen. In de loop der jaren kwamen er rubrieken in het tijdschrift: Uit de praktijk, Gastcolumns, Terecht of Niet, en de interviews met kopstukken uit de examenwereld. Dat maakte het tijdschrift afwisselend. Er kwam een nieuwe medehoofdredacteur, Annemarie de Knecht en er zijn nog redacteuren van het eerste uur, Annie Kempers en Harry Molkenboer. Het leiden van een tijdschrift is teamwerk. Niemand is de baas en alle redacteuren zijn eigenwijs, zo hoort dat. Dat levert boeiende redactievergaderingen op. Steeds in een uitstekende sfeer. Met de komst van een nieuwe en enthousiaste uitgever, Kloosterhof, ontwikkelde het tijdschrift zich tot wat het nu is: een aantrekkelijk vormgegeven blad, met afwisselende artikelen en vele rubrieken. De reden voor deze terugblik is een emotionele. Vanwege het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd, neem ik afscheid van EXAMENS. Dat doe ik met een goed gevoel. Het tijdschrift staat, de redactie functioneert uitstekend, de verhouding met de uitgever en de vereniging is goed en, het allerbelangrijkst, de inhoud van het tijdschrift heeft kwaliteit. Ik dank alle lezers voor hun waardering. Ik wens mijn opvolger, Desirée Joosten-ten Brinke, heel veel succes en vooral plezier.   De heer dr. H.J.M. van Berkel was hoofdredacteur van EXAMENS en werkzaam aan de Universiteit Maastricht. E-mail. h.vanberkel@maastrichtuniversity.nl.

    5,95
    lees meer

    Het Hondenexamen

    Er zijn trainingen voor honden. Het is echter bekend dat die trainingen er niet zijn voor de honden, maar voor de baasjes, voor mij dus. Want ik verwen mijn hond te veel. Ik heb de opvatting dat hondjes ondeugend, stout en eigenwijs moeten zijn. Ik heb er gewoon plezier in wanneer mijn Kwiebus, want zo heet ze, kattenkwaad uithaalt, bijvoorbeeld snuffelen aan en eten uit de afvalemmer, stiekem in mijn bed gaan liggen, in de Maas springen, achter vogels aanrennen en meer van dat soort jonge hondengedrag. Want ik ben ook jong geweest en waarom zou ik een hond verbieden wat ik zelf ook leuk vond? Maar dat is een verkeerde opvatting, is mij verzekerd. De baas moet leiding geven en niet over zich laten lopen. Mijn vrouw zei dat, maar ook iedere hondenkenner hier in de buurt. Ik heb me dus laten overreden en ben naar de hondentraining gegaan, iedere donderdagavond van acht tot negen, in weer en wind. Mijn hond leerde allerlei trucs die haar rijp maakten voor een circusoptreden. Kunstjes dus waar niemand wat aan heeft, maar toch, zo zegt de hondentrainer, het belang van de hond dienen. Nogmaals, voor mij hoefde het niet, maar de buurt zei het: ‘doe het nou’. Mijn hond en ik hebben de cursus keurig afgemaakt en dan komt het grote moment: het examen. Mijn Kwiebus gaat op! Zelf heeft ze er geen weet van, maar ik wel. Ik was zenuwachtig. Van te voren kreeg ik van de trainer een lijst met opgaven. Het betreft het examen EG-2, nog net geen beginnerscursus. In totaal omvat het examen veertien opgaven die een ongelijk gewicht hebben. Bijvoorbeeld opgave 6: baas en hond volgen in een normaal tempo een linker- en een rechtercirkel met ieder een doorsnee van vier meter (tien punten). Maar er geldt ook een puntenaftrekregel indien de hond trekt aan de lijn, gebrek aan aandacht toont of bijt in de riem. Opgave 10 (spel- en spelbeëindiging) levert twintig punten op: de baas en de hond moeten samen spelen; de hond moet op commando stoppen met spelen. Wanneer de hond niet speelt, worden maximaal 3 punten gegeven. Sommige oefeningen moeten per se voldoende zijn om te kunnen halen. De slaaggrens ligt bij 80 van de te behalen 140 punten. Het formulier waar de opgaven op staan, eindigt met: ‘De examinator beslist te allen tijden, er is dus geen discussie mogelijk’. Toen kwam de grote dag. De honden en baasjes werden op een zondag in maart verwacht op een weiland. Maar u zult zich de ‘lente’  van dit jaar nog wel herinneren. Tot en met april kwam de temperatuur nauwelijks boven nul en tot in maart sneeuwde het. Zo ook op de bewuste examendag. Er lag op het examenweiland een pak van twintig centimeter. Het examen werd afgelast, zo las ik op de internetsite. Alle moeite was tevergeefs. Ik belde op, wat nu? Want inmiddels was ik wel zover dat ik er lol in ging krijgen. Kwiebus en ik amuseerden ons prima op de training en, eerlijk is eerlijk, ik geef toe dat er beter naar mij werd geluisterd en dat gaf toch wel wat rust in huis. Maar ja, het diploma was nodig om naar de vervolgcursus te mogen. Zo werkt dat ook in hondenland. Echter, de trainer aan de telefoon stelde me gerust. Het examen was weliswaar niet doorgegaan, maar iedere hond was geslaagd en werd op de vervolgcursus verwacht. Iedereen tevreden, Kwiebus die een botje extra kreeg, ik als baasje die apentrots was en de trainer die weer klandizie had voor de vervolgcursus. Waarom kan het zo niet gaan in de echte mensenwereld? De heer dr. H.J.M. van Berkel was hoofdredacteur van EXAMENS. E-mail. h.vanberkel@maastrichtuniversity.nl.
    Gratis
    lees meer

    Baas boven baas - Heeft de examinator een baas?

    Zelfstandigheid is een veel gekoesterde droom van menig docent in het hoger onderwijs. Je eigen baas zijn, doen wat je wilt doen, binnen bepaalde grenzen – dat wel - maar zonder snelle manager met (te) weidse vergezichten, zonder onderwijskundigen die zeggen hoe je moet toetsen, zonder … noem maar op. Bestaat er voor docenten een walhalla zonder bemoeials? Voor wat betreft het toetsen wel, zo toont onderstaande beroepszaak aan.
    1,95
    lees meer

    Schrijf je in voor de nieuwsbrief en blijf op de hoogte!

    Op weg naar ruimte en vrijheid

    Crisis als aanleiding om inzicht te vergroten in (je) identiteitswerk

    Datum:
    Locatie:

    Download gratis deze white paper