logo-professioneel-begeleiden logo-professioneel-begeleiden
Filters

Alle artikelen - Abonneer je nu!

Mijn leerlingen beoordelen elkaar

Auteur: Wynand Wijnen

Leerling F. ziet het echt nog niet zitten. De docent heeft de klas in drietallen ingedeeld en deze drietallen moesten een presentatie voorbereiden over een milieuonderwerp. Hij werd ingedeeld bij het leukste meisje van de klas en ze hebben met veel plezier gewerkt aan de voorbereiding van de presentatie. Nu een en ander afgerond is vraagt de docent ineens of ze elkaar willen beoordelen. Eigenlijk vindt leerling F. dit maar niks. Hij heeft wel gezien dat zijn klasgenote zich niet bovenmatig inspande, maar omdat hij wat extra tijd heeftingezet, is de presentatie toch nog heel goed verlopen. Wat moet hij nu? Moet hij zijn klasgenote een lage beoordeling geven, omdat ze eigenlijk niet zo heel veel heeft gedaan of is het beter dat hij uitgaat van de kwaliteit van de presentatie en voor iedereen uit het drietal een goed cijfer voorstelt. Hij weet het niet en daarom vindt hij elkaar beoordelen maar niks. Er zijn goede redenen om leerlingen in het onderwijs van tijd tot tijd groepsopdrachten te laten uitvoeren. Niet alleen kunnen leerlingen bij de uitvoering daarvan van elkaar leren, maar ook kan op die manier duidelijk worden gemaakt, dat samenwerken in groepsverband ook in de maatschappij van veel belang is. Over het belang van groepsopdrachten is er overigens in de klas geen verschil van mening. Het probleem begint wanneer de docent vraagt of de groepsleden elkaar willen beoordelen. Zo’n verzoek vinden de leerlingen eigenlijk niet fair. ‘Je gaat je klasgenoten toch niet afvallen’. ‘Hoe kunnen wij nu oordelen over de inbreng van anderen, terwijl we het zelf nog moeten leren?’ ‘Is het wel redelijk dat de docent de moeilijke beoordelingstaak naar ons doorstuurt?’ Deze en andere vragen worden door de leerlingen druk besproken en er zijn verschillende standpunten. Leerlingen begrijpen dat de docent niet alles kan zien wanneer de klas in kleine groepjes aan het werk is. Maar het beoordelen van elkaar vinden de leerlingen toch geen prettige opgave. Natuurlijk zouden ze wel eens duidelijk willen maken dat sommige leerlingen er de kantjes vanaf lopen, maar wat zijn de gevolgen? Ook willen ze die sympathieke leerling die het moeilijk heeft, graag ondersteunen, maar wat heeft hij daar aan? Leerlingen realiseren zich natuurlijk dat de docent niet op zoek is naar uitspraken over sympathie en antipathie. Het moet gaan over prestaties en over niets anders. Wanneer men beoordelingen vooral ziet als een afsluiting van het verleden zou men een geringere inzet van medeleerlingen met de mantel der liefde kunnen bedekken, maar het gaat ook om de toekomst. Daarom is het de moeite waard dat leerlingen weten dat hun medeleerlingen niet echt te spreken zijn over hun inzet. Het benoemen van sterke en zwakke punten door medeleerlingen – mits eerlijk en fair bedoeld – kan leerlingen alleen maar helpen bij het verbeteren van hun leerproces. En daar gaat het natuurlijk om. Wanneer leerlingen in het onderwijs elkaar moeten beoordelen, melden zich achterdochtige gedachten als: ‘Leerlingen zullen elkaar wel niet de voet dwars willen zetten.’ ‘De lievelingetjes in de klas zullen hiervan wel profiteren.’ ‘Het is toch niet redelijk dat de docent het moeilijke werk aan de leerlingen overlaat.’ Deze teksten en variaties daarop worden al snel gehoord. Toch lijkt het leerzaam wanneer leerlingen ervaring opdoen met het beoordelen van elkaar. Gedwongen worden om op feiten te letten kan vooroordelen minder krachtig maken. En meningen kunnen beter uitgesproken worden dan dat ze ongekend en ongecontroleerd hun werk blijven doen. Voorwaarde is dat de docent op een goede manier het ‘elkaar beoordelen’ begeleidt en zo nodig corrigeert. Prof.dr. W.H.F.W. Wijnen was hoogleraar Ontwikkeling en Onderzoek van het Hoger Onderwijs aan de Universiteit Maastricht.
Gratis
lees meer

EXAMENS 2011-02 Volledige uitgave

INHOUD EXAMENS 2011-02 mei 2011 Ik spiek, jij spiekt, wij spieken Wat is spieken, Harry Molkenboer en Dominique Sluijsmans Op een diploma moet je kunnen vertrouwen Een advies van de onderwijsraad, Cees van Leest Terecht of niet? Haken in het geding, Annie Kempers-Warmerdam Gastcolumn: Regels zijn regels, Wynand Wijnen Examencommissies hbo worden belangrijker! Een handreiking van de HBO-raad, Roeland Smits Uit de praktijk: Hoe spreek je de kandidaat aan? Jackelien te Burg Openbaar maken van een itembank Voor- en nadelen voor kandidaten, opleiders en examenorganisaties, Annie Kempers-Warmerdam en Annemarie de Knecht-van Eekelen Kopstukken uit de examenwereld Jules Peschar - over evaluatie van het onderwijs, Annemarie de Knecht-van Eekelen en Ed Kremers Gezien en gelezen Wie zijn wij Literatuur/ Agenda Verenigingsnieuws Een AFM voor de examinering? In het redactioneel van vorige zomer is het al aangekondigd, het advies van de Onderwijsraad over de waardevastheid van diploma’s. Dit advies met de titel ´Een diploma van waarde´ ligt er nu. De raad stelt dat de samenleving op de examinering en het daarmee samenhangend diploma moet kunnen vertrouwen. De raad constateert een spanningsveld tussen enerzijds differentiatie - bijvoorbeeld de roep om maatwerk - en anderzijds standaardisatie - bijvoorbeeld wensen ten aanzien van landelijke examinering. De raad signaleert het ontstaan van een tendens naar standaardisatie, die onder andere blijkt uit het feit dat de waardering voor de centrale examens hoger is dan die voor de schoolexamens. De raad beveelt de oprichting aan van een open exameninstelling, naar analogie van het College van Examens voor het voortgezet onderwijs. Hoewel de raad deze aanbeveling verder niet uitwerkt, is het, gezien de verwijzing naar het College van Examens, duidelijk wat de raad voorstaat: een onder de Nederlandse overheid vallend instituut dat de examenkwaliteit waarborgt. Dat is een wijs advies van de raad. Het wordt tijd dat de vele exameninstituten die in Nederland functioneren, rekenschap afleggen aan de maatschappij over de kwaliteit van hun examens. Het is vaker gesteld, ook op deze plaats: soms krijg je de indruk dat andere dan kwalitatieve en toetstechnische belangen de overhand hebben. Dat kunnen commerciële belangen zijn - denk aan de particuliere exameninstituten die er vanuit marketingoverwegingen belang bij hebben veel examendeelnemers te laten slagen -, maar ook eigen belangen - denk aan de hoger onderwijsinstelling die studenten op een simpele wijze liet afstuderen omdat het verzorgen van extra onderwijs een te grote last was geworden -. Dergelijke ontwikkelingen zijn zeer onwenselijk. Een gezaghebbend orgaan, dat gerechtigd is alle zowel private als van overheidswege bekostigde exameninstellingen te monitoren en te corrigeren, is een mogelijkheid om deze ontwikkelingen tegen te gaan. Er zijn al lang bestaande instituties die toezicht houden op de examinering. Echter, zij vormen eilanden en communiceren onderling nauwelijks. Het wordt tijd om bruggen te slaan. In het advies neemt de raad de inzet van ervaringscertificaten onder de loep. De raad gaat uit van de vele goede bedoelingen van de aanhangers van de zogenoemde EVC procedures, maar plaatst vraagtekens bij de kwaliteit van deze beoordelingsprocedure. Zo pleit de raad, gezien de methodische onduidelijkheid, voor een beperking wat betreft de inzet van ervaringscertificaten in het geheel van het examen. De raad noemt ook een percentage: maximaal 20 à 25% van een diplomatraject mag uit ervaringscertificaten bestaan. Hoewel wel enig begrip kan worden opgebracht voor dit standpunt van de raad, lijkt het onverstandig deze vorm van examinering nu al op deze wijze aan banden te leggen. Er vinden nog tal van initiatieven plaats om de kwaliteit van EVC procedures te verbeteren. Pas wanneer er een volledig beeld is ontstaan over de kwaliteit van deze procedures, is een definitief oordeel mogelijk. De heer dr. H.J.M. van Berkel is hoofdredacteur van EXAMENS en werkzaam aan de Universiteit van Maastricht. E-mail. h.vanberkel@maastrichtuniversity.nl.

€ 6,95

Greep krijgen op je toetsen en examens

Auteur: Ad de Jongh

Paul Bloemen, Esther Gielen & Cilia de Jong (2010). Greep krijgen op je toetsen en examens – Werkboek voor studenten in het MBO. Nuenen: OAB Dekkers. Produkt 2010003. € E17,00. Te bestellen via www.oabdekkers.nl. Greep krijgen op je toetsen en examens Het mbo staat bijna jaarlijks in het centrum van de belangstelling als het gaat om de kwaliteit van de examens. Elk jaar wanneer de inspectie het examenverslag voor het mbo uitbrengt, levert dit veel stof op voor de media. Dat heeft te maken met het gegeven dat een deel van de examens blijkbaar nog steeds niet op orde is. Examinering en het verbeteren van de examineringsprocessen staan hoog in het vaandel van het mbo. Vele maatregelen zijn in de afgelopen jaren genomen om de kwaliteit van de examineringsprocessen te verhogen. De publicatie van het boekje Greep krijgen op je toetsen en examens, een werkboek voor studenten in het mbo, niveau 3 en 4, kan in dat kader bezien worden. Het biedt studenten houvast om zich terdege voor te bereiden op de examens zoals die in het mbo worden afgenomen. Een goede voorbereiding is voor de student van essentieel belang voor het met succes afleggen van examens. Het werkboek, een uitgave van Onderwijsadviesbureau drs. M.A.F. Dekkers, omvat zes hoofdstukken. Na de inleiding waarin het doel van het boek wordt beschreven en de wijze waarop de student ermee kan werken, volgt een hoofdstuk over toetsing en examinering. In dat hoofdstuk komen zaken aan de orde als: Wat moet ik leren voor het examen?, Hoe word ik getoetst?, Hoe is de toetsing en examinering georganiseerd? Hoofdstuk 3 behandelt verschillende examenvormen: de proeve van bekwaamheid, het examendossier en het criteriumgericht interview. Kortom examenvormen die heden ten dage in vele mbo-instellingen worden gehanteerd. De student krijgt uitleg over deze verschillende vormen en leert ook op welke wijze hij zich daarop kan voorbereiden. Het vierde hoofdstuk met de titel ‘Toetsing voor ontwikkeling’ gaat in op de formatieve toetsing. Ook hier komen de veelvoorkomende toetsvormen aan de orde: kennistoets, vaardigheidstoets, casustoets, simulatie, stage- en praktijkopdracht en projectopdracht. Studenten krijgen tips hoe ze zich kunnen voorbereiden op deze toetsvormen. In het vijfde hoofdstuk geven de auteurs tips en ‘tools’ voor toetsen en examens. Het boek wordt afgesloten met een begrippenlijst waarin de gebruikte begrippen op een duidelijke wijze worden uitgelegd, omdat de beschrijvingen van de toets- en examenvormen kunnen afwijken van de specifieke terminologie op de school van de student. Het boek is aantrekkelijk vorm gegeven. In elk hoofdstuk wordt de kennis geïllustreerd met voorbeelden uit de praktijk, waarbij drie studenten gevolgd worden. Het zijn Desi die de opleiding tot verpleegkundige volgt, Mehmed die wordt opgeleid tot commercieel medewerker in het bank- en verzekeringswezen en Robert die medewerker groenvoorziening wil worden. Deze illustraties verlevendigen de tekst en maken duidelijk dat de publicatie in eerste instantie is bedoeld voor de studenten in het mbo. In het kader van studieloopbaanbegeleiding is dit zeker een waardevolle publicatie waarmee de studenten kunnen worden voorbereid op toetsing en examinering. Doordat het boek het karakter heeft van een werkboek kan de student de aangeboden leerstof op dit gebied zowel zelfstandig tot zich nemen, als onder begeleiding van zijn docent of studieloopbaanbegeleider. De studieloopbaanbegeleider in het mbo is immers de aangewezen persoon om de student te begeleiden bij zijn leerproces en daar hoort ook het examineringsproces bij. Greep krijgen op je toetsen en examens is zeer vernieuwend. Tot op heden lijken er in Nederland geen andere publicaties over toetsing en examinering te bestaan die specifiek voor studenten in het mbo bedoeld zijn. Het gebruik van dit werkboek bij de begeleiding van studenten zal zeker vruchten afwerpen: direct voor de student die zich beter kan voorbereiden op zijn toetsing en examens en indirect als bijdrage aan de verhoging van de kwaliteit van de examens. De heer drs. A.J.C.M. de Jongh is redacteur van EXAMENS. E-mail: A.J.C.M.deJongh@zadkine.nl.
Gratis
lees meer

Schrijf je in voor de nieuwsbrief en blijf op de hoogte!

Op weg naar ruimte en vrijheid

Crisis als aanleiding om inzicht te vergroten in (je) identiteitswerk

Datum:
Locatie:

Download gratis deze white paper