logo-professioneel-begeleidenlogo-professioneel-begeleiden
Filters
  • Alle artikelen

    «1|2|...|6

    Veiligheid ( volledige uitgave, 10 artikelen)

    lees meer

    Thema: Verhalen, maart 2019

    Inhoudsopgave: KENNIS EN KUNDE Werken met verhalen in organisaties De trainer als troubadour COLUMN Show, don’t tell ONTMOETING In gesprek met Michaël Derkse De Weg (aflevering PRAKTIJK EN PROFESSIE Werken met het DialoogLab Zeven sleutels naar het verhaal Verhalen in supervisie GELEZEN Perfect imperfect Het zetten van ‘kraken   Redactioneel Verhalen horen bij het leven van de mens. Vroeger waren er verhalenvertellers die hun verhalen als verteller of troubadour ten gehore brachten en zo van stad naar stad reisden. De ‘orale overlevering’ was anoudsher bedoeld om verhalen van generatie op generatie over te brengen in een overwegend analfabetische  samenleving. Tegenwoordig kunnen we misschien meer spreken van een digitale traditie die de orale overlevering voedt. Verhalen zijn op afroep, via diverse kanalen en in diverse kleuren, beschikbaar. Hierdoor worden we beïnvloed en beïnvloeden we ook weer anderen. In de praktijk van begeleiding hebben verhalen eveneens een plek. We werken met het verhaal van de cliënt, waarbij we ook onze eigen verhalen inbrengen. Daarom leek het ons als redactie een mooi en belangrijk thema. We belichten dit vanuit diverse perspectieven. In het hoofdartikel ‘Een veelheid aan verhalen: rijkdom of rumoer’ richten Martijn van Ooijen, Saskia Tjepkema en Koen Weber zich op het werken met verhalen in de begeleiding van organisaties. Zij geven ook handreikingen om narratieve technieken toe te passen. Marcel van de Pol neemt ons mee in het werken met het DialoogLab, waarbij hij een aantal fasen doorloopt om een verhaal vanuit verschillende perspectieven te zien en beleven, waardoor nieuwe gezichtspunten ontstaan. In ‘De trainer als troubadour’ beschrijft Michiel de Ronde de rol van de trainer in het licht van de orale traditie. Joke Goudswaard belicht zeven sleutels om de ‘verhaalruimte’ te openen, waarbij zij een inkijk biedt in haar manier van narratief werken bij begeleiding. Mila Volf belicht inspirerend hoe verhalen ook een plek in supervisie kunnen hebben. Voor de rubriek Ontmoeting praatten we dit keer met Michaël Derkse, grondlegger van de Pulsar Visie. Op indringende wijze maken we kennis met zijn verhaal en ideeën over de rol van verhalen in begeleiding. Shirine Moerkerken en Barbara van der Steen recenseren op een reflectieve en persoonlijke manier elkaars boeken ‘Perfect imperfect’ en ‘Hoe ik verander’. We complementeren dit nummer met een scherpe column van An Kramer en een mooie bijdrage aan De Weg van Marianne Banning-Mul. Bij mijn debuut als coördinator van een themanummer kan ik zeggen dat ik trots ben op het resultaat. Ik realiseer me des te meer dat ik mij met alle ervaringsverhalen van anderen een beeld kon vormen van wat ik onderweg zou kunnen tegenkomen. En ik realiseer me, door alle mooie artikelen, dat het aanreiken van (ervarings)verhalen ook een belangrijke rol van de coach is bij begeleidingsvraagstukken.   Tijn Ponjee
    lees meer

    Wijsheid ( volledige uitgave, 9 artikelen)

    lees meer

    Macht ( volledige uitgave, 10 artikelen)

    lees meer

    Begeleiden vanuit het geheel (volledige uitgave, 9 artikelen)

    lees meer

    De staat van supervisie (volledige uitgave, 10 artikelen)

    lees meer

    Goodbye and hello

    ‘De Socrateswisselbeker wordt ieder jaar uitgereikt aan de auteur van het meest urgente, oorspronkelijke en prikkelende Nederlandstalige filosofieboek dat in het voorgaande jaar – in dit geval dus 2017 – verscheen.’ Zo staat het op de website van de Stichting Maand van de Filosofie. Over een paar dagen, tijdens de Nacht van de Filosofie van 7 april in Nijmegen, wordt bekend gemaakt wie er met de eeuwige roem mag gaan strijken: Lieve Goorden (De sprong in de techniek), Kees Vuyk (Oude en nieuwe ongelijkheid), Ignaas Devisch (Het empathisch teveel), Ger Groot (De geest uit de fles) of René ten Bos (Dwalen in het antropoceen). Voor de uitreiking van vorig jaar bracht iFilosofie een speciaal nummer waarin we alle vijf de kandidaten op een rijtje zetten. Dit jaar doen we het anders. We hebben ons namelijk afgevraagd wat wij het meest urgente vraagstuk van het moment vinden. Volgens ons is dat het ongemakkelijke ontwaken uit het moderne bewustzijn, waarin de mens zichzelf centraal stelde, in het ‘antropoceen’, een realiteit die veel warriger en weerbarstiger is dan de droom van onze autonomie ooit heeft doen vermoeden. De twee auteurs die dat onderwerp even oorspronkelijk als prikkelend aansnijden zijn Ger Groot en René ten Bos. Zij horen bij elkaar, al is het omdat ze de zaak vanuit zijn twee tegenoverstelde uitersten belichten. Zo laat Groot zijn blik bepalen door de geschiedenis van de moderniteit, wat maakt dat hij, als ware het een tragedie, toewerkt naar het moment dat de moderne mens zich zijn eigen einde verklaart. Ten Bos daarentegen laat zijn lezer opnieuw beginnen, opdat die zich openstelt voor een toekomst die ons geen voorspelbare herhaling van het verleden zal brengen. Wie moet winnen? Dat laten we graag aan uw verbeelding over. De verbeelding is in deze Maand van de Filosofie immers aan de macht! Wij geven dus geen stemadvies, met de twee eerder verschenen besprekingen die wij u voorschotelen zijn we immers al sturend genoeg, toch? Als toegift besteden we ook aandacht aan de Hypatia-prijs voor het meest prikkelende en actuele filosofieboek van 2016 en ’17 geschreven door een vrouw. Dat doen we met de eerder verschenen bespreking van De strijd van het kleine meisje van Sanne van Driel. Namens allen die iFilosofie van einde tot nieuw begin maken wens ik u een heerlijke Maand van de Filosofie toe. Mark Leegsma, hoofdredacteur
    Gratis
    lees meer

    Cultuurpolitiek

    In De jaren zestig schrijft cultuurhistoricus Geert Buelens dat er ‘geen andere naoorlogse periode zo tot de verbeelding blijft spreken’ als de decade waar zijn boek over gaat. ‘Geen ander decennium uit het verleden [...] bepaalt zo het politieke en culturele leven en handelen van vandaag.’ Dat Buelens politiek en cultuur in één adem kan noemen, is dat niet precies wat vóór de jaren zestig ongehoord was en wat daarná zo vanzelfsprekend is geworden dat we er amper nog de historische bijzonderheid van opmerken? Niet zo heel lang geleden was het wel anders. Denk maar aan het dogma van de marxistische politieke filosofie over ‘bovenbouw’ en ‘vals bewustzijn’. Cultuur? Dat was wierook en spiegels waar echte politiek doorheen moest weten te kijken. Juist het marxisme viel in de jaren zestig van het voetstuk waar het zowel in Oost als in West door progressieve intellectuelen opgehesen was. Dankzij de leus ‘verbeelding aan de macht!’ symboliseerden de studentenopstanden van Mei ’68 het treffendst dat politiek cultureel werd en cultuur politiek. Sindsdien is het niet macht óf verbeelding, maar macht én verbeelding. Een halve eeuw later had Femke Halsema haar Essay van de Maand van de Filosofie dus geen toepasselijker titel mee kunnen geven: Macht en verbeelding. Het is van een wrange ironie dat ‘cultuurpolitiek’, die vreemde hybride die uit de progressieve geest van de jaren zestig werd geboren, vandaag het stokpaardje van conservatief ‘nieuwrechts’ is. Enkele nummers geleden legde Carlo Strenger die paradox ook al bloot. Halsema, zelf een overtuigd erfgenaam van de sixties, heeft het er maar wat moeilijk mee. In het Essay doet zij een oproep aan ieder die zich progressief en intellectueel – natuurlijk die twee samen – noemt om de erfenis van links uit de klauwen van rechts te redden. Maar kan dat de tragedie verhullen die zich hier lijkt te voltrekken? Die van de progressieve politica die erachter komt dat conservatieve bad guys de ‘druiven der gramschap’ zijn van de cultuurpolitiek die uiteindelijk ook de hare is? Gelukkig steekt Halsema zichzelf de ogen niet uit. Toch is deze tragedie een teken aan de wand: een ‘kritiek van de cultuurpolitieke rede’ kan niet langer op zich laten wachten. Wil er politiek – en wie weet ook cultureel – enige vooruitgang worden geboekt, dan moeten we de vraag waar de jaren zestig het antwoord ‘cultuurpolitiek’ op gaven opgraven, afstoffen en tegen het licht houden. Want als we er niet meer aan ontkomen vast te stellen dat er iets aan het antwoord niet deugt, moeten we dan niet uitzoeken of wat er niet aan deugt de vraag zelf is? Namens allen die macht en verbeelding wederom tot een nieuw nummer van iFilosofie hebben laten versmelten wens ik u een cultuurpolitieke Maand van de Filosofie toe.
    Gratis
    lees meer

    Representatie

    Het is sinds Max Weber een gemeenplaats dat de moderniteit – en daaronder mogen we verstaan: wetenschap, scheiding van kerk en staat, maakbaarheidsideaal, enzovoorts – ‘de wereld onttovert’. Toch zijn er in het hart van de moderniteit beslist nog tovenaarsleerlingen aan het werk. Om ze te zien hoeven we maar een blik op de moderne filosofie te werpen. Zij is per definitie filosofie van de moderniteit, maar het ogenschijnlijk onschuldige voorzetsel ‘van’ speelt stiekem een dubbelrol van genitivus objectivus en genitivus subjectivus. Moderniteit is tegelijk onderwerp (subject) en lijdend voorwerp (object), zowel kip als ei, van de moderne filosofie. Als dat niet het betere tovenaarswerk is... Nergens komt de tovenarij duidelijker aan het licht dan in het kern- en paswoord van het moderne denken, ‘representatie’. We representeren een ding, een stand van zaken, een geschiedenis, zeggen we, en dat representeren doen we in ons hoofd, in de taal, in wiskundige modellen, voegen we daaraan toe. Representeren slaat dan op objectiviteit, die op haar beurt weer slaat op een methode, een stel regels, een normatief kader. Hier gaat representeren, kortom, om de vraag ‘hoe?’ of ‘door middel waarvan?’ Representatie, dat is het voorgeschreven medium. Het kan niet anders of we voelen de bui al hangen, want hoe stellen we het antwoord op ‘hoe?’ überhaupt vast? ‘Anything goes,’ zei wetenschapsfilosoof Paul Feyerabend, maar dat antwoord neemt de vraag niet weg. Veeleer vergt dit van ons het besef dat we niet éérst beginnen de regels van het spel te bepalen om dán te gaan spelen. Nee, we zijn altijd al aan het bemiddelen, om het op z’n Hegels te zeggen. Waar het om gaat is dat we, in plaats van te willen weten wat er eerst kwam, de kip of het ei, inzien dat wij ons representeren zijn door het te doen. Daarom kan de moderne filosoof zich de luxe van nette grenzen tussen ‘hoe?’ en ‘wie?’, tussen gereedschap en gebruiker, niet veroorloven. Hij of zij móét het geheel van die twee denken, anders gaat het niet. En als dat er in onze moderne ogen uitziet als toveren, then so be it. Het is niet overdreven te stellen dat de historische ervaring Frank Ankersmits levenswerk is. Die ervaring, zo leren we van Ankersmit, gaat erom héél de geschiedenis ‘opnieuw op te voeren’, te representeren, juist als we selectief zijn en de spreekwoordelijke zwarte bladzijden uit onze geschiedenisboeken scheuren, blijven ze ons in de vorm van vragen in het heden bespoken. Daarmee maakt Ankersmit ook een punt over representatie als zodanig: die heeft geen eeuwige fundamenten of transcendentale mogelijkheidsvoorwaarden die we mogen aannemen alvorens te beginnen met representeren en waarop we dus ook altijd kunnen terugvallen, maar is zelf door en door historisch, iets wat slechts ‘is’ voor zover en zolang als we mhet doen. Let wel: dat ‘we’, dat zijn en doen wij allemaal. En ziedaar! uit de hoge hoed van de representatie wordt als klap op de vuurpijl het konijn van de representatieve democratie getoverd. Namens alle tovenaarsleerlingen die iFilosofie laten zijn door te doen wens ik u met dit nummer een historische ervaring toe.
    Gratis
    lees meer

    Schrijf je in voor de nieuwsbrief en blijf op de hoogte!

    Dag van de Coach

    Thema: Stress

    Datum: 6 juni 2019
    Locatie: De Reehorst, Ede

    Informatie & aanmelden »