Hieronder kunt u inloggen op uw account bij ProfessioneelBegeleiden.nl en uw favoriete uitgaven/artikelen (gratis) downloaden!
> Heeft u nog geen account?
Klik hier om u gratis te registreren!
INHOUD THEMA ‘LEVEN’ (maart 2005) Anders bekeken: Hoogbegaafd, Sonja Vlaar Coachend leiden bij de gemeente, Marion Vriens Coachen met collega's, Erik de Haan, Yvonne Burger Dag stoel naast de tafel, Jeroen Hendriksen Levensloopregeling, voertuig of vehikel?, Eva de Waard Conflictcoaching: een (rot)klus voor managers en coaches?! , Marijke Lingsma Karrenpaarden en criticasters, Anneke Mosselman De waarderende dialoog, Robbert Masselink Autonomie en samenwerken, Leida Schuringa, Nancy Poels, Arthur Kruisman, Ton Martens Geproefd: De kracht van het vragenstellen, Jeannette van Hoek Het Zwitserlevengevoel als succesfactor, Alex J. Engel Het enneagram, Renske van Berkel De vertelkring…, Jan Peijen De vicieuze cirkel, Redactie Coaches in de wei, Reinold Vugs Persoonlijke ontwikkeling in het inkoopteam, Maxim Renders Ambitieus in de kwaliteit van het leven, Saskia den Broeder Teams als systemen , Ralph Zebregs, Godfried Ijsseling Uit je burnout , Rob J.L. Visser De rugzak van de coach, Ilse Engwirda Dat is dan een goed besluit!, Alfons Giliam Gij zult genieten! Ik ben een 7! En dat betekent dat ik een Levensgenieter ben. Fluitend sta ik elke morgen op om mij te wijden aan de geneugten van het leven. Dat het artikel over het enneagram mij weer duidelijk maakt dat juist in mijn type mijn levensthema’s en leerpunten zitten, dat is een stuk minder. Zeker voor een 7. Want als het niet meer leuk is, stel ik dingen uit of haak ik af. Neem nu het schrijven van dit stukje. Al twee weken loop ik er op te kauwen en dat voelt niet fijn. En dus stel ik het uit, tot vlak voor de deadline. En dan nog verwacht ik stuiterend van geluk dit stukje in elkaar te zetten. Spiekend in andere tijdschriften zie ik fantastische epistels: een anekdote als start, licht ironisch over maatschappelijke ontwikkelingen en dan een soepele overgang naar de inhoud van het blad. Het straalt er van af dat die schrijvers genieten van hun eigen geschreven tekst en het ver voor de deadline hebben ingeleverd. Toch? Of toch niet? Misschien herkennen zij zich in het type Acht en vinden het lastig om iets kwetsbaars te melden. Een type 1, dé perfectionist, zal uren schaven voordat hij het naar de vormgever durft te sturen. Zo hebben we allen onze eigen leerpunten en interne conflicten, als mens én als coach. Mijn hang naar het feestelijke in het leven brengt mij soms dus danig in conflict met de werkelijkheid. Maar als je beseft dat je in conflict bent met jezelf, kun je óp de hobbel gaan zitten en dat geeft een hele andere energie. Marijke Lingsma betoogt in haar artikel dat als botsingen en conflicten meer onderdeel zijn van onze levenswijze, dat dat ons leven in meerdere opzichten verrijkt. We komen dan tot creatievere aannames en oplossingen. Vriendjes worden met conflicten start met het onder ogen zien van je eigen conflict. Of dat nu is dat u een allergische reactie krijgt van een criticaster als klant of dat Marion Vriens, zoals zij schrijft, moeite heeft met het groeien in haar rol als leidinggevende. Met behulp van een coach was zij bereid om naar zichzelf te kijken, zich bloot te geven en te groeien in haar functie. Een open en krachtig verslag van iemand die haar eigen conflicten onder ogen ziet en daardoor leert. Hoe doet u dat als coach? Laat u uw hobbels en conflicten zien? Bent u er al vriendjes mee geworden? De nieuwe rubriek ‘blooper van de maand’ laat ons meegenieten van hobbels en blunders van vakgenoten. Openlijk praten over je blunders, zonder je aandeel minder te maken, verlegt je grenzen en is voor ons een feest van herkenning. Van harte nodigen we u uit om er in dit tijdschrift een met collega’s te delen! Voor een goed Zwitserlevengevoel is dit nummer samengesteld: achtergronden, hoogbegaafde klanten, verdieping, ervaringsverhalen, methodes en technieken in het coachen. In de hoop en verwachting dat u tijdens het lezen van dit nummer steeds een 7-gevoel heeft!
€ 6,95INHOUD THEMA 'MAATSCHAPPIJ' (december 2015) Coaching en de ontwikkelingen in de samenleving, Alex Engel Teamcoaching als inspiratiebron voor managers? Anita Wesselius Uitgelicht: Rob Merkx Coachen als ontdekking, Adriaan Hoogendijk 'Insgelijks, we doen het samen', Rob Visser Overdenking: Echt Onbestuurbaar met bevelen, Ilse Engwirda De MatrixMethode, Vincent Peeters Coachen met karakter, Bea Jonker Lerend coachen, Tamara van Duin Het portret: Een beeld maken van iemand, Josien de Vries Teamcoaching, The Intensive, Corry van der Molen Dr. Phil: Rolmodel voor coaches, Axelle de Roy Teamcoaching: Daadwerkelijk aansluiten bij het team, Marianne Kok en Margreet Steenbrink De ultieme complete coach, Peter Mackaay De metafoor van het theater, Bert van Dijk Tien jaar loopbaan: Zoekend vakblad vindt zijn weg, Sasia den Broeder Hoog sensitieve personen in de werkomgeving, Thea van der Minne-Frank Invloed naar boven De marketing van de coach, Jan-Willem Seip Maatschappij You may have all the knowledge there is, but it is really nothing until you have felt it, lived it, experienced it. (Ramtha). Terugrijdend van de laatste redactievergadering, speelde deze uitspraak door mijn hoofd. Na het eerste nummer gezamenlijk gemaakt te hebben, bleek het effectiever om voor de komende nummers een hoofdredacteur aan te stellen. Gezien mijn ervaring met schrijven, het maken van een tijdschrift en coachen heb ik de klus op mij genomen. De uitgever drong in de eerste vergadering al aan op een hoofdredacteur, maar dat hebben wij van tafel geveegd. Vanuit onze gedeelde passie gingen wij dat samen doen! Dat dat in de praktijk tegenviel bleek uit alle nachtelijke uren die wij besteedden om de puntjes op de i te zetten. En nog liepen we aan tegen de overlap tussen de verantwoordelijkheden. Wie had contact met welke auteur? Welke versie was de laatste versie, had iemand nog gedacht aan… De redactie zou een zelfsturend team zijn. Zelfsturende teams werden in de jaren ’70 opgericht omdat het mensbeeld toen veranderde. De mens was zelf verantwoordelijk voor zijn eigen leven en kon zijn eigen keuzes maken. En dat mensbeeld klopt ook, maar bij gedeelde verantwoordelijkheid loopt het dus mis. Verantwoordelijkheid dragen voor je eigen werk en leven is één ding. Maar als de verantwoordelijkheid wordt gedragen door alle teamleden weet niemand wie wat doet. Vandaar dat zelfsturende teams nauwelijks meer bestaan. De leden van de redactieraad hebben allen genoeg kennis van organisaties en leidinggeven om valkuilen te voorkomen. Maar kennis is niets als je het niet zelf ervaren hebt. Prediken wij dit ook niet in onze coachingstrajecten? De coach die advies geeft en alleen modellen uitlegt, vult wel de kennis aan van de klant, maar zolang de klant niet geprikkeld wordt om deze toe te passen, verandert er niets. In dit nummer ontvangt u van ons weer veel kennis over coachen. Om toe te passen, te voelen en te ervaren.
€ 6,95INHOUD THEMA 'COACHING' (september 2004) De mening van Sijtze de Roos, Rob Visser Terug naar de hierarchie, Willem Verhoeven Coaching, een vak apart, Alex Engel Het geheim van Marijke Dekkers Coachend managen bij PreNed, Huib Verhage en Nico Vester Overdenking, Ans Tros De paardenfluisteraar, Goof van Amelsvoort Op vrijwillige basis, Margje Duursma De essentie van teamcoaching, Loek Oudeman De proeverij / Geproefd, Arianne van Galen De reis van je leven, Wim Beijer AD(H)D & Mozart: Van klacht naar kracht! Groeien in het onderwijs - Coaching voor en door schoolleiders, José van Loo Onrust en gedrevenheid COACHING Voor u ligt het eerste exemplaar van het Nederlands Tijdschrift voor Coaching. Een tijdschrift waarin we de diversiteit binnen het vakgebied ‘coaching’ in beeld willen brengen. En waarin we vooral focussen op toepassingen in de praktijk. Het is ons streven dat dit tijdschrift bijdraagt aan de professionalisering van en uitwisseling binnen ons vak. Wij hopen dat wij, in samenwerking met de beroepsgroep, kunnen komen tot wederzijdse inspiratie. Dit tijdschrift is primair een vakblad voor beroepsbeoefenaren op het gebied van coaching, maar zal ook interessant zijn voor managers die coachend leidinggeven, voor docenten en andere professionals met een coachende stijl, voor opdrachtgevers, gecoachten/coachees en anderen die zich nader in het vak willen verdiepen. Bij de opzet van dit tijdschrift hebben we als redactie niet alleen inhoudelijke, maar ook stijlkeuzes gemaakt. We hebben gekozen voor een kleurrijke, enigszins speelse vormgeving en een uitnodigende sfeer. Vormgeving is heel bepalend voor de toegankelijkheid, net zoals dat geldt voor de werkomgeving van de coach. Stelt u zich eens de werkruimtes voor van de coaches die u kent. Is het niet opvallend hoeveel aandacht de coach heeft besteed aan de sfeer van zijn of haar werkomgeving? Je kunt je afvragen waarom dat eigenlijk zo belangrijk is. Je zou toch kunnen beargumenteren dat een goede coach het vooral moet hebben van zijn of haar inhoudelijke kwaliteiten. Toch is de behoefte van een coach om de ideale omstandigheden voor een cliënt te creëren, goed verklaarbaar. Net als ieder mens zoekt ook de coach naar omstandigheden die helpen om ons meer open te stellen. Als coach merken we dat een zorgvuldig uitgekozen omgeving onze coachees helpt te ontspannen en zich veilig en vertrouwd genoeg te voelen om zich open te stellen voor de dingen die ertoe doen. Op een vergelijkbare wijze willen wij ook dit tijdschrift 'inrichten': een open en vriendelijke vormgeving ten dienste van de toegankelijkheid, met als doel bij te dragen aan de verdieping van ons vak. Zoals u op pagina 4 kunt zien, bestaat de redactie uit negen mensen met een zeer uiteenlopende achtergrond. In deze eerste uitgave stellen wij ons als redactie aan u voor. Wij nodigen u graag uit een bijdrage te leveren aan de inhoud van het Nederland Tijdschrift voor Coaching. Op www.ntvc-net.nl vindt u een uitgebreide auteursinstructie. Tot slot wensen we u veel leesplezier en zijn we benieuwd naar de reacties!
€ 6,95In dit nummer staat samen leren centraal. We hebben elkaar nodig, om te overleven, voor zorg, troost, plezier, liefde en verbinding. Die afhankelijkheid is onze natuurlijke manier van leven en onze kracht. We zijn elkaars bedding. Ook in leren. Van ervaringen die we opdoen in leven en werk kunnen we leren. Supervisie, intervisie, coaching en organisatiebegeleiding zijn begeleidingsvormen waarin dat leren bewust en intentioneel plaatsvindt. In al deze vormen speelt de relatie een hoofdrol. Rogers noemde het ‘een manier van aanwezig zijn’: je professionele kennis is waardevol, maar je medemenselijkheid maakt het verschil. De ander kan pas leren wanneer deze zich gezien, geaccepteerd en gehoord voelt. Daar, in die wederkerigheid, ontstaat ruimte voor groei. Al deze begeleidingsvormen dragen bij aan de kwaliteit van dienstverlening. En professionals dragen bij aan elkaars ontwikkeling. Daar wordt zichtbaar hoe krachtig het is om met én van elkaar te leren. Het is soms spannend: je laat meer van jezelf zien dan je vooraf dacht. Maar juist dat maakt het verdiepend. Iemands taal, vraag, ongemak of empathie kan precies het zetje geven dat je zelf niet kon vinden. Zo ontstaat een leeromgeving die draait om groei, luisteren met openheid en steun vanuit compassie. En om het plezier van gedeelde ontdekking. We staan uitgebreid stil bij intervisie. In deze eeuw is intervisie verder af komen te staan van individuele en groepssupervisie, waaruit het is voortgekomen. Freud en zijn collega’s begonnen met intervisierond 1920, om samen cases uit hun praktijk te bespreken. Als methode in de psychoanalytische praktijk werd ze snel in andere beroepspraktijken overgenomen, zoals de pastorale supervisie in het werk van Boisen en in het werk van Balint, vlak na de Tweede Wereldoorlog. Pas in deze periode nam intervisie een hoge vlucht door toepassing in het maatschappelijk werk, met Marie Kamphuis en Lidy Delen als belangrijke pioniers in Nederland. We nodigen je in dit nummer uit om dat samen leren te blijven koesteren. Zo vind je een bijdragen van Gorry Cleven over falend leren en van Marga Rijken en Marlies Jellema over positieve intervisie. Akbar Barani schrijft over ervaringsleren in supervisie, Christiane van den Berg over supervisorisch werken als onderzoeksmethode en Wim Smeets over intervisie in de palliatieve zorg. Het nummer start met een bijdrage van Michiel de Ronde. Het is een eerste bijdrage in een reeks. In elke jaargang zal de komende jaren één artikel in het tijdschrift verschijnen, en meerdere artikelen op de website. Marlies Jellema en Wim Smeets
In dit jubileumnummer duiken we in de geschiedenis van LVSC. Er komen diverse betrokkenen aan het woord die vrijwillig hun bijdrage leveren of hebben geleverd aan de vereniging zoals die vandaag de dag staat. In 45 jaar is er enerzijds veel veranderd en zijn anderzijds thema’s van vroeger nog steeds actueel. De cultuur van LVSC kenmerkt zich door een sterke profilering van het supervisievak en een strijdbaarheid om dit te koesteren. Dat is niet zo gek als je leest dat de leden van het eerste uur zich hard hebben gemaakt voor de legitimering, zichtbaarheid en positionering van supervisie. Diverse deskundigen, in eerste instantie van de supervisieopleidingen, ontwikkelden het vak. Dat deden zij in (schriftelijke) dialoog, vanuit een basis van Amerikaanse literatuur, gecombineerd met praktijkervaringen vanuit maatschappelijk werk. Supervisie onderscheidt zich in die zin van coaching en andere begeleidingsvormen door haar didactische methode. LVSC heeft zich jaren gekenmerkt door deze cultuur, wat én de nodige discussies én mooie ontwikkelingen heeft opgeleverd. Ondanks het stevige kader dat er ligt, bleef er lang (en misschien nu weer) veel aandacht uitgaan naar de vraag wat supervisie is. De laatste jaren ziet LVSC een sterke toename van jonge leden. Mogelijk komt dat deels door de uitbreiding met de domeinen coaching en organisatiebegeleiding, die een andere doelgroep aantrekken. Ondanks dat de vereniging zichzelf in het verleden al het doel stelde om naast supervisie andere begeleidingsvormen een plek te geven, lijkt het alsof dit de laatste jaren pas meer is ingebed. Wellicht dat het generatieverschil hierin een rol speelt, of de wereldproblematiek die aan een bepaalde urgentie appelleert bij veel begeleidingskundigen: de vraag wat zin heeft en hoe je kan bijdragen aan een betere wereld is meer dan actueel. En zo kent elk tijdperk zijn maatschappelijke ontwikkelingen die bijgedragen hebben aan wat LVSC nu is: een vereniging die een platform biedt om te ontmoeten, kennis te delen en uit te wisselen en de verbinding te zoeken. Wij wensen je veel leesplezier met dit jubileumnummer en hopen dat de diverse bijdragen vanuit het veld de betrokkenheid van vele vrijwilligers, die we niet allemaal hebben kunnen noemen, representeert. Want zonder hen was er geen LVSC. Dus, gefeliciteerd allemaal, gefeliciteerd LVSC en op naar de 50! Wim Smeets en Sietske Jans-Kuperus
Een nummer gewijd aan het thema vrouw. Voelt dat ongemakkelijk? Het antwoord is ja. Want bevestigen we de onterechte ongelijkheid van de ‘vrouw’, die is ontstaan doordat de man op allerlei terreinen centraal wordt gesteld, niet juist als we vrouwen apart behandelen? Juist géén onderscheid meer maken tussen man en vrouw, hielden sommigen ons voor – we zijn gelijk. En wat te denken van andere genders? Tegelijkertijd dachten wij ‘nee’. Want we vinden het juist belangrijk om tegenwicht te bieden aan het eenzijdige, man-centrische perspectief dat op allerlei vlakken domineert. En is het niet waanzinnig interessant en belangrijk om te leren van de ervaringen van vrouwen, en te onderzoeken wat de kracht is van ‘typisch’ vrouwelijke kwaliteiten in ons vak? Vanuit dat perspectief kregen wij vanuit het merendeel van de professionele gemeenschap met wie we dit bespraken veel steun voor deze keuze. Wij hebben bij het samenstellen van dit nummer veel geleerd. We zijn scherper gaan letten op de verschillen tussen vrouwen en mannen in onze eigen omgeving. Enkele decennia geleden ging de aandacht uit naar de expliciet maatschappelijke geaccepteerde ongelijkheid tussen mannen en vrouwen. Tegenwoordig is die aandacht verschoven naar een meer impliciete, maar niet minder ernstige ongelijkheid. Die is op allerlei terreinen zichtbaar. Van kinderboeken (met vrijwel altijd mannelijke hoofdrolspelers) en de medische industrie (met vrijwel altijd het mannelijk lichaam als prototype), tot aan de begeleidingskundige praktijk (waarin mannen domineren in de literatuur en het mannelijk perspectief vaak centraal staat in leiderschapsopleidingen). We verkennen het thema ‘vrouw’ vanuit diverse perspectieven zowel theoretisch, ervaringsgericht, systemisch als historisch. Het thema nodigt uit tot een brede blik. Welke beelden, overtuigingen of aannames kennen wij over vrouwelijkheid? En wat brengen we zelf in als begeleidingskundigen? Onze beelden van vrouw-zijn kleuren onvermijdelijk ons professionele handelen. We brengen dus, ondanks het aanvankelijke ongemak, een ode aan de vrouw, het vrouwelijke perspectief en vrouwelijke kwaliteiten. We hopen dat de bijdragen onze professionele gemeenschap aanzetten tot kritische discussies, het tegengaan van ongelijkheid en het vieren van ‘de vrouw’ in al haar facetten. Marlies Jellema, Carole van de Logt en Jorren Scherpenisse
Wie alle actualiteiten op een rij zet denkt niet direct aan hoop. Toch, of juist daarom, gaat dit themanummer hier wel over. Want is hoop niet juist wat we nodig hebben in turbulente tijden? In een gedicht van Vaclav Havel over hoop staat een zin die ons bijbleef: ‘Hoop is ergens voor werken omdat het goed is.’ Deze gerichtheid op waarden herken je ongetwijfeld, als lezer, supervisor, coach of anderszins begeleidingskundige. Niet enkel het resultaat van het professioneel handelen is aan de orde in onze begeleiding, maar evenzeer de motivatie tot, het handelen zelf en de energie die erin aanwezig is. (Meteen leggen we een verband met eerdere themanummers van dit tijdschrift.) Hoop is niet hetzelfde als optimisme. Hoop is realistischer, zich ten volle bewust van obstakels op de weg naar verandering in de gewenste richting. Hoop kijkt nooit alleen naïef naar het positieve. Toen we dit nummer samenstelden, konden we nauwelijks vermoeden hoe de wereld er uit zou zijn wanneer dit nummer bij je in de brievenbus valt: spanningen door oorlogen nemen toe, net als economische onzekerheid. Het is het gespreksonderwerp van de dag, ook in begeleiding. Er heerst verslagenheid en machteloosheid. De een wordt boos, de ander ontmoedigd. Het weerspiegelt wat we vaak zien bij de mensen die we begeleiden – die hun werk of de situatie waarin ze leven als uitermate frustrerend en soms uitzichtloos ervaren. Het is verrassend hoeveel mensen met het thema hoop en met het contrast ervan bezig zijn in hun dagelijkse professionele praktijk, in begeleiding, in reflectie, onderzoek en publicaties. Dit nummer volgt weer de gebruikelijke indeling: theoretische artikelen over hoop, berichten van professionals, interviews en een boekrecensie. Het merendeel van de bijdragen cirkelt rond het thema. We hopen – daar heb je het alweer – dat je als lezer inspiratie vindt voor eigen werk en leven! Hope brings comfort Feeds the needs Don’t I wonder where to go from here. Hope takes courage Play and wonder. Dare to feel the force of vulnerability. Uit Hope van An Pierlé Quartet Marlies Jellema en Wim Smeets
VAN DE REDACTIE ‘Ik neem mijn energie voor lief. Ik wring haar uit alsof ze eindeloos is.’ Dit is de kop boven de column in het Algemeen Dagblad van 8 januari 2025 van Loes Wijnhoven, een van de tweelingzusjes van het bekende popduo Clean Pete. Energie in overvloed! Ook in het werk van begeleidingskundigen komt energie vaak aan bod. Hoog of laag in je energie zien, energieslurpers, energie opladen … In haar column schrijft Wijnhoven over een presentatie van mensen met chronische pijn, die haar tot het besef bracht dat energie niet vanzelfsprekend is. Het is een kostbaar goed – net als de conventionele en groene energiebronnen op deze aarde. Het natuurhistorisch museum te Oxford besteedt aandacht aan het ontstaan van alle leven. Drie processen drijven al wat leeft voort, valt er te lezen op de informatiepanelen. De eerste is energie; daarna volgen nog structuur en reproductie. In de natuurkunde wordt energie uitgedrukt in joule, in de biologie heeft energie van doen met metabolisme, in de economie met het vermogen tot arbeid, in de geesteswetenschappen met de beschikbare levenskracht (Sigmund Freud sprak van ‘levensdriften’). In dit themanummer – waaraan gastredacteur dr. Fons Dekkers meewerkte – komen verschillende perspeceven op energie naar voren, uit diverse wetenschappelijke disciplines. Van een historischfilosofisch betoog tot een interview met een energetisch therapeut. Voor begeleidingskundigen is energie die mensen ervaren van belang, bij henzelf en bij de degenen die zij begeleiden. Wat zijn de overtuigingen en ervaringen van begeleidingskundigen en zij die begeleid worden? Waar komt hun energie vandaan en hoe kunnen ze hun energie weer op peil brengen? Door het organiseren van een geschikte werkomgeving bijvoorbeeld, of door het openen van de wortelchakra in de ruggengraat door kundalini-yogaoefeningen. Onze gastredacteur leidt met zijn bijdrage een aantal artikelen in, die achter elkaar in dit nummer zijnopgenomen. Vanaf dit jaar lichten we in elk redactioneel het thema van het betreffende nummer toe. Niet alle bijdragen passen naadloos in het gekozen thema. We willen immers ruimte hebben voor bijdragen die jullie als leden en lezers aanbieden. De lezer vindt daardoor in de inmiddels vertrouwde rubrieken een aantal aangeboden artikelen, die enigszins buiten dit thema vallen. Zoals altijd zijn we benieuwd naar reacties, commentaren en suggesties. We hopen dat deze editie ‘een boost van energie’ geeft! Vanaf dit jaar hebben we een nieuwe eindredacteur. Jarenlang was Harry Haakman het vertrouwde gezicht – voor de lezer achter de schermen weliswaar – die alles in goede banen leidde. De redactie dankt hem zeer voor zijn deskundige begeleiding! Als nieuwe eindredacteur verwelkomen we Nick Oosterwijk. Met een achtergrond in geschiedenis en filosofie, werkt hij op diverse plekken als wetenschappelijk redacteur. Fons Dekkers, Carole van de Logt en Wim Smeets
Redactioneel In dit nummer behandelen we een persoonlijk en veelzijdig thema: ego. Dat begint bij de vraag: wie ben ik? Dat lijkt misschien vanzelfsprekend, maar is het zeker niet. Ons ‘ik’ is niet alleen veranderlijk, maar ook meervoudig en staat altijd in relatie tot de ander. We vervullen verschillende rollen en soms ontstaan daartussen rolconflicten. Toch is het idee dat er een innerlijke ‘ik’ is. Maar zien we dat wel, als het omgeven is door lagen van bescherming die bewust en onbewust ons diepere zelf lijken te verbergen? Lida Schilder en Martin Schulz schrijven daarover. Soms roept dit onderwerp negatieve associaties op. Neem de verruwing in de samenleving. In het nieuws gaat het vaak over geweld tegen hulpverleners, rellende hooligans en het bedreigen van bekende personen. Geweld doen we elkaar ook op minder zichtbare manieren aan. Denk aan intimideren, schofferen, gaslighting of het negeren van mensen in de privéomgeving of op de werkvloer. De ander lijkt soms nog van weinig betekenis als het om het (dikke) ik gaat. Ronald Wolbink en Sijtze de Roos schrijven in dit kader over verruwing in relatie tot ego’s. De vraag naar het ik klinkt misschien filosofisch, maar kan niet minder alledaags en van directe, praktische betekenis zijn. Vanuit de dagelijkse praktijk van haar politieke bestaan als wethouder kijkt Marinka Mulder terug op wat haar ik al jaren motiveert om zich in te zetten voor de samenleving. Zo zien we ook een positieve kant van het ego, namelijk dat ‘dicht bij jezelf blijven’ van grote meerwaarde is. René Brohm gaat hier eveneens op in, vanuit het fenomeen vervreemding. Wie (anderen) wil (helpen) veranderen, moet eerst zichzelf leren kennen en durven analyseren. Daarvoor is introspectie van belang, zelfonderzoek, en misschien ook wel het verwerken van ervaringen en herinneringen die het werkelijke ik belemmeren tot uiting te komen. Schaamte is daarbij een belangrijke emotie, ook om ongewenst gedrag als bullying te voorkomen, zo houdt Aukje Nauta ons voor. En Frans van der Lem neemt ons mee in zijn betoog over de noodzaak van lef tot zelfreflectie. De ik-gerichtheid is overigens ook het gevolg van psychologisering die te ver doorschiet, zo zegt Bert Wienen in het interview over inclusief onderwijs. Caroline Bruins belicht dit op prachtige wijze vanuit het thema inclusie en diversiteit. Marijke Spanjersberg, ten slotte, laat in haar column zien hoe we via ‘tussentaal’ niet de persoon, maar de relatie weer voorop kunnen zetten in de aanpak van problemen. We hopen u als lezer met dit themanummer verschillende, rijke perspectieven te bieden op het ik-zijn, het ego en de relatie met de ander. Veel leesplezier! Martin Schulz (gastredacteur), Sietske Jans-Kuperus en Jorren Scherpenisse
Methodiek Iedere begeleidingskundige heeft te maken met motivatie en zingeving. Motivatie is dat wat ons in beweging zet en zingeving is dat wat ons in leven houdt. Dat klinkt groots en dat is het ook. Nietzsche leerde dat ‘he who has a why to live can bear almost any how’. Met het kleiner worden van de invloed van instituten zoals de kerk moeten veel mensen elders op zoek naar zingeving. Zowel in onderzoek over welzijn, voornamelijk uit de positieve psychologie, als in theorieën over werkgeluk komt het belang van zingeving en motivatie voor ons welzijn onomstotelijk naar voren. In de turbulente tijd waarin we leven en waar hoop onder druk staat door dreigingen op het vlak van vrede en klimaat, lijkt de behoefte aan zingeving toe te nemen. Al weten we niet altijd hoe en waar we die kunnen vinden. We willen dat ons leven ertoe doet en dat wat wij doen ertoe doet. Gesprekken over werk, ontwikkeling en groei gaan daarom vaak over zingeving. Een gebrek aan zingeving kan zichtbaar worden door wat ogenschijnlijk een gebrek aan motivatie lijkt. Maar is dat zo? Motivatie is ingewikkelder dan we denken. Over motivatie leven veel aannames die onze manier van werken en begeleiden beïnvloeden, maar het blijkt vaak anders te zitten dan we denken. In dit nummer vind je een bloemlezing aan artikelen over deze thema’s. In het hoofdartikel bespreken Christa van Luijk, Hennita Kes en Marjo Boer een onderzoek over de motivatie tot intervisieleren. Over de vraag hoe supervisie het niveau van zingeving en spiritualiteit kan hanteren, buigen Theo Hettema en Wim Smeets zich. Rob d’Hondt en Marlies Jellema werken de methode motiverende gespreksvoering toepasbaar uit voor begeleidingskundigen. Hoogleraar Maria van de Muijsenbergh was bereid tot een vraaggesprek over haar vroegere werk als huisarts voor kwetsbare doelgroepen; ze vertelt bevlogen over haar misse om zorg voor iedereen toegankelijk te maken. Lonny Hazen, Silvy Oostlander en Nico van der Leer vertellen ons in een ander interview over de noodzaak van supervisie en intervisie voor huisartsen. Ook met de andere bijdragen hopen we inspiratie, reflectiestof en concrete handreikingen te bieden. Al is het maar om zingeving en motivatie tot onderwerp van gesprek te maken. Of het leven zin heeft is voor iedereen een persoonlijk vraag. Wat voorop staat is dat we er in ieder geval naar kunnen zoeken. En wellicht is dat zoeken al zingevend op zich, zoals Viktor Frankl stelt: ‘The meaning of life is to give life meaning.’ Marlies Jellema en Wim Smeets